OPHEFFER

Gezondheid

Zo’n vijftien jaar geleden schreef ik een artikel over ‘Niet roken in Amerika’. Ik merkte een vreemde paradox op. In het land dat zich zo liet voorstaan op de persoonlijke vrijheid werd de vrijheid van het heerlijke roken geremd.
Onmiddellijk kreeg ik brieven van toen nog zeer linkse lezers die zeiden dat het Amerikaanse rookverbod een typisch uitvloeisel was van verregaand kapitalisme. Kapitalisten eisten gezonde mensen in het arbeidsproces. Die gezonde mensen konden langer doorwerken, want ze waren immers gezond. Het Amerikaanse rookverbod was dus in feite ook fascistisch, want men had een heilstaat op het oog, waarin alleen gezonde mensen zouden leven. Zieken zouden geen kans krijgen.
(De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik van dezelfde mensen ook eens een brief kreeg toen het ging over Amerikaanse basketbalveldjes die je in Amerika steeds na een aantal blokken in de steden kunt vinden. Dit had ook tot doel zogenaamd ‘gezonde’ mensen te kweken die langer konden werken tegen lage lonen zonder ziek te worden.)
Toch heb ik die redenering altijd aardig gevonden.
En je merkt ook dat in de Nederlandse antirookwetgeving sociaal-democraten, liberalen en christenen zich er heel goed in kunnen vinden – in het argument van ‘een gezonde samenleving dient ons aller heil’, bedoel ik. Tuurlijk, roken is slecht en vies en moet dus verboden worden.
Er zijn eigenlijk geen politici te vinden die tegen dat rookverbod protesteren. Zij zouden er dan immers van verdacht kunnen worden ‘tegen gezondheid’ te zijn. En wie wil dat nou?
Gezondheid als machtsmiddel. Het zal in de toekomst steeds vaker worden gebruikt, omdat je er eigenlijk niets tegen in kunt brengen. Een vet-taks? Beter voor onze gezondheid. Verplicht sporten? Beter voor onze gezondheid. Een alcohol-taks? Beter voor onze gezondheid. De overheid stuurt ons naar gezondheid, verplicht ons tot gezondheid, legt ons gezondheid op! Alle roltrappen worden straks gesloopt, het is beter voor ons als we weer trappen gaan lopen. Op Schiphol worden kunstmatige heuvels naar de gates gemaakt.
Je ziet dat zelfs het CDA gaat buigen wanneer het gaat om embryoselectie. Het enige argument om in te grijpen in Gods schepping is dat het ‘beter voor de gezondheid’ is – zelfs zij zien in dat een leven met borstkanker misschien niet zo’n prettig leven is.
Maar aan de andere kant leveren wij dus steeds meer vrijheden in.
Vrijheid als sluitpost.
Het vreemde is dat ik de laatste tijd steeds moet denken aan die brievenschrijvers van weleer. Het rookverbod in Amerika was eigenlijk een bevestiging van de fascistische heilstaat die Amerika wenste te zijn.
Onzin natuurlijk, maar de wens om via onze democratie, met behulp van ons kapitalistisch systeem, Übermenschen te scheppen, is niet eens zo denkbeeldig. We willen immers een maatschappij waarin zo weinig mogelijk risico’s zitten. Gezonde mensen lopen minder risico dan ongezonde. Vlak voor ik dit stuk ging schrijven, e-mailde ik met een vriend die een vreemde beslissing moet nemen: gaat hij wel of niet een antikankerkuur nemen. Op een of andere manier zie ik een lijn tussen het antirookverbod en zijn beslissing. Hij kan nog kiezen. En hoe beperkt ook – die keuze bepaalt wel zijn vrijheid, om met Sartre te spreken.
Opeens wordt bijna voelbaar dat vrijheid geen statisch begrip is. We wisten dat al, maar je gelooft het soms niet.
Ik wil geen overheid die mij het roken belet. Ik wil in alles zelf een keuze kunnen maken. Ik ben nog existentialist genoeg om daarvoor de verantwoordelijkheid te dragen.
Maar ik leg het af.
Nog een paar jaar, en ik word gestraft met een prachtige gezondheid waarmee ik dan moet zien te leven.