Annejet van der Zijl, Anna: Het leven van Annie M.G. Schmidt

Gewoon en buitengewoon tegelijk

Annejet van der Zijl wil in haar biografie Annie M.G. Schmidt beschrijven als een product van haar tijd. Feit en interpretatie vlecht zij daartoe zodanig ineen dat ‹Anna› zich laat lezen als een roman.

«Niet iedereen hoeft je altijd maar aardig te vinden», had Schmidt tegen de actrice Nettie Blanken gezegd. Dat dit voor haarzelf een met pijn en moeite verworven inzicht was, wordt duidelijk uit de biografie die journaliste Annejet van der Zijl over Annie M.G. Schmidt schreef. Haar leven lang was «Annie», zoals haar biografe haar consequent aanduidt, in de weer om de mensen om zich heen op afstand te houden en tegelijkertijd aardig gevonden te worden. Over het algemeen wist ze hierin wel een balans te vinden, zeker gedurende de tijd dat ze naast haar werk er een gezinsleven op nahield. Maar nadat haar man was overleden, in 1981, werd ze ongebreidelder bits en bot. Van der Zijl citeert onder meer zoon Flip over Annies giftige buien: «Ze kon je dan diep treffen, juist omdat het op een bepaalde manier zo verschrikkelijk ráák was wat ze zei. Na zo’n uitbarsting was ze heel berouwvol en ging het weer een tijdje goed.»

Anna heeft Van der Zijl haar levensverhaal genoemd, hiermee de zwaan erend die groeide uit het lelijke eendje dat Annie lange tijd was. Tot haar 35ste voldeed Annie aan het stereotype van de ongetrouwde, dikkige bibliothecaresse, een gezellig leventje met vriendinnen leidend in de provincie. De door haar in de steek gelaten moeder, ongelukkig getrouwd en zich vervelend in het Zeeuwse Kapelle waar Annies vader dominee was, paaide ze met aanhankelijke epistels: «Je mag niet zeggen dat ik je brieven niet lees hoor dat is waarachtig niet waar, ik lees ze altijd minstens tweemaal en anders zou ik er toch niet zoo naar verlangen.» Moeder zette advertenties om haar dochter aan de man te brengen, wat op ongelukkige escapades uitliep. Annie over zichzelf als jonge vrouw, in gesprek met Ischa Meijer: «Ik vond mezelf afstotelijk, lelijk, niks kunnen, niks mogen. (…) Depressief was ik niet, ik was altijd heel blijmoedig en vrolijk, maar ik lééfde niet echt.»

Dat echte leven deed pas zijn intrede toen ze na de oorlog bij Het Parool in dienst kwam als chef van de documentatieafdeling, en in Amsterdam ging wonen. Van der Zijl over Annie in die tijd: «Het was een gezette, al wat oudere mevrouw met een stijf permanentje en stevige stappers, die met grote schrikogen rondkeek en voortdurend zenuwachtig met mappen heen en weer liep te rennen.» Echter eenmaal daartoe aangezet door Wim Hora Adema, beheerster van de vrouwenpagina en het kinderhoekje, kwam de productie bij Annie op gang. Toenmalig Parool-directeur Wim van Norden, terugblikkend: «Ze was nooit erg inspirerend in gezelschap. En nog jaren heb ik gedacht: hoe kan het dat zich in dat hoofdje dingen afspelen waar volle zalen naar snakken?»

Wat zich in dat hoofdje afspeelde, en wat het opleverde aan onsterfelijke liedteksten, versjes, kinderboeken, musicals, hoorspelen, toneelstukken, televisieseries — dat is het geheim van Annie M.G. Schmidt. Van der Zijl zoekt de kern van Annies creativiteit in het verlangen «erbij te horen», een verlangen dat wortelde in haar kindertijd toen zij door haar klasgenoten werd gepest of gemeden. «Het is angstig om een kind te zijn van een notabel in een dorp in de twintiger jaren», schreef ze hier zelf in Wat ik nog weet (1992) over. Het buitenstaanderschap scherpte Annies spotlust en vrijheidsdrang, maar ook haar zelfspot, die zo groot was dat het raakte aan masochisme.

In het laatste werd ze gevoed door haar grote liefde, Dick van Duijn, die ze in 1947 leerde kennen via een contactadvertentie. Uit interviews die ze op latere leeftijd gaf, toen ze terug was in Amsterdam na Dicks dood, was al duidelijk geworden hoe streng en bepalend deze man was voor haar leven en werk. Aan Emma Brunt vertelde ze in een serie gesprekken over jaloezie dat haar man «ongelooflijk jaloers» was op haar werk. «Ik ben door hem nooit erg gestimuleerd, integendeel.»

Het is de verdienste van de biografe dat zij, door ruimhartig uit persoonlijke briefwisselingen te citeren, laat zien dat de werkelijkheid iets dubbelzinniger was. Brieven mogen niet altijd de meest betrouwbare bron van informatie zijn — immers altijd op en aan iemand gericht —, ze bewijzen ook dat we ooit om iets of iemand gaven en zijn wat dat betreft de fossielen van het gevoelsleven. Van der Zijl herstelt Dick in ere door uitgebreid uit de liefdescorrespondentie met «An» te citeren. «An wat was het fijn bij je. Wat is er toch aan je, dat me zo godshevig sterk aantrekt? (…) Het is je hele instelling tegenover jezelf, de mensen en dingen om je heen.» An: «Wat ben je begonnen Dick, met een afschuwelijk moeilijk gecompliceerd wezen als ik. Je kunt nog heel makkelijk terug.»

Een complicerende factor was dat Dick getrouwd was bij hun ontmoeting, al twee zonen had, en er jaren over deed om een besluit te nemen. Toen hij eindelijk de deur van de echtelijke woning achter zich dicht trok om bij zijn minnares te gaan wonen, was Annie 43 en hun zoon Flip twee. Omdat zijn vrouw weigerde toe te stemmen in een scheiding zouden Annie en Dick nooit trouwen. Op instigatie van Dick woonden ze ver van de Amsterdamse kring, in het beschutte Berkel en Rodenrijs, en later, in de jaren zeventig, in de Franse Provence. Dick was er gelukkig, Annie minder. «Kan ik hier echt wonen zonder me dood-eenzaam te voelen. Kan ik hier echt werken, voldoende inspiratie opdoen en kan ik mezelf zijn?» schreef ze in een brief aan haar musicalkompaan John de Crane.

Het gezinsleven bracht Annie in de spagaatpositie van de vrouwelijke kunstenaar met man en kind(eren). Dat ze onder hoge tijdsdruk moest werken betekende echter ook haar redding. Hoe minder tijd er was, hoe meer haar eigen stem op papier terechtkwam. Zoals ze al in hun verkeringstijd aan Dick schreef: «Ik vind het fijn, in een heel stevig korset te zitten. Anders ben ik net jam zonder pot, vloei ik uit.»

Anna bewijst dat Annie M.G. Schmidt, mits in goede handen, de ideale figuur is om te biograferen. Ze heeft niet alleen mooi en geestig werk geleverd, met een interessante, roerige waarderingsgeschiedenis, maar had ook een vol leven met diepgaande betrekkingen, én ze had iets mysterieus. Omdat ze was uitgegroeid tot een soort nationaal bezit speelde ze naar buiten toe een rol.

Een biografie brengt op zijn beurt een zekere fictionalisering met zich mee. Het volle leven moet nu eenmaal worden gestroomlijnd opdat de jam niet alsnog uitvloeit. Zeker als je doel is, zoals Van der Zijl het in haar «woord vooraf» verwoordt, Annie M.G. Schmidt te beschrijven als een product van haar tijd, als een som van omstandigheden en invloeden. Soepel en licht vlecht zij daartoe feit en interpretatie ineen tot een biografie die zich laat lezen als een roman, met een dominante moeder, een strenge man en een behaagzuchtig meisje als belangrijkste personages. Een roman die bovendien de nieuwsgierigheid bevredigt naar het doen en laten van een vrouw die tegelijkertijd gewoon en buitengewoon was.

Annejet van der Zijl

Anna: Het leven van Annie M.G. Schmidt

Uitg. Nijgh & Van Ditmar, 478 blz., € 29,90