Film: ‘Eighth Grade’, warm en gevoelvol

Gewoon jezelf zijn

Bo Burnham, bekend van zijn politiek incorrecte stand-upvoorstellingen, maakte met zijn regiedebuut Eighth Grade een warme en ironievrije film over een aan sociale media verslaafd tienermeisje.

Elsie Fisher (links) als Kayla in Eighth Grade, regie Bo Burnham © Cinemien

Tegen het eindevan Make Happy (2016), Bo Burnhams bruisende stand-upvoorstelling die draait om het doorbreken van verwachtingen, om alledaags ongemak en om politieke incorrectheid, richt de Amerikaanse cabaretier zich direct tot zijn publiek. De muziek op de achtergrond valt weg, zijn stem lijkt iets zwaarder te worden, hij praat langzamer. Bij Burnham betekent dat: opletten geblazen. Steevast wanneer hij serieus wordt of lijkt aan te sturen op een duidelijke rode draad in zijn voorstelling, een afgebakende boodschap, slaat hij halsoverkop een andere toon aan. Hij neemt zijn toeschouwers of – nog vaker – zichzelf op de hak, laat zich door een onzichtbare voice-over uitschelden, gaat een nummer spelen waarmee hij eerdere woorden ontkracht. Dat maakt zijn comedywerk ook zo sterk: bij Burnham weet je nooit precies wat er komen gaat. Hij komt niet tegemoet aan vooroordelen van het publiek; hij benoemt ze en speelt ermee.

In Make Happy – zijn beste show tot dusverre – haalt hij meermaals doelbewust de angel uit een net vertelde anekdote door die prompt tegen te spreken. Of door hardop te benoemen dat hij een grap maakt. Bijvoorbeeld als hij net een liedje heeft gezongen over ‘straight white males’ zoals hijzelf, waarom die het zo zwaar hebben: ‘the women want rights, the gays want kids’, en ‘the blacks’ die… tja, niet ‘the blacks’ genoemd willen worden. Zo uitgeschreven klinkt het enigszins puberaal, een deel van Burnhams werk is dat ook wel, maar dan wel op de beste manier denkbaar: spitsvondig en energiek, politiek incorrect, niet pleitend voor een goede zaak of tegemoet komend aan een gemeenschappelijke moraal. Meteen na dat liedje zegt hij namelijk hardop: dit was ironisch. Ik heb niets om over te klagen. Waarna hij in één adem doorraast met een – toch wel wat klagerige – volgende sketch, er zit voor de kijker geen moment van ontspannen bij.

En dan is er dus dat moment aan het einde van de voorstelling. Ineens – zoals bij Burnham het meeste ineens gaat, zijn verhalen op het podium springen van de hak op de tak – heeft hij het over moderne jongeren. De permanente nadruk op het ‘ik’, het alomvattende zelfbewustzijn. ‘Social media is the market’s answer to a generation that demanded to perform. (…) The market says: here, perform everything to each other, all the time, for no reason. It’s prison.’ Wat volgt is bijzonder, want er volgt eigenlijk niets. Geen kenmerkende kwinkslag. Geen knipoog. Geen ontregelende toevoeging. Het lijkt iets te zijn wat Burnham werkelijk aan het hart gaat. Iets waarbij zelfs hij nadrukkelijke ironie niet vindt passen.

Die zinnen over sociale media hadden stuk voor stuk goed kunnen dienen als ondertitel van Eighth Grade, de serieuze, strakke speelfilm waarmee Burnham (Massachusetts, 1990) nu als regisseur debuteert. Hoofdpersoon is de veertienjarige Kayla Day (voortreffelijk gespeeld door filmdebutante Elsie Fisher, die meteen werd genomineerd voor een Golden Globe). Kayla is een wit, nogal gezet meisje dat meer naar haar telefoonscherm kijkt dan naar haar omgeving. Ze woont samen met haar vader en staat op het punt naar een nieuwe school te gaan; eighth grade (het equivalent van onze tweede klas) is haar laatste klas voor een bij voorbaat roemruchte highschooltijd. Daar, in die nieuwe omgeving, moet het gebeuren, daar moet haar leven eindelijk een wat lossere en gelukkigere vorm krijgen, maar vooralsnog heeft ze geen idee hoe zich te gedragen. Alsmaar is ze bezig met Instagram en Twitter, zelfs tijdens het avondeten houdt ze het liefst haar oordopjes in. En op haar eigen YouTube-kanaal plaatst ze ondertussen filmpjes van zichzelf, die tot de hoogtepunten van Eighth Grade behoren: het gezicht van Kayla pontificaal in beeld, met de make-up nog zichtbaar die ze vlak daarvoor secuur heeft aangebracht. Daarna: haar zoekend uitgesproken tips voor tieners met dezelfde problemen als zij – gevoelens van isolement, angst voor onzichtbaarheid. Een van haar lessen: niet te veel aandacht besteden aan zoiets als make-up, gewoon jezelf zijn.

Elk uur die lokroep van de bevestiging die er te halen is via een scherm

Grote woorden, geheel volgens de moderne online voorschriften niet al te zwaar geanalyseerd en met de nodige opgetogenheid uitgesproken. Maar, en daarin schuilt het knappe en schrijnende van Eighth Grade: het lukt Kayla maar niet zich aan haar eigen leefregels te houden; ze heeft amper een ‘zelf’ ontwikkeld. In haar video’s zegt ze weliswaar dat ze open is maar op school krijgt ze pardoes een prijs voor stilste leerling van het jaar; als ze al praat verslikt ze zich in stopwoordjes ‘like’ en ‘cool’. Ze zwijgt dagenlang tegen haar vader, valt stil wanneer ze mag aanschuiven bij vier potentieel nieuwe vrienden die in een hamburgertent rondhangen. En ze verstijft al helemaal als even later een oudere jongen haar probeert te dwingen om zich uit te kleden – nog zo’n beklijvende scène, even lijkt Eighth Grade hier van goed behapbaar komisch drama uit te monden in een gruwelijke verkrachtingsfilm. Maar Burnham waakt voor al te groot of vet aangezet leed. Er wordt niet fanatiek gescholden, er vloeit geen bloed, er zijn geen diepe trauma’s. De pijn zit juist in het dagelijkse: iedere ochtend weer dat sociale spel met leeftijdgenoten, elk uur opnieuw die lokroep van de sociale media en de bevestiging die er te halen is via een scherm.

Prison, inderdaad, om Burnhams eigen woord aan te halen.

Gelukkig laat geen enkel personage in Eighth Grade zich verleiden tot zulke termen of expliciete duidingen van deze tijd, het is geen opiniestuk vervat in een speelfilm. Nee, het script – ook geheel geschreven door Burnham, waarmee hij zijn reputatie van alleskunner verder verstevigt – laveert juist behendig om de zwaarte heen, met een frisse soundtrack, soms flitsende montages, enkele komische terzijdes. Helemaal prettig: Kayla wordt ondanks haar sociale gebreken en onaantrekkelijkheid nergens een eenduidig slachtoffer of zielepoot. Ze is typisch een verschijning over wie Burnham op het podium een grap had gemaakt, al is het maar omdat hij het standpunt aanhangt dat over alles een grap gemaakt mag worden (vandaar ongetwijfeld ook zijn voorliefde voor Hans Teeuwen, die hij veelvuldig heeft genoemd als voorbeeld). Maar in Eighth Grade wordt niemand voor schut gezet. Zonder daar al te opzichtig naar te hengelen roept Burnham stukje bij beetje mededogen voor zijn hoofdpersonage op; haar kwakkelende bestaan, de geforceerde grijns waarmee ze zichzelf ongevraagd weer uploadt en de wereld in schiet.

Bo Burnham, Make Happy © KC Bailey / Netflix
Kayla wordt ondanks haar sociale gebreken nergens een zielepoot

In Amerika ging de verschijning van Eighth Grade niet alleen gepaard met veel lof, maar ook met verbazing: was dit serieuze tienerdrama werkelijk bedacht en geregisseerd door die spitsvondige, ironische cabaretier van slechts 28 jaar oud?

Van buitenaf gezien vormt Eighth Grade inderdaad een stijlbreuk met het oeuvre van Burnham, maar wie beter kijkt ziet hoe goed deze film daar eigenlijk in past. Niet alleen vanwege dat al aangehaalde citaat, maar vooral omdat hij vanaf zijn doorbraak steeds meer op het spel durft te zetten. Toen hij alweer twaalf jaar geleden doorbrak – als middelbare scholier nog – deed hij dat als droogkomische popmuzikant via, jawel, zijn eigen YouTube-kanaal. Zijn doorbraak heette My Whole Family Thinks I’m Gay en tja, dat nummer was net zo flauw als de titel doet vermoeden. Toch kwamen Burnhams grootste talenten hier al bovendrijven: zijn timing, zijn grote vermogen voor banaal ongemak, de ongegeneerdheid waarmee hij zichzelf voor schut zette. In de jaren daarna bracht Burnham meerdere satirische albums uit, licht verteerbare popplaten waarop hij onvermoeibaar piano speelde en alles en iedereen op de hak nam, hij werd tijdelijk acteur, schreef een eveneens komische poëziebundel, en begon met zijn stand-upwerk.

Het loont om Burnhams twee bekendste solovoorstellingen achter elkaar te bekijken. Niet omdat elke grap raak is, en zelfs niet omdat Burnham de kijker permanent alert houdt met almaar die toonveranderingen, maar omdat zo goed waarneembaar is hoe zijn werk zich ontwikkelt. Tijdens de voorstelling What (2013) laat hij vooral zien dat hij heel veel kan, dat hij vaste elementen van comedy het liefst onderuit haalt: hij rapt, hij zingt, hij vertelt, hij sprint heen en weer van en naar de piano en begint dan zogenaamd te masturberen, hij maakt een ‘slow joke’ voor ouderen die daadwerkelijk in slow motion wordt gepresenteerd – een soort slimste en snelste jongetje van de klas is hij daar. Tijdens Make Happy staat er al voelbaar meer op het spel; de sketches zijn scherper, Burnham verzet zich hardop tegen de premissen van stand-upvoorstellingen en betrekt zijn publiek meer bij zijn werk – waarbij hij zichzelf ook af en toe een opmerking toestaat die hij niet meteen onderuit haalt.

Zo bekeken is het helemaal niet zo gek dat hij zich nu heeft gewaagd aan een ernstige, volwaardige speelfilm. Wel is het wonderlijk dat Burnham zich, wat hij ook onderneemt, maar niet lijkt te kunnen verslikken in zijn eigen ambities. Eighth Grade is geen modern meesterwerk of perfect uitgebalanceerd geheel, de toon schommelt soms wat onwennig tussen zwaar en lichtvoetig, en het karikaturale ligt op de loer bij Kayla’s excessieve telefoongebruik. Maar bovenal is dit een zorgvuldig gemaakte, ironievrije en uiteindelijk ook warme film – geen eindpunt in Burnhams loopbaan, geen climax, maar een zoveelste indrukwekkende vervolgstap. Te meer omdat Eighth Grade ook nog eens draait om een heel wezenlijk onderwerp, laten we dat niet vergeten: jongeren van nu en hun soms vanaf de peuterschool al dominerende telefoonverslavingen. Iets waar weliswaar volop over gepraat en geschreven wordt, maar waar amper goede verhalen over verschijnen.

Ook wel begrijpelijk: zodra iemand – een schrijver, een scenarist, een regisseur – bij machte is kunst te maken van zijn of haar jeugd loopt-ie al weer jaren achter. Anders gezegd: vaak komen films waarin de moderne tijd centraal staat zodoende toch neer op een net niet geslaagde poging van ouderen om de wereld van jongeren te benaderen. Het schijnt dan ook dat Burnham bij het maken van Eighth Grade alweer enkele malen gecorrigeerd moest worden door zijn hoofdrolspeelster. Zo was Kayla in de eerste versie van het script verslingerd aan Facebook, maar toen Elsie Fisher het script las zei ze: niemand die ik ken gebruikt dat nog. Het werd meteen aangepast. Gelukkig maar. Want het gaat in dit regiedebuut niet om Burnhams gelijk of zijn maatschappelijke visie, het gaat erom dat het leven van een kwakkelende, geïsoleerde jonge tiener anno 2019 zo overtuigend mogelijk wordt getoond. Opdat we ons, al is het maar even, kunnen onderdompelen in een wereld die niet de onze is. En waar uiteindelijk ook echt niet veel om te lachen valt.


Eighth Grade, vanaf 21 februari in de bioscoop te zien. What en Make Happy zijn te zien op Netflix