Gewoon een mannetje popmuziek

Op vakantie, een berg. Stilstaan, kijken, maar wat kun je doen? Je wilt deel uitmaken van de schoonheid. Op een berg kun je klimmen. Anders moet je schilderen of een foto maken. Sta je er verder van af.
Prince wil nog dichterbij.
Na David Bowie en Mick Jagger stond het nieuwe idool begin jaren tachtig op hoge hakken. Was het een man? Was het een vrouw? Meer een soort elfje - maar dan kinky. Vast homo. Nee: in strakke, leren heupslip trippelde het kirrend over het podium. Kanten handschoentjes, topje, geile make-up. Het stak de gitaar naar voren als was het een reuzenfallus. Het verborg de mannelijkheid niet maar stak broekbobbel en borsthaar parmantig vooruit.
Man of vrouw, androgyn misschien. In het liedje ‘I Would Die For You’ zingt het: 'Ik ben niet een vrouw. Ik ben niet een man. Ik ben iets dat jij nooit zult begrijpen.’
De liedjes bezingen de prestaties van dit seksuele superwezen. Wezen, want Prince gebruikt niet alleen het traditionele mannelijke instrument. Mannelijke en vrouwelijke termen worden door elkaar gehaald. Wanneer hij een dame verleidt, belooft hij: 'I’ll jack U off.’ In het liedje 'If I Was Your Girlfriend’ stelt hij voor om beste vriendinnen te worden. Elkaars haar wassen, samen kleren passen en achter de jongens aan. En dan: vrijen als twee vrouwen.
Prince, Madonna, Michael Jackson die liever wit dan zwart wou wezen. Triviale cultuur! Wetenschappelijk onderzoek graag. Midden jaren tachtig, toen de studiefinanciering nog bestond, stampten aan de universiteiten horden studenten het wetboek in de kop. Eind jaren tachtig begonnen veel van hun jongere broertjes en zusjes met communicatiewetenschappen of culturele studies. Om af te studeren op Prince bijvoorbeeld.
Hoewel de fenomenale betekenis in 1992 al adequaat werd uitgelegd door Joost Zwagerman: geobsedeerd door zijn androgyne inborst vergroot en exhibitioneert Prince zijn seksuele identiteit. Net als Madonna, maar dan omgekeerd. Madonna eigent zich stoer mannelijke eigenschappen toe. Prince is haar spiegelbeeld. 'Prince is zó hongerig naar pussy dat hij de gedaante aanneemt van de vrouwen die hij begeert en zich als een verkwikkend verwijfde Narcissus als verleidelijk meisje onder de meisjes begeeft.’ De liedjes van Prince zijn te herleiden tot één diep verlangen, schrijft Zwagerman, en hij benoemt dat verlangen met een dichtregel van Gorter: 'Zie je, ik wou graag zijn/ jou, maar het kan niet zijn.’
Hij heeft een nieuwe cd uit, New Power Soul, en die is echt héél erg. Heus, hij kan het nog wel. New Power Soul is perfect uitgevoerd, de beats zijn knap gemaakt. Maar overal tierelantijnen, veel gesjoebiedoep en nergens boos, verdrietig of opgewonden. Hij heet ook niet meer Prince. Hij laat zich Tafkap (The Artist Formerly Known As Prince) noemen en vervangt zijn geschreven naam door een symbool, dat zowel vrouwelijkheid als mannelijkheid uitdrukt.
Maar hij is gewoon een mannetje geworden, hoor. Op de hoesfoto toont hij zijn microfoon. Niet zomaar een fallussymbool, het apparaat heeft de vorm van een pistool. Pistool, fallus en microfoon: zo macho als maar kan. Hij verleidt meisjes nu door te zingen dat hij 'the one’ is, de man die verantwoordelijkheid neemt voor zijn vrouw. Die de rekeningen zal betalen en voor eten zal zorgen.
Anno 1998 roept Prince nog maar één vraag op: hoe kán dat nou? Iemand die van 1978 (For You) tot 1987 (Sign O’ The Times) geniale muziek maakte, niet steeds hetzelfde maar alle richtingen uit. Hoe kan zo iemand nu zulke suffe muziek maken?