Aftreden Jan Marijnissen

Gewoon voor de gewone man

In de aanloop naar de laatste parlementsverkiezingen viel in gesprekken met kiezers op hoe populair SP-leider Jan Marijnissen was geworden. Ook in kringen waar je dat zo een-twee-drie niet zou verwachten.
Op de vraag waar de warme gevoelens voor Marijnissen op gebaseerd waren, kwam steevast een antwoord waarin het gewone van de man werd benadrukt, de prettige manier waarop hij ingewikkelde problemen kan uitleggen, zijn oog voor de alledaagse beslommeringen van de Nederlandse burger en de gemoedelijke toon waarop hij dat allemaal over het voetlicht brengt. Zelden gingen die kiezers in op concrete voorstellen van de SP.
Bij de aankondiging van zijn vertrek als fractievoorzitter, dinsdagmiddag, zei Marijnissen dan ook dat hem ‘het in de steek laten van de kiezer’ het zwaarst valt. Marijnissen realiseert zich terdege dat een groot deel van het vertrouwen van de kiezer in de SP ‘ook persoongerelateerd is’, zoals hij dat zelf op de persconferentie omschreef.
Het legde de SP geen windeieren. Het aantal Kamerzetels groeide in 2006 van 9 naar 25, waarmee de SP de derde partij van Nederland werd. Voor Marijnissen was het een triomf. Toen hij in 1994 voor het eerst in de Tweede Kamer kwam, toen de SP voor het eerst volksvertegenwoordigers op het Binnenhof kreeg, had hij slechts één collega.
Veertien jaar lang was de naam Marijnissen synoniem voor de SP en omgekeerd. De fractievoorzitter kreeg vaak het verwijt oppermachtig te zijn en geen tegenspraak uit de partij of de fractie te dulden. Ma-rijnissen zelf ontkende dat altijd. Zoals hij dinsdag zei: de SP is niet Jan Marijnissen of omgekeerd.
Toch realiseert ook Marijnissen zich hoe ingrijpend de stap is die hij heeft genomen, ook al zei hij op de persconferentie ‘alleen een vrij eenvoudige mededeling te zullen doen’. Vanaf de oprichting van de lan-delijke SP in 1988 was Marijnissen partijvoorzitter én politiek leider, al heet dat formeel niet zo bij deze partij. Vanaf het moment dat hij in de Kamer kwam, was hij daarnaast ook nog fractievoorzitter. Een machtswisseling is voor de partij dan ook compleet nieuw. Volgens de scheidend fractievoorzitter is de partij echter volwassen geworden en daarmee in staat om het verlies van de eerste man en het kiezen van een nieuwe leider tot een goed einde te brengen.
Of dat lukt, zal niet alleen blijken uit de keuze van een nieuwe fractievoorzitter, vrijdag, maar ook uit de manier waarop de partij de komende tijd omgaat met de mogelijke onrust die elke machtswisseling met zich meebrengt. Want hoewel de meeste SP-Kamerleden openlijk beleden eerst het verdriet over het vertrek te willen verwerken, zal – als de SP inderdaad volwassen is geworden – ook in deze partij de strijd zijn losgebarsten op het moment dat Marijnissen dinsdagochtend in de fractie aankondigde om gezondheidsredenen de voorzittershamer neer te leggen.
Terwijl Marijnissen nog met zijn persconferentie bezig was, suggereerde SP-senator Kees Slagter al dat Kamerlid Jan de Wit als tussenpaus moet gaan fungeren. De vraag is dan direct: tussen wat in? Tussen nu en het moment dat er een nieuw gekozen leider is die blijkbaar nu nog niet in de fractie zit, niet in de persoon van Agnes Kant of Harry van Bommel? Of suggereerde Slagter dat er eerst meer zicht moet zijn op een toekomstige koers van de SP?
Marijnissen verwierp dinsdag de suggestie dat hij óók weggaat omdat de SP er in de peilingen minder goed voor staat: bij de recentste peiling van Maurice de Hond op 16 zetels, in de Politieke Barometer op 18. Dat mag gezien zijn jarenlange ernstige herniaklachten niet het geval zijn, in zijn timing zal Marijnissen – politiek dier als hij is – er wel degelijk rekening mee hebben gehouden dat hij beter nu kan weg-gaan dan vlak vóór nieuwe verkiezingen, omdat dat de partij meer tijd geeft om weer tot rust te komen. Vlak na de verkiezingen zou voor Marijnissen geen optie zijn geweest, want dat zou hem komen te staan op kiezersbedrog.
Bij de PVDA halen ze nu mogelijk even opgelucht adem. In de persoon van Jan Marijnissen hadden de sociaal-democraten een geduchte tegenstander die beter dan zij wist hoe je de ‘gewone man’ anno 2008 bij een partij en de democratie moet betrekken. Een man ook aan wie het verwijt van menige PVDA’er dat hij – zoals in 2006 – wegduikt voor regeringsverantwoordelijkheid niet blijft kleven. Niet voor niets wil PVDA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer het over een andere boeg gooien en gaf ze kort na haar recente aantreden te kennen met collega Jan een kopje koffie te willen drinken. Iets wat Wouter Bos in de laatste verkiezingsstrijd pas op het laatst deed, en dan nog met tegenzin.
Of de opluchting over zijn vertrek terecht is, zal de komende tijd moeten blijken. Marijnissen zelf gelooft erin dat hij in twintig jaar zijn partij zo heeft opgebouwd dat een nieuw gezicht kan zorgen voor nieuw elan en een nieuwe apotheose, oftewel nóg meer zetels. Zelf gaat de voormalige lasser uit Oss zich vanuit de Kamerbankjes richten op het bestuderen van de problemen van de 21ste eeuw: de globalisering, de vergrijzing en de toekomst van de publieke sector, want aan dat laatste kun je volgens hem de beschaving van een samenleving aflezen.