Gezin in golvende wei

Wenen 1900: Portret en interieur. Van Gogh Museum, Amsterdam, tot 15 juni.
Hun ogen zijn zo'n beetje dichtgeschilderd, hoewel ze ons duidelijk recht aankijken, met de starheid van een groepsfoto uit de vorige eeuw. Hun neuzen zijn al lang verdwenen en monden hebben ze nauwelijks.

Het portret is een triomfantelijke overwinning op het precieuze detail, op de psychologisering, op de omschrijvende lijn. De geel en groen trillende achtergrond roept een zinderende zomerse dag op, de met een bruine vlek aangeduide boom verankert het gezin stevig in de woest klotsende kleurmassa. Onder een boom die maar geen schaduw werpt, rusten Arnold, Mathilde, Gertrud en Georg Schönberg, hun lichamelijke samenhang grotendeels verwoest maar herkenbaar aan hun haartooi: de rode strikjes van Gertrud, de blonde krulletjes van de kleine Georg, het karakteristieke kapsel van Mathilde en de afwezigheid van kapsel bij Arnold. Hun uitdrukkingsloze ogen zijn gefixeerd op de meedogenloos ontledende blik van Richard Gerstl.
Nauwelijks afgestudeerd en hevig geïnteresseerd in muziek kwam Gerstl in zijn geboortestad Wenen in contact met Arnold Schönberg, die net was begonnen met schilderen. De aanraking met de nonconformistische Gerstl bracht Schönbergs interesse in een stroomversnelling. Van zijn kant doordrong hij de piepjonge schilder van de noodzaak artistieke overtuigingen compromisloos te handhaven. Dat deed Gerstl - tot de dood erop volgde. Zijn zelfmoord was een onafwendbare catharsis van de crisis waarin zijn komst het gezin had gedompeld.
Triviale biografische wetenswaardigheden kunnen een schilderij er geheel anders laten uitzien. Richard Gerstls kortstondig liaison met Mathilde Schönberg geeft het gezinsportret een volstrekt andere lading. Op de mijlpaaltentoonstelling Traum und Wirklichkeit: Wien 1870-1930 in 1985 werd het zomer 1907 gedateerd, tijdens de eerste vakantie waarop Gerstl de Schönbergs vergezelde naar Gmunden aan de Traunsee. En ja, de onbevangen verhouding tussen gezin en huisvriend straalt van het schilderij. Alles is kleur en warmte, en de vier gezinsleden zijn met evenveel aandacht en liefde geportretteerd.
Maar op de tentoonstelling Wenen 1900: Portret en interieur in het Van Goghmuseum krijgt het 1908 mee, het jaar van de fatale zomer in hetzelfde Gmunden, waar Mathilde zich met haar jonge minnaar uit de voeten maakte en zich in Wenen door Anton Webern liet overhalen terug te keren naar haar wettige echtgenoot. En inderdaad, nu is Gerstl ineens niet meer het vijfde wiel aan de wagen maar een actief deelnemer aan zijn gezinsportret, een indringer die zijn rivaal al bijna het doek heeft uitgeschilderd en alleen oog lijkt te hebben voor die ene.
Expressionistische kunstenaars zijn erg gevoelig voor erupties in hun privéleven. Als gevolg van de affaire speelde Schönberg met de gedachte aan zelfmoord; hij schreef een pessimistisch getint testament. Toch zou hij tot Mathildes dood in 1922 gelukkig getrouwd blijven. Gerstl verging het een stuk slechter. In de nacht van 4 op 5 november 1908 hing hij zich op, na al zijn documenten, brieven en een deel van zijn schilderwerk te hebben verbrand. Pas in 1931 werden de resterende schilderijen flink beschadigd teruggevonden bij een expeditiefirma. Schönbergs schilderkunst beleefde een ommezwaai na de dood van de ‘gewissen Herr Gerstl’ die 'in mein Haus eindrang’. In toenemende mate schilderde hij visioenen in de vorm van gezichten en 'blikken’, die hij als belangrijker werk beschouwde dan de landschappen en portretten die hij tot dan toe kwastte. Hij gaf het zelf toe: hij was geen schilder, laat staan een virtuoos als Gerstl, maar diens revolutionair vrije wijze van schilderen maakte een diepe indruk op de componist. Nu, negentig jaar later, worden wij verpletterd door dat gezin in die golvende wei.