Economie

Gidsland?

Er stond vorige week een puik stuk op de site van The Financial Times. Onder de kop ‘Waarom presteert Nederland zo slecht?’ liet Matthew Klein zien dat stupide belastingverhogingen, een gigantische vastgoedzeepbel en hardvochtige crediteurbescherming Nederland vanaf 2010 in een diepe recessie hebben gestort.

Nog interessanter waren de reacties eronder. De ene na de andere Nederlandse reaguurder kwam vertellen dat de auteur er niets van had begrepen. Dat tegenover grote schulden enorme pensioenreserves stonden. Dat de auteur de spaarpotten van de spaarhypotheken niet had meegerekend. Dat het allemaal door de hypotheekrenteaftrek kwam. Dat het eigenlijk prima ging met Nederland.

Het deed mij denken aan die uitbarsting van hypotheekpatriottisme in april 2008, toen het IMF Nederland op een lijst met landen zette waar de huizenprijzen sterker waren gestegen dan marktverhoudingen rechtvaardigden. Iedereen viel over het IMF heen. De makelaardij, de hypotheekbanken, het CPB, De Nederlandsche Bank, tot aan minister Bos van Financiën toe. Het IMF zou niets hebben begrepen van de Nederlandse huizenmarkt. Er was helemaal geen huizenzeepbel; het was kunstmatige schaarste door restrictieve planning. En er was al helemaal geen reden tot zorg. Twee jaar later waren de huizenprijzen met 25 procent gekelderd en stond Nederland aan de vooravond van de diepste en langste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog. Met stijgende faillissementen, armoede en zelfmoorden tot gevolg. Acht jaar na dato mag het nog steeds geen zeepbel heten.

En dat lijkt weer als twee druppels water op de agressieve wijze waarop fiscalisten en hun politieke vrienden ontkennen dat Nederland een belastingparadijs is. Nog altijd is het dominante narratief dat belastingvoordelen voor multinationals dienen om Nederland als vestigingslocatie op de kaart te zetten. Er bestaat in dit land een massieve industrie die niets anders doet dan de temperatuur van het Nederlandse vestigingsklimaat meten. Het is gezonken cultuurgoed en versluiert waar het echt om gaat: de provisies die een handvol fiscalisten bijeenharkt met het faciliteren van buitenlandse belastingontwijking.

Hoe durfde ze dit keurige gidslandje de maat te nemen?

Toen in mei 2009 de kersverse Amerikaanse president Barack Obama Nederland een belastingparadijs noemde, was het land dan ook te klein. De regering liet bij monde van de ambassadeur weten zich niet in dit beeld te herkennen. Ons tarief was immers bovengemiddeld en wij deelden vrijwillig alle fiscale informatie. Na diplomatieke druk van minister Wouter Bos en staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager trok de Amerikaanse regering schoorvoetend de aantijging in. Nederland mag geen belastingparadijs heten. Het parlement heeft er in februari 2014 zelfs een motie over aangenomen. Ondertussen gaan de fiscalisten ongegeneerd door met het binnenharken van hun miljoenen, daarmee ontwikkelingslanden miljarden ontzeggend en indirect bijdragend aan armoede, hongersnood en kindersterfte.

En dat resoneert weer met de hysterische wijze waarop in het publieke debat wordt bestreden dat Nederland racistisch is. De witte verdediging van Zwarte Piet dreigde vorig jaar trekken van een burgeroorlog aan te nemen: het racistisch ritueel moest desnoods met de vuist worden verdedigd. Toen in juli 2014 een Afrikaans-Amerikaanse woordvoerder van de Verenigde Naties Zwarte Piet een racistische traditie noemde, kookte het gemoed schuimbekkend over: waar haalde Verene Shepherd het lef vandaan om dit keurige gidslandje de maat te nemen. En toen Sylvana Simons op tv aankondigde zich aan te sluiten bij DENK en uitlegde waarom Zwarte Piet echt niet kon, verzon de witte bloem der natie een uitzwaaidag voor de verraadster. Het is wat Gloria Wekker in haar provocerende White Innocence het racistisch residu van een imperialistisch verleden noemt: wit is de ongearticuleerde norm waar iedere nieuwkomer zich naar moet voegen. Van Zwarte Piet naar etnisch profileren naar ‘minder Marokkanen’ naar een van de meest ongastvrije landen in Europa voor vluchtelingen is dan maar een kleine stap.

En daarin weerklinkt weer het valse zelfbeeld van die kleine, naïeve natie die in mei 1940 zo achterbaks onder de voet werd gelopen door de grote oosterbuur en die zich, met gevaar voor eigen lijf en leden, teweer heeft gesteld tegen de gelaarsde onderdrukker en de joodse medemens liefdevol aan het hart heeft gedrukt. Als je de familiegeschiedenissen moet geloven, zat iedereen in het verzet en verborg iedereen een onderduiker. Het schuurt pijnlijk met de cijfers. Na Letland en Roemenië leverde Nederland het grootste contingent SS’ers. En na Duitsland en Timothy Snyders ‘bloedlanden’ heeft Nederland het hoogste aantal holocaustslachtoffers: 75 procent van de 140.000 Nederlandse joden is nimmer teruggekeerd.

Waarom is bij ons de kloof tussen zelfbeeld en werkelijkheid zo ontiegelijk groot en waarom wordt die kloof zo agressief weggeplamuurd?