Gezocht: een peetvader

Jurgen Roth, Marc Frey, Het verenigd Europa van de mafia. Uitgeverij van Gennep/Kritak, 416 blz., f49,50
MET DE OVERIGENS vermakelijke artikelen over Het Komplot in De Groene Amsterdammer van vorige week werd de suggestie gewekt dat de komplottheorieen van nu vooral flink gaargestoofde potjes zijn met een nadrukkelijke New Age-geur. Ufo’s, sekten, al dan niet satanisch, aangemaakt met snuifjes joodse komplotten, al dan niet geprakt door Duitse nazi’s die de ruimte in gaan, stevig doorbakken met het zweverigste eco-denken. Zo gek zijn die komplottheorieen dat ze ook niet leuk of leerzaam meer zijn.

De komplotliteratuur en het komplotdenken anno nu is zo uitgedijd een vooral zo divers dat ikzelf - een liefhebber van het genre - het totaaloverzicht allang kwijt ben en dus ook niet zou durven stellen dat het inderdaad die misselijkmakende mystieke loot is die nu het snelst groeit. Het is zeker waar dat de links-ideologische tak wat verdord is (alleen Noam Chomsky produceert nog lustig voort). En als het over spionage-netwerken gaat, dan wordt natuurlijk vooral naar de Koude Oorlog verwezen en die hebben we gehad.
Toch wijdde het glossy - en in haar cynisme vooral zeer aardse - tijdschrift Vanity Fair deze maand haar halve inhoud aan de terrorist Carlos en aan ‘nieuwe bewijzen’ over de samenzwering rond de moord op J. F. Kennedy. Daar is dan echt geen woordje New Age bij. Ook op de toonzetting van de niet te stuiten publikaties over de georganiseerde misdaad past geen New Age-etiket. Komplotterig zijn de publikaties wel. En duister helaas ook vaak.
ONLANGS VERSCHEEN de Nederlandse vertaling van een boek van de Duitse journalisten Jurgen Roth en Marc Frey: Het verenigd Europa van de mafia. De tendens van dit boek is die van de meeste overzichtsboeken over de maffia: Let op, het netwerk is uitgebreider dan wij denken. Een relativerend boek over de georganiseerde misdaad zal wel niet snel verschijnen, want zonder paniek is er ook geen verkoop. (Tenzij het om de Italiaanse maffia in Amerika gaat, want dan gaat het namelijk over die goeie ouwe tijd dat de maffia zich nog niet met drugs bezig hield en vooral een curieus geheel was van ouderwetse normen en padvinderachtige rituelen.)
Roth en Frey zetten in met die hoge irritante toon die hun collega’s ook kenmerkt: 'Het gedrocht dat het hele Italiaanse overheidssysteem in zijn klauwen heeft en de politiek mede bepaalt, schijnt niet meer te stuiten te zijn. De mafia heeft Italie veroverd en ze staat nu op het punt Europa in te nemen.’ Let op de retorische truc: Wat in de ene zin nog waar 'schijnt’, is in de daaropvolgende zin al op miraculeuze wijze zekerheid geworden.
Een overeenkomst met de mystieke komplotdenkers in De Groene van vorige week is er zeker. Ook Roth en Frey tasten in een duister waar het rationele denken ons telkens lijkt te ontvallen, waar geruchten al gauw bewijzen zijn en waar cijfers uit het ongerijmde kunnen worden geplukt. Irritant vaak slaan Roth en Frey de lezer met de miljarden om de oren die in de diverse criminele circuits zouden omgaan. Het zal wel, denk je dan al snel. Of het zal niet. Maar wat zou het.
En ook de bronnen blijven natuurlijk mysterieus. Maar dat is heel gebruikelijk in misdaadverslaggeversland. Of het nu om Peter R. de Vries gaat of om Bart Middelburg; als het gaat om de vraag wie wat in welk verband en met welk doel heeft gezegd, moet de lezer vooral maar 'geloven’, want dan heet het dat de bronnen beschermd dienen te worden. Soms werken zulke blinde vlekken in een misdaadverslag spanningverhogend - als het bijvoorbeeld gaat over hoe gevaarlijk de wereld van de georganiseerde misdaad kan zijn - maar bij Roth en Frey is dat nooit het geval. Want in tegenstelling tot De Vries en Middelburg zijn deze journalisten namelijk bar slechte verhalenvertellers.
DE GROTE MAKKE waar Roth en Frey mee zitten is dat hun materiaal zo diffuus is. Want, anders dan ze suggereren, bestaat er natuurlijk niet zoiets als de Europese maffia, zoals er wel een Operatie-Delta heeft bestaan en een gijzeling van Heineken. In Europa bestaan misschien hoogontwikkelde organisaties, maar meestal is het alleen een tijdelijk noodverband. Soms wordt er ergens samengewerkt tussen de verschillende organisaties, maar even later werkt men elkaar weer tegen. Het zal verdomd moeilijk zijn om tot een adequate omschrijving van een dergelijke eigenlijk-niet-structurele structuur te komen. Maar het wordt er niet makkelijker op gemaakt wanneer het aan de lezer wordt overgelaten of Europa wordt bedoeld, of enkel Duitsland, of nee, eigenlijk alleen Frankfurt. Dat lijken Roth en Frey zelf ook niet goed te weten.
Als de auteurs een overzichtsanalyse willen geven, wordt hun taalgebruik wel heel zweverig: 'Zeker is dat er in Duitsland niet een grote peetvader is, een boven alle criminelen staande mafiabaas, en ook niet zoals in Italie een soort Cupola (het hoogste besluitvormende orgaan). Er bestaat ook geen hechte groepering die alle belangrijke sectoren van de misdaad beheerst. Wel zijn er machtige en minder machtige misdaadorganisaties, zeker ook een misdaadhierarchie, in elk geval een reeks criminele personen en groepen die onderling in meer of mindere mate contact met elkaar hebben.’
Na veel te veel ongestructureerde opsommingen, lukrake uitweidingen van Joegoslaven via Sicilianen naar Columbianen en na soms best wel spannende ontmoetingen in bijvoorbeeld Venezuela (hoezo Europa?) komen Roth en Frey supervaag tot een soort oproep voor mentaliteitsverandering op grote schaal. Veel mediteren dus maar.
VOOR DE Nederlandse uitgave werd Cyrille Fijnaut, hoogleraar in de criminologie, gevraagd voor een nawoord. Het is een verademing om na al dat zompige geschrijf van Roth en Frey in de overzichtelijke wetenschapswereld van Fijnaut te belanden. Fijnaut wijst eerst op het verkeerde gebruik van het woord 'mafia’ door Roth en Frey. Subtiel stampt hij het boek dat we net gelezen hebben daarna fijn: 'Door de nogal anekdotische schets van de problemen tonen de auteurs zelf aan - ongewild veronderstel ik - dat er van zoiets als een holding momenteel geen sprake is; de internationaal georganiseerde criminaliteit in Europa is niet hierarchisch gestructureerd. En de suggestie dat zich nu op de schaal van (het verenigde) Europa aftekent wat de mafia in Zuid-Italie heeft klaargespeeld, namelijk zich meester maken van grote delen van de economie en controle verwerven op belangrijke segmenten van het politieke leven, wordt al evenmin bewezen; de enkele grote corruptieschandalen, bijvoorbeeld in het stadsbestuur van Frankfurt, ten spijt. De titel van het boek is met andere woorden een vlag die de lading niet dekt.’