Hans Boland, Sint-Petersburg onderhuids

Gids van een verzonnen stad

Hans Boland

Sint-Petersburg onderhuids: Een stadsgids

Uitg. Atheneum-Polak & Van Gennep, 368 blz., € 23,50

Wie ooit bij dertig graden vorst, gegeseld door striemende wind, om vier uur ’s middags langs de al in duisternis gehulde kades van de Nevá heeft gelopen, begrijpt dat dit geen plek is voor mensen om te wonen. Desalniettemin bestaat Sint-Petersburg al driehonderd jaar en wonen er meer dan drie miljoen mensen. Dat laatste is opmerkelijk, want de afgelopen honderd jaar waren de meest bloederige uit haar geschiedenis. In 1915 was Sint-Petersburg (wegens de Eerste Wereldoorlog korte tijd omgedoopt tot het Russisch klinkende Petrograd) met bijna 2.350.000 inwoners nog de derde stad van Europa, net na Londen en Parijs. De verschillende stalinistische zuiveringscampagnes in de jaren dertig kostten de stad bij elkaar waarschijnlijk meer dan een miljoen slachtoffers. De belegering van Leningrad door Duitse troepen in 1943 voegt daar een vergelijkenderwijs schamele 400.000 slachtoffers aan toe. Alles bij elkaar mocht je je in de handen knijpen als je gewoon van de kou of de drank stierf. Dichter bij een natuurlijke dood kon je in die jaren in Petersburg niet komen. De stad viert dit jaar daarom niet zozeer dat ze al driehonderd jaar bestaat, als wel dat ze de laatste honderd jaar overleefd heeft. Ter gelegenheid daarvan is ze veranderd in een bouwput en zijn alle ambtenaren overspannen.

Bij alle ellende is Petersburg ook een magische stad met een ontzagwekkende culturele nalatenschap die in de negentiende eeuw een economische en culturele bloei doormaakte die door bijna geen andere Europese stad werd geëvenaard.

De slavist Hans Boland laat in zijn recent verschenen boek over Petersburg de menselijke bruutheid voortdurend contrasteren met deze culturele rijkdom. Sint-Petersburg onderhuids vertelt de geschiedenis van de stad en laat de lezer er vervolgens direct mee kennismaken in een reeks minutieus beschreven «wandelingen». Fictie en werkelijkheid lopen daarin steeds door elkaar. De personages uit de gedichten, verhalen en romans van Poesjkin, Gogol en Dostojevski worden beschreven aan de hand van de plekken in de stad waar zij vertoefden, direct naast en zonder onderscheid met echte historische figuren die op dezelfde plek in de stad verbleven.

Het boek is zeker niet bedoeld voor mensen die de stad voor het eerst bezoeken. Wie de Russische cultuur en literatuur niet goed kent, zal snel verdwalen in Bolands stadsgids. Bij iedere straathoek en ieder hofje weet Boland een verhaal. Maar wie Dostojevski, Poesjkin en Achmatova niet gelezen heeft, zal moeite hebben om de vele verwijzingen samenhang te geven. Sint-Petersburg onderhuids lijkt zodoende in niets op andere reisgidsen of culturele geschiedenissen van de stad.

Boland is ook anderszins eigenzinnig. De gids is op bepaalde momenten merkwaardig incompleet, op andere plekken barst hij uit zijn voegen van encyclopedische gedetailleerdheid. Grote Petersburgse cultuurvorsten als de schilder Repin, de danser Diaghilev en de componist Sjostakovitsj krijgen samen even veel vermeldingen als de dichter Nikolaj Goemiljov, wiens belangrijkste prestatie erin bestaat dat hij enkele jaren mijnheer Achmatova was. Balanchine, de grootste choreograaf van de twintigste eeuw en een echte Petersburger, blijft zelfs helemaal onvermeld. Marius Petipa, geen Rus maar wel de grondlegger van het Russische klassieke ballet, eveneens.

Als reisgids is Sint-Petersburg onderhuids eigenlijk ongeschikt. Er zijn weliswaar een paar uiterst beknopte tips voor de reiziger opgenomen, en achterin staat zelfs een zeer schematisch kaartje van de stad. Maar dat kan allemaal niet verhullen dat dit boek in vrijwel alle opzichten onpraktisch is. Boland vertaalt bijvoorbeeld alle straatnamen naar het Nederlands, omdat, zegt hij in het voorwoord, «U de Voznesenskiprospekt wellicht nog niet zou herkennen als u hem voor de tiende maal tegenkwam, terwijl de Hemelvaartsprospekt u allicht onmiddellijk bijblijft». Dat mag zo zijn, maar wie met deze gids in de hand de wandelingen in het echt wil nalopen (wat toch de bedoeling is) heeft hier helemaal niets aan.

Sint-Petersburg onderhuids is zo vooral een gepassioneerde, zij het niet ondubbelzinnige liefdesverklaring aan de stad van Peter de Grote geworden. Hans Boland zet zijn soms verbazingwekkende kennis van de stad in om een beeld te schetsen van het geweldige en verschrikkelijke experiment dat Petersburg is. Dat doet hij in een stijl vol onverwachte stijlbreuken en door een onorthodoxe woordkeus. Het is ook een buitengewoon geestig boek, al zullen mensen die de Russische werkelijkheid minder goed kennen de vele steken onder water misschien niet opmerken.

Bolands Petersburg is een verzonnen stad, idylle en nachtmerrie ineen, die bij elkaar gehouden wordt door literaire en historische herinneringen. Dit boek is dan ook eerder geschikt om thuis te lezen dan om mee op reis te gaan.

De droomstad die Boland beschrijft zou de aanvaring met de werkelijkheid misschien niet helemaal aankunnen.