Gewoon in alcohol

Al is het bijna dag, officieel was het nog nacht. Op een te verwaarlozen aantal inwoners na ligt heel het land vast te slapen. Tot in Hurdegarijp toe. Gezonde mensen en zieke mensen. Dan heb je nog de schijndoden, maar dat is een heel andere categorie. Wat ook geldt voor podagrapatiënten en zij die door synovitis zijn aangegrepen.

Het gedempte maar constante licht boven ons wierp een grote, hinderlijk perfecte cirkel op de vloer. Op de zeshoekige tegels, die de tint van luchtzeep hebben, in de brede en lange gang waarin wij staan. Rechts van mij is een deur. ‘Hier wachten!’ staat op een stuk papier geschreven. Het zit, keurig in het midden, met regelmatig afgescheurde stukken pleister op het geschilderde hout bevestigd. De lijnen waarin de tekst is vervat niet al te zwart en dik. Zodat de mededeling geen vermaning maar eerder een belofte schijnt te verspreiden. Merkwaardig, maar ik voelde een aangename rust over mij komen. Ziekenhuizen waren mij eigenlijk vreemd, dacht ik. Opkomende lichte kwalen was ik gewoon in alcohol te smoren, arm- of been- of andere breuken heb ik nog nooit gehad. Maar waarom, zo bedacht ik ook onmiddellijk, zou het vreemde per se angstaanjagend zijn? Het ene vreemde is tenslotte het andere niet. Juist op dat moment bereikte mij een bijzonder gerucht, afkomstig vanuit de op de grond geprojecteerde cirkel. Als om mijn stelling te onderschrijven was deze nu ook veel minder irritant dan daarvoor. Omdat in het midden ervan opeens een in eenvoudig verpleegsterslinnen geklede vrouw zichtbaar was. Zij verhief zich op de grote blote teen van haar rechtervoet en begon, zonder merkbaar dieper dan normaal te ademen, aan de uitvoering van een serie beheerste fouettées. Waarbij haar krullen, van achteren elk langer dan een oude Haarlemse voet, als verse schelvis om haar hoofd spartelden. Karbonkels waren haar lippen. In haar ogen de weerschijn van nevelsteen en een huid als Parisch marmer. Toevallig ook nog borsten omhullend die de wijzerplaten van de Keulse dom nabij komen en ga zo maar door. Alles was van heb ik jou daar.