Marina Abramovic, Time Based Arts

Gezicht van een overlevende

Marina Abramovic

Time Based Arts

Tot en met 5 juli 2003 in Montevideo, Keizersgracht 264, Amsterdam. Telefoon: 020-6237101. Openingstijden: dinsdag tot en met zaterdag van 13.00-18.00 uur

Na een bezoek aan een tentoonstelling zijn er meestal wel een of twee overheersende ideeën die vorm en inhoud van de bespreking zullen gaan bepalen. Bij Marina Abramovic wordt de bespreker deze luxe van het overzicht niet gegund. Met een hoofd vol ideeën, abstracte ontroering en verbazing, loop ik, na twee uur performance- en videokunst te hebben gezien, volzinnen en invallen mompelend over de Keizersgracht terug naar huis.

Ik kan gaan schrijven over de betekenis van de perfomancekunst in het huidige tijdsgewricht, ik kan ook schrijven over de vrouw zelf. Over haar, naar menselijke maatstaven, toch behoorlijk maffe levensloop. Over Abramovic, de ster. Abramovic, de ex-geliefde van. Abramovic, de belichaming van de opkomst en ondergang van de vrije westerse vrouw. Abramovic, de boeddhist. Ja, ik zou zelfs kunnen schrijven over Marina Abramovic, de kunstenares.

En ook zijn er met gemak achthonderd woorden te vinden die tekortschieten in het beschrijven van de soms aandoenlijke ernst van de vroege performances en het prachtig nerveuze publiek dat erbij was.

Het viel mij op dat het leeuwendeel van de bezoekers van de huidige tentoonstelling bestond uit vrouwen van laat middelbare leeftijd. Sekse- en generatiegenoten van de kunstenares.

«Klopt dat?» vroeg ik aan de caissière van Montevideo. Ze moest even goed nadenken, maar toen: verdomd, ja! Het was waar.

Babyboomster, in verzet tegen ouders, opvoeding in een door mannen gedomineerde wereld. Overwint tegenstanden. Vecht zich vrij. Lijkt een definitieve bestemming te vinden in een allesbepalende romance. Wordt in de steek gelaten. Moet helemaal opnieuw beginnen. Maar met succes. Ze is wat men in de feministische belevingswereld een «sterke vrouw» noemt.

Thuisgekomen blader ik door haar — in meer dan een betekenis — lijvige monografie Artist Body en om niet opnieuw verstrikt te raken in te veel gedachten, dwing ik mezelf te concentreren op één facet: Abramovic, het gezicht.

Een gezicht dat voortdurend neigt naar glamour, en daarbij de laatste jaren iets majesteitelijks heeft gekregen. Heersend over de omstandigheden. Ze heeft het allemaal meegemaakt, gedaan en gezien, en nu is er rust.

Midden jaren zeventig vertoont ze een treffende gelijkenis met Patty Hearst. Een knappe terroriste. Bondgirl van de avant-garde: adembenemend en levensgevaarlijk. Een gezicht dat gezien wil worden, maar waaruit de emotie zo goed als weggevlakt is. Transparant is geworden. Dertig minuten lang met je kop tegen een pilaar beuken en toch strak en onaangedaan uit je ogen blijven kijken. Dat gezicht. Het gezicht van een overlevende.

Het gezicht ook van de enige filmster die de performance- en videokunst ooit heeft voortgebracht. Haar relatie met Ulay even mythisch, voorbestemd en uiteindelijk even onmogelijk als die van Taylor en Burton. Dat gezicht is haar belangrijkste canvas, en die steriele, schijnbaar onaangedane, maar tezelfdertijd hyperemotionele uitdrukking ervan, haar belangrijkste werk.

Het is daarom onmogelijk haar oeuvre — inhoudelijk en emotioneel — los te zien van haar uiterlijk en presence. Zonder haar intense aanwezigheid zouden de performances van veel geringer kunsthistorisch belang zijn geweest dan nu het geval is.

Hoewel haar werk zich sinds 1988 — het jaar waarin de relatie en samenwerking met Ulay werd verbroken — zelfverzekerd heeft ontwikkeld in de richting van theater en sculptuur, zal haar naam altijd verbonden blijven met de jaren zeventig. Nooit heeft zij meer in haar tijd gestaan dan in die jaren. Centraal. Alle aandacht opeisend. Zij was en is hét gezicht van de zoekende, alles uitproberende eerste naoorlogse generatie westerlingen.

Wanhopige babyboomers in een heroïsche strijd verwikkeld met die Moeder aller Vragen: wie ben ik?

Een wezensvraag die in het welvarende en vredige Westen van na de Tweede Wereldoorlog een uitstekende voedingsbodem vond. Bij gebrek aan een eigen oorlog werd eerst andermans oorlog emotioneel geannexeerd, maar richtte de woede zich uiteindelijk tegen vragenstellers zelf. Orde zoekend in een werkelijkheid die nog nooit zo overvloedig was geweest.

Dit alles dus, en veel meer, te zien op een indrukwekkende overzichtstentoonstelling. Een personality-show die uitstekend zou kunnen dienen als achtergrond voor de presentatie van haar eigen pafum. Marina: you’ve seen it all, now smell! Een bedwelmende geur voor de vrouw én man van toen. In elke flacon een druppel van haar bloed.

Marina. Vrijdagmiddag, 8 mei 2003 tussen drie en vijf uur ’s middags was ik verliefd op het intense gezicht van Marina Abramovic. Een gezicht dat in een constante stille extase lijkt te verkeren.

In een interview vertelt ze hoe ze tot haar 29ste bij haar moeder in huis woonde. En volwassen vrouw of niet, moeder eiste van haar dochter dat die iedere dag voor tien uur ’s avonds thuis zou zijn. Belgrado, eind jaren zestig. En dus werkte Marina al die performances waarin ze zichzelf naakt voor publiek kastijdde of met een scheermes bewerkte voor tien uur ’s avonds af. Om op tijd weer thuis te zijn.

Hoewel het ’s mens lot is te dwalen in de wetenschap dat er van elke harde waarheid wel een aantrekkelijke vervalsing is te vinden, lijkt na lezing van deze anekdote één ding zeker: van Marina Abramovic is er maar één. En ze is echt.