Gibraltar als bliksemafleider voor Spaanse regering in nood

Barcelona – Wat doe je als jouw regeringspartij in een moeras van corruptieschandalen dreigt te verzuipen en er een hele zomer lang geen WK of EK voetbal is dat de aandacht afleidt? Heel eenvoudig: je rakelt een Nationale Kwestie op, liefst in de vorm van een conflict met een buitenlandse boosdoener.

In het geval van Spanje is de keuze van de op te rakelen kwestie ook niet moeilijk. Om tientallen jaren smeergeldbetalingen in ruil voor miljarden aan opgeblazen overheidscontracten van de voorpagina’s te verdringen is er nauwelijks iets beters te verzinnen dan de kwestie Gibraltar. Zoiets moeten premier Rajoy en zijn ministers bedacht hebben toen drie vooraanstaande leiders van hun rechtse Volkspartij zich onlangs voor de rechter moesten verantwoorden voor de grootste corruptiezaak van de Spaanse democratie.

Het is een eenvoudige truc, maar hij werkt. Sinds de Vrede van Utrecht is het zuidelijkste puntje van het Iberisch schiereiland nu al weer driehonderd jaar Brits. Dat krenkt de nationale trots van flink wat Spanjaarden en van zowat alle media in het land.

Het voordeel van Gibraltar is dat er altijd wel wat mee is. En omdat het een externe boosdoener is hoef je ook niet al te kieskeurig te zijn in je argumentatie. De verontwaardiging mag gerust selectief zijn. In strijd met je eigen beleid, dat is ook geen punt.

Officieel werd de Spaanse regering boos toen de autoriteiten van Gibraltar zeventig betonblokken met metalen uitsteeksels voor de kust van de Britse kroonkolonie in zee stortten. Dat was een ‘aanslag tegen Spaanse vissers en het milieu’. Vooral dat laatste was een zonderling verwijt, omdat het kunstmatige rif juist de bescherming van de visstand op het oog had. De uitsteeksels maken het gebruik van sleepnetten onmogelijk, een van de voornaamste oorzaken van overbevissing. Op tientallen andere locaties heeft Spanje exact dezelfde techniek toegepast om de visstand te beschermen. >

Ten minste even opvallend is de bezorgdheid van de Spaanse regering om het lot van de getroffen vissers, enkele honderden in totaal. Want de Spaanse represailles – uitputtende controles aan de grens met Gibraltar – zorgen voor urenlange wachttijden en die treffen vooral de bijna tienduizend Spanjaarden uit de omgeving waar de werkloosheid tegen de veertig procent loopt en die hun brood verdienen in Gibraltar. Of de regering in Madrid hiermee de belangen van de Spaanse burgers dient, is twijfelachtig. Maar volgens menigeen was het daar ook helemaal niet om begonnen.