Gewoon gezellig

BIJ TANTE SUUS in Amsterdam- Noord. De glazen deurtjes van het audiovideomeubel staan wijdopen. Dochter Zita richt de afstandsbediening en drukt op play. Op het scherm verschijnt een zaal vol juichende mensen. In het midden wijken ze uiteen. Op een Harley Davidson komt smartlappenchansonnier Frans Bauer langzaam op het podium af geprutteld. Iedereen probeert hem aan te raken, teddyberen en bosjes bloemen vliegen hem om de oren. Als hij het nummer ‘Verloren’ inzet, juichen ook de vier vrouwen op de bank in de huiskamer. Luid komt het sentiment de boxen uit gestroomd, op het dressoir rinkelen geëmailleerde beeldjes.

TANTE SUUS heeft haar ogen vol tranen staan. ‘Ik had nog veel vaker gewild. Als ik niet zo ziek wasà Maar misschien dat we in februarià Als dat toch eensà’
Zita: 'Ik heb een brief geschreven aan Frans, persoonlijk aan hem overhandigd. Daarin vertel ik het levensverhaal van mijn moeder. Ze is ernstig ziek, kanker heeft ze. Alle twee d'r borsten zijn erafà’
Tante Suus: 'En aan de ene kant m'n lymfeklieren.’
Zita: 'In de brief vraag ik of hij het nummer “Waar je bent geboren” in februari op het concert in Haarlem wil zingen voor haar, want dat nummer, dat hoort ze zo graag.’
Tante Suus: 'Zolang ik leef zal ik naar Frans Bauer luisteren. Ja echt, zolang ik er benà’ Weer wordt het haar te machtig. Hennie slaat een arm om haar heen. 'Tante Suus, we rijden je gewoon in de rolstoel naar het podium. Fototoestel mee. Je bent echt niet de enige in een rolstoel.’
Zita: 'Ja mam, hij doet het vast. Hij heeft de brief in z'n binnenzak gestoken. Normaal wordt post van fans door de bodyguards aangepakt.’
Tante Suus blijft grienen. 'Ik heb het nu aan de andere kant ook in m'n lymfeklieren zitten en in m'n hersens. De dokters zeiden: dit hadden we niet verwacht maar maak er van, wat er van te maken valt. Ze weten niet of het nog een half jaar duurt of korter, of langer. Maar als ik sterf gaat Frans met me mee. Ik heb de muziek voor de uitvaart al vast laten leggen. “Waar je ook bent geboren”, dat nummer wordt als laatste gedraaid.’
ESTHER POSTMA en Zita Klene zijn hartsvriendinnen. Ze kennen elkaar van het werk.
Zita: 'We werken op de vleeswarenafdeling van C1000. Ik kocht de eerste cd Op weg naar het geluk. Toen is het zo'n beetje begonnen.’
Esther: 'Zij heeft mij verder aangestoken en ik haar.’
Zita: 'Frans Bauer is een lekker ding. Die schittering in z'n ogen, van die prachtige reebruine. En dat glanzende witte gebit.’
Esther zucht. 'Het is zo'n heerlijke vent.’
Met tante Suus en Hennie, de moeders die het ook goed met elkaar kunnen vinden, bezochten de vriendinnen bijna al zijn concerten. Nu tante Suus zo ziek is, gaan ze wat minder vaak. Gelukkig is er nog de Live in Ahoy-videoband en een stapel cd’s die ze gevieren toch wel eens in de week bij tante Suus bekijken en beluisteren.
Hennie: 'Het is anders dan wat tante Suus nu doormaakt, maar ik heb in mijn leven ook iets vreselijks meegemaakt. Daardoor ben ik Frans Bauer enorm gaan waarderen. Ik heb mijn beide ouders binnen vier dagen verloren.’
Esther: 'Mijn opa en oma.’
Hennie: 'Als ik dan zijn liedjes hoor, vind ik zo veel steun, vind ik zo veel van mijn ouders terug. Wat hij zingt, ja, zo is het leven eigenlijk ook. Die jongen zingt wat recht uit zijn hart komt. Als je nou “Verloren” hoortà’
Esther: 'Zingt-ie over z'n eigen vrienden die hij verloren heeft. En over een broertje van z'n vriendin die dood is.’
Zita: 'Ondanks de carrière is hij z'n eigen gebleven, dat is ook het mooie. Dat hij bereikbaar is voor de gewone mensen. Voor hem is ieder gelijk. Hij heeft zoiets van: ik moet net zo goed werken voor m'n geld.’
Hennie: 'Als je bij ’m staat, na afloop van het concert. Voor iedereen maakt hij tijd. Al is het nog zo druk.’
Tante Suus: 'Als je goed luistert hoor je er zo veel waarheden inzitten. Je kan er ook zo veel kanten mee uit.’
Hennie: 'Het is tekst met inhoud. Toen met mijn ouders, ik had…’
Tante Suus: 'Nu ik weet dat ik afscheid moet nemen put ik zo veel kracht uit “Op rode rozen vallen tranen”. Daar zit zo'n hoop in. Als je dat hoort.’
De waterlanders biggelen opnieuw langs haar wangen. Op het scherm zet Frans Bauer het nummer “Waar je ook bent geboren” in.
Zita: 'Het gaat over dat-ie in de woonwagen geboren is. Dat het niet uitmaakt of je arm bent of rijk.’
Esther: 'Als kleine jongen wilde-ie al artiest worden. Op z'n negende heeft-ie “Meeuwen in de wind” gemaakt. Hij ging de deuren langs om dat singletje te verkopen. De echte doorbraak kwam na zijn optreden in All You Need Is Love. Hij zong daar een liedje voor een meisje dat hij af had moeten wijzen omdat-ie al een ander had.’
Zita: 'En nu is hij ook goed aan het doorbreken in Duitsland. Liebesbriefe, de derde Duitse cd ligt nu in de winkel.’
FRANS BAUER zet de beroemde hit “Als sterren aan de hemel staan” in.
Tante Suus voert het volume op. De kat springt van haar schoot.
'Hier, het refrein. Ongelooflijk, moet je horen. De zaal zingt harder dan hem.’
Esther wijst. 'Kijk de eerste rij. Daar zaten wij.’
Hennie: 'En daar, heb je z'n ouders. Die zijn zo trots op ’m.’
Zita: 'Toch is beroemd zijn echt niet alleen maar rozegeur, hoor. Voor die ouders is het niet makkelijk. Toen hij naar Oostenrijk moest… ’
Esther: 'Ja, toen is-ie bijna neergestort. Hij gaat nooit meer met z'n privéjet, heeft hij in De Telegraaf gezegd.’
Op het scherm is de hele zaal in polonaise gegaan.
Waddinxveen. De cd-wisselaar van Marjolijn Verboom zit volgestopt met Bauer-schijfjes. Met de afstandsbediening zapt ze vanaf de lichtroze leren bank het hele repertoire door. 'Bella Madonna’, 'Samen naar Griekenland’, 'Oma’. Elk nummer weet net weer die andere snaar in haar gemoed te bespelen, legt ze omslachtig uit.
Haar mooiste? Lang hoeft ze niet na te denken. ’“Ik heb een wens”.’ Waarom? 'Luister maar.’ Haar ogen gaan toe. Kippevel, de haartjes op haar onderarm gaan recht overeind staan. Het begint met koperen orgelklanken. Bij de eerste stemverheffing gloeit de huiskamer op, komt het interieur tot leven, zou de plant wel willen zeggen: alles knus, geborgen, veilig hier. De honden Dingo en Rody zakken zuchtend naast haar neer, drukken de kop in haar schoot. 'Ik heb een wens. Een wens voor vroeg of laat. Dat ergens een plekje als in mijn droom bestaat’, zingt Frans Bauer. Marjolijn is in trance, vertrokken op de wiekende vleugels van Zijn suikerzoete stemorgaan.
Na vier minuten sterft het geluid weg. Ze opent haar ogen en kijkt alsof ze uit een innige omhelzing is losgerukt. 'Dat was ’m’, zegt ze en pinkt een traan weg uit haar ooghoek.
Na een tijdje: 'Vooral dat stuk na het refrein. “Waarom moet er in de wereld oorlog zijn, lijden elke dag zo veel mensen zo veel pijn”, zingt hij dan. Dat zijn vragen waar ik zelf ook heel erg mee bezig ben. Denk ik van ja, waarom zijn er zo veel mensen ziek? Waarom schieten ze mekaar af om niks? Waarom kun je ’s avonds als vrouw niet alleen meer over straat? Waarom lopen we door als er iemand finaal in elkaar geslagen wordt? Waarom zijn er zo weinig Meindert Tjoelkers? Iedereen is maar op zichzelf. Wie kent z'n buren nog? Is dat dan de wereld waarin wij leven?’
ZE RENT DE trap op en komt terug met een aantal fluweelgekafte mappen. Op duur papier in insteekhoezen heeft ze alle teksten uitgeschreven. Trots begint ze te bladeren. Op een paar vellen achterin zijn de toegangsbewijzen geplakt van verschillende concerten waar ze geweest is.
'Ik ga altijd met mijn man. Ik ben huisvrouw, hij heeft een goede baan. Als boomkweker. We kunnen het ons permitteren. Hij houdt ook wel van de muziek. Zo'n concert als in Den Haag, je leeft in een andere wereld, gaf hij ook toe. Even afgesloten van de zorgen en het verdriet. Het is net of iedereen je kent, of iedereen familie van je is. Allemaal zijn ze zo open, of je ook lid bent van de fanclub willen ze weten. Sta je aan de bar op een colaatje te wachten, begint er geheid iemand tegen je te praten.’
Ziet ze al die gehandicapte kindertjes zitten. 'Denk ik: jeetje, ik zit me ’s ochtends druk te maken over wat ik aan zal trekken, hoe ik me op zal maken. Terwijl zo'n kind al blij is met een avondje ertussenuit. Voor zo'n kereltje is het werelds. Dat spreekt me aan, mijn hart keert om als je dat geluk op die gezichtjes ziet tijdens zo'n concert. Wij denken: nog mooier huis, nog grotere auto, nog meer geld. Jongens, jongens, waar zijn we mee bezig? Morgen kunnen we er niet meer zijn, voorgoed in een rolstoel belanden. Dat laat Frans ook zien, hij zet aan tot nadenken. Hij roept op tot verdraagzaamheid. Hoe hij het voor elkaar krijgt, ik weet het niet. Het is magisch. Kom je na afloop buiten, denk je: o ja, er is ook nog een realiteit.’
Ze luistert elke dag minstens één cd en een stukje video, van een concert of van een programma waar Frans Bauer te gast was. 'Hoe vaak ik de muziek gehoord heb, honderd keer, duizend keer, het maakt niet uit. Het blijft leuk.’
Niet alleen leuk. 'Ik heb een heel goede vriend verloren. Die jongen heeft een auto-ongeluk gehad. Dan zingt Frans het nummer “Kon ik nog maar bij je zijn”. Daar word ik absoluut heel emotioneel van. Zet ik hem lekker hard.’
De buren dan.
'Als die er last van hebben, verhuizen ze maar. Hiernaast hebben ze vier kinderen, hoor ik ook wel wat van. Kan me niet schelen. ’s Zomers buiten gaat Frans ook lekker hard. Mijn man heeft boxen in de rotsen rond het vijvertje gebouwd, heerlijk als je in het zonnetje ligt te braden.’
IN SCHIEDAM woont Leny Rietveld. Samen met haar vriendin Monique Mohsen geldt ze nationaal als een van de allertrouwste Bauer-fans.
Leny: 'Frans Bauer is, zeg maar gerust, de rode draad door m'n leven.’
Monique: 'Steun en toeverlaat, zeker weten.’
Leny: 'Het is voor ons even huisvrouw-af zijn.’
Monique: 'Is de boel aan kant, bellen we Laura van de fanclub: hoi, hoe is het, zeg, waar zingt-ie vanavond? En gaan we weer lekker naar Frans. Even de accu opladen, zeggen we altijd maar.’
Leny: 'Het gezin staat voorop, maar minstens eens in de maand moeten we naar Frans.’
Monique: 'Emotioneel doet het ons gewoon heel veel.’
Leny: 'Mijn favoriete nummer is “Eens komt er een dag”. De eerste keer dat hij dat zong, ik zat toen met een gigantisch probleem, keek hij me recht aan. Toen wist ik: eens komt die dag ook echt. Dat geeft hoop.’
Monique: 'Mijn favoriet is “Verloren”. De vrolijker nummers vind ik vooral lekker tijdens het soppen.’
Leny: 'Als ik blij ben draai ik “Viva holiday” of “Zet vandaag de bloemen even buiten”.’
Met concerten komt Frans Bauer met hen altijd wel even een praatje maken, zeggen de twee.
Monique: 'Hij kent ons persoonlijk. We mogen ook backstage.’
Leny: 'We geven hem altijd een paar sokken. Op de fanclubdag heeft hij ten overstaan van al die andere fans onze sokken aangetrokken. Een afgunst dat we toen ervaren hebben.’
Monique: 'Iedereen probeert zo'n band met Frans te krijgen als wij hebben. Andere fans zijn ontzettend jaloers. Woedende blikken krijgen we toegeworpen. Vooral van jonge meisjes met spaghettibandjes en korte rokjes. Wij zijn geen achttien meer. Toch hebben we iets heel speciaals met hem, zegt hij zelf ook altijd.’
Leny: 'Wij hebben zo veel gesigneerde foto’s. Menigeen is er jaloers op.’
Ze laten fotomapjes zien. Telkens Frans, met dezelfde blinkende grijns, die zijn armen over hun schouders heeft liggen.
Monique: 'Na het concert in Den Haag zijn twee bandleden verongelukt. Kwam hij naar ons toe de volgende keer dat we hem zagen. Om erover te praten. Doet hij echt niet zomaar met iedereen.’
Leny: 'Mij heeft hij met m'n twaalfeneenhalfjarig huwelijk een poster met gelukwensen gestuurd.’
Leny heeft Frans Bauer voor het eerst gehoord op een schlagerfestival in Kerkrade.
Leny: 'Ik was toen nog fan van Danny Christian. Tot Frans Bauer het podium op kwam. Ik wist meteen: die gaat het maken.’
Monique: 'Toen heeft ze mij overtuigd en zijn we samen naar het concert in Vlaardingen geweest. Ik was gelijk verkocht.’
Leny: 'Toen De regenboog uitkwam, uren hebben we samen in de rij gestaan.’
Monique: 'En we hebben in een slaapzak gelegen voor Ahoy. Een moordnacht was het.’
OP HET TAPIJT strekt een langharige kat zich uit.
De dames nemen een Frans Bauer-fotolijstje van de schouw en brengen het dicht bij hun gezicht.
Leny: 'Het is een hele normale jongen, maar een ontzettende lieverd. Hij komt ook uit een nestje waar de soep pruttelt en de koffie altijd klaar staat. Zoals wij. Gewoon gezellig.’
Monique: 'Het is een heerlijk joch waarvan je hoopt dat het ooit je buurjongen wordt.’