Gewoon pech

Internist noch neuroloog noch psychiater hadden oorzaken gevonden voor de drie jaar durende uitputting, met bijverschijnselen die elk apart een overigens gezond mens veel levensvreugde zouden benemen - waaronder niet kunnen lezen en radio luisteren, geen tv kijken. Elke arts verklaarde haar ernstig ziek, termen noemend als Chronisch Vermoeidheids Syndroom en ME. De WAO-keuring werd verricht door een psychiater en leek ons een formaliteit.

De ontvangst in het ziekenhuis was ijzig, van receptioniste tot arts. De rolstoel werd bekeken alsof het ding zelf simuleerde. De reis, op een tijdstip waarop ze in bed had moeten liggen (ze lag ‘normaal’ achttien uur ìn en vijf uur òp bed), had z'n effect gehad - al zou de arts verklaren dat 'tekenen van vermoeidheid niet te zien waren’. Fenomenale observatie, waarvoor hij toch al gauw negen jaar had doorgeleerd. Ze moest uren zitten, ze had het ijskoud (moe en twaalf kilo kwijt), ik mocht niet bij haar blijven. Ze moest lijsten met vragen beantwoorden, wat ze nauwelijks kon. Toen ze me om een sjaal riep, werd ik door de balie teruggeblaft - waar ik me, hoewel normaal zeer gehoorzaam, godlof niets van aantrok. Ter afsluiting legde de medicus de verdere procedure uit: het advies ging naar de ABP-arts die zou beslissen. Zijn kilte deed me verbluft vragen of hij ook negatief kon adviseren. Dat had ik heel goed begrepen. 'We gaan er tegenwoordig van uit dat mensen gewoon pech kunnen hebben in hun leven.’ 'We’: hij, de psychiatrie, de medische stand, keuringsartsen, het ABP. 'Tegenwoordig’: het was 1993, kort na de cultuuromslag rond de WAO - nooit beseft hoe politiek geladen een bijwoord kan zijn. 'Gewoon’: daarin had hij gelijk, ziekte en dood zijn even gewoon als gezondheid en leven, al is het weinig tactvol dat de zieke zo te offreren. 'Pech’: dank u dokter, wat u zegt: bandenpech, pech bij het kaarten en pech wanneer je je kracht, je werk en je sociale contacten verliest. En wij maar denken dat voor die laatste soort 'pech’ de WAO in het leven was geroepen.
Die nacht heb ik hem, te laat, over zijn bureau getrokken. Het advies was uiteraard afwijzend en formeel juist: niet psychiatrisch gestoord. Wel gaf hij op een vragenlijst met 76 vragen 76 maal aan dat er 'beperkingen’ waren. Zo gaf hij toe dat ze niet kon reizen (toch gestoten aan die rolstoel). Ze kon dus niet naar haar werk, maar arbeidsongeschikt: hoezo?
We zijn nu vier jaar, acht procedures, negen ziekenoppassen, twee advocaten, een traplift, tienduizenden guldens, honderd onderzoeken en erkenning van de ziekte door de Wereld Gezondheidsorganisatie, RTL4 en minister Borst verder. De rechter stelde haar in het gelijk. Het ABP in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep zal beslissen maar heeft nog nooit een zieke in het gelijk gesteld op basis van ME. De werkgever wil haar ontslaan - wat moet hij anders? - maar mag dat niet met ziekte als grond. Bij ontslag op andere grond zegt hetzelfde ABP dat haar 'niet arbeidsongeschikt’ verklaart: 'geen wachtgeld want mevrouw is ziek’. De ABP-arts die de beslissing nam, nodigde haar niet uit voor de gebruikelijke toelichting op de afwijzende beslissing: ze was immers te zwak om te reizen!
Je gezondheid verliezen is vreselijk. Vervolgens het helderste recht niet krijgen is weerzinwekkend. Heel, heel langzaam gaat ze vooruit. Ondanks het ABP.