Gezandstraald

Nog voordat Garth Risk Hallberg zijn bijna duizend pagina’s tellende debuutroman City on Fire publiceerde, in het Nederlands verschenen als Stad in brand, verkocht hij de rechten voor een tv-serie, en kreeg hij van zijn uitgeverij een voorschot van twee miljoen dollar. In die volgorde.

De cynischere kijk: zo’n aanpak, een hoog voorschot op basis van verkochte televisierechten (in plaats van: goed verkochte televisierechten volgend op een goed ontvangen roman), dwingt haast tot bewondering op basis van financiën in plaats van een visie.

Beide duidingen dwingen zich bij lezing op. Stad in brand schreeuwt, alleen al door de omvang, om de bekende adjectieven: episch, fantastisch, meeslepend, en de meest verschrikkelijke kwalificatie van allemaal: ‘tour de force’.

In haar interview met The Paris Review van dit najaar, stelt de Amerikaanse schrijfster Jane Smiley dat er vijf vormen van complexiteit bestaan voor de roman – complexiteit van taal, van onderwerp, van karakter, van plot, en van decor. À la recherche du temps perdu heeft waarschijnlijk de meeste complexiteit van alle romans, zegt zij: gecompliceerde karakters, complexe taal, een groots onderwerp en een grandioos decor, maar als je scherp zou moeten zijn heeft het boek geen werkelijk complex plot, en dat gaat ook niet, zegt ze: wie te veel complexiteit schept, verliest de gemiddelde lezer.

Hallberg zal zich dat bewust zijn geweest. Dus heeft hij zijn boek gezandstraald. Hallbergs stijl wil voor een breed publiek complex zijn, waardoor het een vreemde combinatie van suggestief en uitleggerig schrijven wordt; de plot moet complex zijn, maar niet te (dus worden er ongeloofwaardige verbindingen gelegd om de moord op een student die op een oudejaarsavond in Central Park plaatsvindt het zwaartepunt van te veel levens te maken), de karakters moeten diep zijn maar ook breed (is er zowel een Afro-Amerikaanse homoseksuele schrijver als zijn vriend, een heroïneverslaafde trustafarian die schildert, met een zus die getrouwd is met een trader op Wall Street, alsook een oude vuurwerkmaker met een dochter op wie een jongen uit de suburbs verliefd is; en tussendoor loopt er nog een ervaren, cynische politieman op krukken rond, en een punkrocker in leer uit een anarchiste groepering – een groepering die weer verbonden is met Charlie, de jongen met astma uit Long Island die verliefd is op Sam, de dochter van de vuurwerkmaker die de punkzines maakt), en hoewel ze allemaal focalisator zijn, blijven ze vaak clichématig geportretteerd; weinig ruimte voor diepgang, de trein moet door.

Het onderwerp van de roman, het onderwerp van bijna alle romans, hoe levens op elkaar inwerken, wordt overtuigender gebracht – de beschrijving van het New York van de jaren zeventig, het decor, een complexe onderneming voor iemand die de stad niet heeft meegemaakt (Hallberg is van 1978) is waarschijnlijk nog het meest geslaagd. Amerika, of: New York, als complexe kunst.

Medium hallberg 2c 20garth 20risk

In het verhaal zelf worden er twee pogingen ondernomen tot Great American Art: een schilderij van William Hamilton-Sweeney, de eerdergenoemde heroïneverslaafde erfgenaam, die het gezicht van New York op één doek wil vangen (uiteraard in zijn schilderstudio in de Bronx) en, een roman van zijn minnaar, de Afro-Amerikaan, Mercer Goodman, een schrijver afkomstig uit Georgia, die op Manhattan Engels doceert aan de geprivilegieerde kakkers uit de tweede klas van de – verzonnen, maar voorstelbare – Wenceslas-Mockingbird School for Girls. De ontmoeting tussen het Zuiden en het Noorden, tussen man en vrouw, tussen zwart en wit. Alles zit erin.

Hallbergs boek wil de lezer niet iets tonen, maar alles

Mercer zegt zelf over zijn roman: ‘I wanted to explore again the old idea that the novel might, you know, teach us about something. About everything.’ Die laatste toevoeging is cruciaal. Hallbergs boek wil de lezer niet iets tonen, maar alles. Alles over kunst, politiek, rassenrelaties, ambitie, familie(zonde), verslaving, schuld, straf, misdaad en vergeving. Culminerend in een apotheose tijdens de New Yorkse black out van 13 juli 1977.

Het grootste gevaar van the Great American Novel is de Jonathan Franzen-valkuil: de roman als een geforceerde en vaak niet zo geslaagde poging een heel land (of een hele stad) cultureel en intellectueel te willen vatten. Een boek is goed, niet als er niets aan kan worden toegevoegd, maar als er niets kan worden weggehaald. Maar wie alles wil vertellen, kan niets weghalen. Alleen: het is niet mogelijk met één boek alles over alles te zeggen.

Maar, zoals gezegd: het is in ieder geval ambitieus. En de slothoofdstukken van de black out zijn fantastisch, in taal, plot, en setting, en meeslepend; ze wekken een vreemde wereld tot leven. Helaas zijn er tijdens de achthonderd pagina’s daarvoor te veel karakters te veel cliché gebleven, zijn er te veel gezochte bruggetjes geslagen om levens te verbinden.

Het grote verschil tussen The Wire of Breaking Bad en een roman is dat een boek de lezer de gedachten en geschiedenis van karakters kan tonen, maar ook veel van Hallbergs innerlijke monologen zijn wat vlak. En lang. Eén innerlijk monoloog over de achtergrond van Pulaski (de detective van het verhaal) duurt meer dan drie bladzijden. En op die drie bladzijden gebeurt er verder niets wat niet in één zin kan worden beschreven: hij vindt een spijkerbroek. Drie bladzijden op duizend is misschien niet veel, het blijven drie lange bladzijden.

Hallberg dacht tijdens het schrijven van Stad in brand af en toe waarschijnlijk wel: voor wie schrijf ik dit boek? In New York, weet ik, de stad waar hij woont, zijn de hoge gebouwen soms overweldigend: op al die verdiepingen wonen mensen en die kijken op zondag allemaal Game of Thrones. Op hbo. Moet het ook niet mogelijk zijn dat ze allemaal mijn boek lezen? Op basis van de ambitie van dit boek verdient het een groot lezerspubliek. Op basis van de uitvoering iets minder.


Garth Risk Hallberg is 18 januari te gast bij het John Adams Institute in Amsterdam; john-adams.nl

Foto: Mark Vessey