Gezagschaoten

Aanvankelijk deed het me met een zeker gevoel van tederheid aan vervlogen tijden denken. Toen was ik nog behoorlijk kinderachtig en vanzelfsprekend onvolwassen. In korte broek bracht ik mijn groene jaren, noblesse oblige, door tussen de crème de la crème van de schoolgaande jeugd uit de Val Saint André-buurt. Te midden van schoffies en spijbelaars, knikkervirtuozen en balkunstenaars. Allemaal kinderen uit ongeveer hetzelfde sociale weefsel, allemaal eensgezind en solidair toen de eerste straffen op ons hoofd neerkletterden. Maar plotseling, op een ochtend, herkende je je beste maatje niet meer. Gisteren nog vier handen op één buik, nu alleen maar vuisten die de jaszakken deden bollen. Ineens stond je tegenover een onbekende met een wegdraaiende blik en een mond vol fluimen. Vaarwel vriendschap, welkom blauwe plekken! Maar welke onbenulligheid had de breuk doen ontstaan? Voor je het wist was de escalatie in volle gang. De verse modder binnen handbereik. Teruggrijpen naar het vreedzame verleden kon niet meer. Op het schoolplein bepaalden alleen nog de spierballen het heden en de toekomst.

Met wat van mijn kinderblik is overgebleven sla ik tegenwoordig de gevechten op het Nederlandse schoolplein gade. De getrokken haren, de besmeurde en gescheurde kleren, de opgezwollen lippen en bloedneuzen sieren mijn horizon. De clans en sekten staan weer tegenover elkaar. De scheidslijn is overduidelijk. Maar het klopt niet meer, en mijn nostalgie slaat om in verbijstering: de schoffies van weleer zijn dikbuikige, kale en gerimpelde wezens geworden die onder het juk van de overgang hun hormoonspiegel zien barsten. Droef gezicht. Ze bekleden respectabele functies en als bewindspersonen of magistraten worden ze zelfs geacht onze chaotische wereld te ordenen. Maar dezer dagen blijken ze de enige echte klompendansende chaoten te zijn, die de zinloosheid van hun geweld nog niet doorhebben. Procureurs-generaal, officieren van justitie, burgemeesters, hoofdcommissarissen van politie en ministers zijn met gebundelde krachten bezig onze richtlijnen in de war te schoppen, onze lieflijk ingerichte wereld in een oerknal te laten ontploffen. Ze zijn de nieuwe anarchisten en vandalen, die ons leren hoe je het gezag te lijf moet gaan.
Buiten worden fietsen in de grachten gesmeten, jongens doodgetrapt, meiden groepsverkracht, hele wijken geterroriseerd. Uit wanhoop steken we een zee van waxinelichtjes aan. Zonder gehoord te worden, want binnen spannen de gezagsdragers samen met of tegen elkaar. Ze slepen zich van vergadering naar vergadering met kersverse complottheorieën, kort-gedingconcepten en ontslagprocedures in hun aktetas.
Hun ultimatums worden met de dag wereldvreemder: ‘Achtenveertig uur respijt om jouw rapportje van drie A4'tjes te lezen, of ik laat mijn Scuds en Patriots als een bommentapijt op je private gazon neerdalen.’ Vergeleken met hun rokerige vergaderzalen vol schuimbekkerij en anathema’s was het schoolplein uit mijn kindertijd een vredesparadijs.
Mijn vertrouwde visie op dit land, dat me in het verleden zoveel intellectueel comfort heeft verschaft, is aan herziening toe. Ik sta klaar om mijn schepen evenals mijn boeken en geschriften te verbranden. Foutje, geen dank. Nederland gezagsgetrouw, herkauwde ik te pas en te onpas met voldane suffisance als per ongeluk een mus van een dak was gevallen. Maar het is juist de autoriteit van zijn superieur die als een rode lap op de Nieuwe Nederlander begint te werken. Ik geen gezag, dan jij ook niet. Dit land van consensuszieke ja-knikkers is ineens beland in een monsterlijke gezagscrisis. Geen autoriteit is meer vanzelfsprekend. In mei zal Kok de zak krijgen van de kiezers. Op enkele hardnekkige pedofielen na zijn godshuizen leeggelopen. De laatste consciëntieuze dominees trekken op zondag naar Albert Heijn om in het gedrang van de 24-uurs economie de onverschillige koopjesjagers toe te spreken. De koningin verschanst zich in haar paleis en de troonopvolger zal straks via zijn kiesdistrict aan zijn kroon moeten zien te komen. Nederland conflictschuw? Maar het is hier een permanente ruzie en de nog te bouwen premiewoningen kunnen beter alvast als particuliere rechtszalen worden ingericht.
Maar de wreedste strijd wordt geleverd tussen ambtenaren en politici. De eerste soort beschouwt zichzelf als enige deskundige en verwerpt iedere vorm van politiek gezag. De tweede vreest voor zijn privileges, maakt af en toe wat excuses, manipuleert zich paars, bestelt tv-ploegen om tijdens media-etentjes het ontslag van ambtenaren wereldkundig te maken. Daarom is er in dit land van chaoten nog maar één manier om aan het onbehagen, de tv-camera’s en de ontslagprocedures te ontsnappen: thuis uitzieken.