Ze vallen niet op tussen de felle herfstkleuren in dit Brabantse bos: de ronde, stalen bakken die her en der als grauwe paddenstoelen uit de bodem rijzen. Maar onder de stalen behuizing van deze grijze kokers gaat een verhaal schuil dat iedereen raakt. ‘Dit hier’, zegt Sandra Verheijden terwijl ze zo’n bak van het slot haalt, ‘zijn de ogen in ons grondwater.’ Ze klapt het zware deksel open en zes dunne buizen steken naar buiten. ‘Ons early warning system.’

De ‘ogen’ waarschuwen drinkwaterbedrijven voor schadelijke stoffen die in het grondwater terechtkomen. Wat ze zien, baart drinkwaterbedrijven steeds grotere zorgen. Diep onder het bostapijt van gevallen bladeren gaan grote drinkwaterbronnen schuil. De bronnen op deze locatie voorzien ongeveer 25.000 huishoudens van schoon drinkwater. Als senior beleidsadviseur bij Brabant Water ziet Verheijden hoe de oorsprong van dat goede drinkwater, ons grondwater, steeds verder ‘vergrijst’. Het beeld van puur, kraakhelder grondwater, dat je haast direct uit de bron kunt drinken, slaat ze op haar ronde langs de waarnemingsputten vakkundig aan diggelen: ‘Wij mensen laten een duidelijke afdruk achter in het grondwater met onze activiteiten boven de grond. Zeker het ondiepere grondwater is bijna nergens in Nederland meer echt schoon. Maar die vervuiling zit verborgen onder onze voeten, dus staan we er niet bij stil.’

Grondwater is onze belangrijkste drinkwaterbron: zestig procent van het Nederlandse drinkwater komt onder onze voeten vandaan. En dat grondwater raakt in hoog tempo verontreinigd. De vervuiling die metingen het vaakst laten zien, komt door gebruik van pesticiden. Binnen die categorie spant één middel al vele jaren de kroon: bentazon. Een bestrijdingsmiddel dat sinds 1974 veel succes boekt als onkruidverdelger, maar waarvoor al jaren wordt gewaarschuwd door wetenschappers en drinkwaterbedrijven. Hoe kan bentazon, ondanks een lang spoor van waarschuwingen en vervuiling, al meer dan een generatie lang ons drinkwater bedreigen?

Er zijn veel stoffen waarmee drinkwaterbedrijven te kampen hebben. Naast pesticiden kan dat bijvoorbeeld gaan om chloorverbindingen en zware metalen uit de industrie. Ook worden meststoffen aangetroffen. Maar wat verontreiniging door het bestrijdingsmiddel bentazon uniek maakt, is dat het door heel Nederland speelt, al jarenlang. Bentazon is daarmee voor veel waterbedrijven een symbool geworden voor de hardnekkigheid van de vervuilingsproblematiek en de schijnbare onmacht van verantwoordelijke instanties om daar wat tegen te doen. Brabant Water heeft door vervuiling met bestrijdingsmiddelen en meststoffen de afgelopen tien jaar drie locaties moeten opdoeken. De grootste boosdoener op die locaties: bentazon. Op twee andere locaties is het bedrijf bezig om dure filtersystemen met actiefkool te installeren tegen de stof. Elders heeft het dat al moeten doen, om goed drinkwater te garanderen.

Zo’n actiefkoolfilter is als een enorme bak Norit: het water stroomt langs extreem fijnmazige koolstof korrels, die bentazon en andere vervuilende stoffen aan zich hechten. Op een gegeven moment is het actiefkool verzadigd en moet de vervuiling eraf worden gebrand. Het is daarmee een kostbare en milieubelastende zuivering, maar voor bentazon noodzakelijk. ‘Eigenlijk is het niet de bedoeling dat je op je grondwaterwinning nog zo’n extra zuivering moet zetten’, zegt Verheijden, terwijl ze het deksel van de waarnemingsput dichtklapt. ‘Grondwater legt een hele reis af door de bodem, vaak van vele jaren. Veel schadelijke stoffen worden zo op natuurlijke wijze gefilterd of afgebroken.’ Maar met bentazon is er iets vreemds aan de hand: ‘Het loopt gewoon overal doorheen.’

Hoewel veel drinkwaterbedrijven met bentazon in hun maag zitten, treden ze niet graag naar buiten over vervuilingsproblematiek. De angst bestaat om het beeld van betrouwbaar drinkwater schade te berokkenen. En het Nederlandse drinkwater behoort nog altijd tot het beste ter wereld. Een bijzondere paradox: een land met het beste drinkwater, terwijl onze bronnen tot de meest verontreinigde van Europa behoren. ‘Dat het drinkwater zo goed is, komt onder andere doordat we zo goed zijn in meten, waardoor we tijdig kunnen ingrijpen’, zegt Verheijden. Maar om het water zo goed te krijgen, moeten drinkwaterbedrijven steeds grotere capriolen uithalen. Toenemende droogte is voor de bedrijven een makkelijker onderwerp, dat gaat immers over schaarste en is voor iedereen zichtbaar. Deze verborgen vervuilingsproblematiek is echter zeker van dezelfde omvang. Het ene probleem maakt het andere bovendien ernstiger: ‘Je moet niet hebben dat boven op die droogte ook nog eens steeds verdere vervuiling van onze bronnen komt. Waar haal je straks dan je drinkwater nog vandaan?’

In politiek Den Haag bestaat groeiende nervositeit over de waterkwaliteit. Nederland heeft zich gecommitteerd aan de zogenaamde Kaderrichtlijn Water, bindende Europese regelgeving die ons verplicht ons water te beschermen tegen vervuiling. Een kwestie waarop minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat onlangs zijn visie gaf in een zeer uitgebreide brief aan de Tweede Kamer. Daarin geeft hij onder andere aan dat voldoende goed drinkwater niet langer vanzelfsprekend is door droogte en verontreiniging van bronnen. Maar ondanks het feit dat pesticiden de meest wijdverbreide veroorzaker zijn van grondwatervervuiling, worden ze in de 32 pagina’s tellende brief slechts terloops aangehaald. Bentazon komt nergens aan de orde. Dit terwijl de Kaderrichtlijn Water ons wettelijk verplicht met een duidelijk plan te komen voor grondwaterbescherming en daar ook actief naar te handelen.

In 2027 moet ons water aan de Europese milieueisen voldoen, maar experts zijn het erover eens dat we die bijna onmogelijk kunnen halen. Net zoals bij stikstof liggen juridische procedures tegen de Nederlandse staat op de loer. Want de overheid, zo stellen onderzoekers, doet veel te weinig aan het probleem. Sinds het ingaan van de Kaderrichtlijn Water in 2000 is onze waterkwaliteit eerder slechter geworden dan verbeterd, zo toont een recente studie van Wateronderzoeksinstituut kwr. ‘De belangen op de achtergrond zijn geweldig groot’, zegt kwr-onderzoeker Roberta Hofman daarover. ‘Denk aan de lobby in de landbouw voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, de lobby van de industrie om ze te produceren. Waterkwaliteit trekt in zo’n belangenspel helaas niet snel aan het langste eind.’

Die grote commerciële belangen maken het aantrekkelijk om maatregelen telkens weer uit te stellen of te verzachten. Intussen zitten we in Nederland met de slechtste oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit van Europa. ‘En uiteindelijk staan daardoor onze drinkwaterbronnen gigantisch onder druk.’ Bijkomend obstakel in het behalen van de Europese milieueisen is volgens Hofman ook dat in tegenstelling tot het oppervlaktewater vervuiling in grondwater altijd met een vertraging verloopt: ‘Bentazon dat je nu in het grondwater aantreft, kan al best twintig jaar lang onderweg zijn voor het die diepte heeft bereikt.’ Volgens de onderzoeker een duidelijke reden om niet te wachten met maatregelen tegen vervuiling.

Wat is dat bentazon, plaaggeest voor drinkwaterbedrijven, nu eigenlijk? En waarom is het tot de dag van vandaag zo populair onder boeren?

De cascade op een productielocatie van drinkwaterbedrijf Dunea. Scheveningen, september 2022 © Koen van Weel / ANP

Boer Dingeman Burgers is een van de vele akkerbouwers die bentazon gebruikt. Aan de rand van de Biesbosch verbouwt hij op 175 hectare onder meer aardappelen, uien en bonen. Zijn akkers strekken zich uit tot aan de horizon, af en toe onderbroken door een langgerekte polderweg. ‘Het is een natte nazomer geweest,’ zegt Burgers terwijl hij koffie inschenkt. ‘Na al die hoosbuien kun je het land niet op, dus we beginnen erg laat in het seizoen met rooien.’

Burgers heeft een groot doel: zijn bodem zo gezond mogelijk maken. Om dat te bewerkstelligen ploegt hij niet meer en bestrijdt hij onkruid regelmatig met machines. Desondanks heeft hij, zoals de meeste akkerbouwers, een voorraadkast waarin zo’n zestig soorten chemische bestrijdingsmiddelen staan. ‘Ik hoor de verwondering van mijn vader en oom nog steeds, de eerste keer dat ze een middel hadden gebruikt: “Moet je toch kijken, ongelooflijk, het onkruid gaat gewoon dood!” Vroeger was je het hele jaar door met vijf, zes mensen handmatig onkruid aan het bestrijden. Nu pakte je een bus middelen en was het klaar. Een revolutie.’ Maar die revolutie heeft volgens Burgers een keerzijde: ‘We zijn van die middelen afhankelijk geraakt voor een goede oogst. Daarmee zijn er allerlei belangen gaan spelen. Het grootste belang dat gediend wordt is niet dat van de boer of het milieu. Nee, de aandeelhouders staan op één.’

Burgers kijkt kritisch naar de miljardenindustrie achter de bestrijdingsmiddelen. Tegelijkertijd vindt hij dat, zoals hij ze zelf liever noemt, gewasbeschermingsmiddelen een belangrijke bijdrage leveren aan de voedselzekerheid. Zo ook bentazon. Een bruine, vloeibare substantie, verpakt in een felgele bus, met daarop in donkergroen ‘Basagran’. Het is de meest voorkomende productnaam van de stof bentazon. ‘Schadelijk bij inslikken’, ‘kan een allergische huidreactie veroorzaken’ en ‘veroorzaakt ernstige oogirritatie’ staat er te lezen naast de verschillende waarschuwingssymbolen op het etiket. Burgers draagt bij het vullen van zijn spuitmachine daarom altijd handschoenen en staat daarbij in een ruimte met luchtcirculatie. ‘Ik doe er alles aan om het niet in te ademen of op me te krijgen. Maar je kunt niet alles voorkomen. Denk aan een flinke windvlaag je kant op, of je morst een keer.’

Volgens Burgers is bentazon een belangrijk goedje voor boeren. ‘Zwarte nachtschade bijvoorbeeld, dat is echt een lastig onkruid waar je nul van wil hebben, want die zaadbolletjes zijn giftig. Basagran is het enige middel dat dat goed bestrijdt.’ Bovendien is bentazon bij uitstek geschikt voor onkruiden die laat op komen zetten tussen bonen en erwten. Andere chemische middelen kun je dan niet meer spuiten, omdat die het gewas zouden beschadigen, legt Burgers uit. Een mogelijk alternatief, mechanische onkruidbestrijding, is zeer kostbaar. ‘Niks zo makkelijk als chemie. De tien tot twintig euro per hectare die je daarvoor kwijt bent, daar kan niks tegenop.’

‘Door de milieukosten zal drinkwater in de nabije toekomst flink duurder worden – de huidige, lage prijs is niet houdbaar’

Grondwatervervuiling door bentazon noemt Burgers ‘heel verdrietig’, maar hij is niet geheel verbaasd. ‘We zijn als boeren zo ver uitgewrongen om goedkoop te produceren. Dan wordt onverhoopt elders een rekening gepresenteerd.’ Toch schrikt hij ervan. ‘Als het ctgb zo’n middel toelaat en ik hou me aan het etiket, dan ga ik ervan uit dat mijn gebruik geen problemen oplevert.’

Hoe kan een bestrijdingsmiddel door verantwoordelijke instanties toegelaten zijn, terwijl het gebruik ervan fikse schade oplevert? Waren er voor bentazon, dat als sinds 1974 op de markt is, dan niet eerder signalen dat er dingen fout konden gaan?

In Nederland is het ctgb (College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden) verantwoordelijk voor de toelating van bestrijdingsmiddelen, binnen een kader van Europese regels. Het ctgb besluit of een middel veilig is op basis van ‘wetenschappelijke feiten, niets meer en niets minder’, zo verwoordde de voorzitter van het ctgb de taakstelling van het bestuursorgaan onlangs in het agrarische blad Boerderij. Maar het zijn juist wetenschappelijke feiten die bentazon al vanaf het eerste gebruik omstreden maken.

De Duitse chemiereus basf brengt bentazon 48 jaar geleden op de markt met de claim dat de stof veilig is en zich niet ver buiten bespoten akkers kan verspreiden. Dit zou blijken uit laboratoriumstudies en berekeningen, uitgevoerd tijdens de ontwikkeling van het middel. In 1980 en 1985 verschijnen echter al twee rivm-rapporten die grote vraagtekens plaatsen bij die veiligheidsclaims. Het rivm toont in zogenaamde uitspoelingsexperimenten aan dat bentazon eenvoudig met water meeloopt, weg van de plek waar het gespoten is. Het middel blijkt zich bovendien nauwelijks aan bodemdeeltjes te hechten, wat het doorsijpelen in de grond verder vergemakkelijkt. En dan is het ook nog eens ‘hoogst oplosbaar in water’. Allemaal eigenschappen die bij de onderzoekers alarmbellen doen rinkelen. Ze stellen dat het risico op grondwatervervuiling zeer groot is. In 1980 komen de auteurs met een conclusie die ze dik onderstreept hebben, alsof ze vrezen dat hun bevindingen anders niet gehoord worden: ‘Het middel wordt niet toelaatbaar geacht.’

Ondanks deze vroege wetenschappelijke waarschuwingen gebeurt er niets. Bentazon wint onder boeren snel aan populariteit en de twee rapporten verdwijnen in een la. Maar daarmee is de kous niet af.

In 1987 ontdekken chemici bentazon in het drinkwater. Tijdens een veiligheidsscreening blijkt dat in bijna heel Noord-Holland en grote delen van Zuid-Holland en Gelderland bentazon uit de kraan komt. De concentraties liggen soms wel zestien keer boven de wettelijke norm. Het drinkwater van miljoenen Nederlanders voldoet daarmee niet aan de veiligheidseisen en mag eigenlijk niet geleverd worden.

De normoverschrijdingen leveren desondanks geen gevaar op voor de gezondheid, maken deskundigen snel kenbaar. De drinkwaternorm van 0,1 microgram per liter heeft zeer ruime veiligheidsmarges. De zes getroffen drinkwaterbedrijven zijn echter in alle staten. Fabrikant basf blijkt bentazon via gebruikt koelwater in de Rijn te lozen, maar daar breekt de stof nauwelijks af. De concentraties die de waterbedrijven in het drinkwater meten zijn, tot hun ontsteltenis, even hoog als die in de Rijn. Dit betekent dat het onafgebroken middel moeiteloos door allerlei bodemlagen en zuiveringssystemen heen loopt. Wederom feiten die de veiligheidsinformatie op het etiket van bentazon tegenspreken.

‘De consument wordt onnodig opgeschrikt’, zo reageert de directie vanuit Duitsland op alle commotie. ‘De zaak is buiten proporties in de publiciteit gebracht door de waterleidingbedrijven.’ basf weigert de portemonnee te trekken voor de tweehonderd miljoen gulden die de drinkwaterbedrijven kwijt zijn aan de bouw van nieuwe zuiveringen tegen de vervuiling.

Als basf onder politieke druk uiteindelijk toezegt zijn lozingen te beperken, verdwijnt bentazon in de zomer van 1988 uit de publieke belangstelling. Het bedrijf kan onverminderd door met produceren; de landbouw kan onverminderd door met gebruik. En dat gebruik is onder Nederlandse boeren in 1988 gegroeid tot maar liefst tweehonderdduizend kilogram per jaar.

Volgens veel onderzoekers had 1988 het jaar moeten zijn dat het doek viel voor bentazon. Maar 34 jaar later heeft het middel nog steeds een vaste plek in de middelenkast van boeren. De afzet is sinds 1988 weliswaar afgenomen doordat boeren bentazon steeds vaker zijn gaan spuiten als onderdeel van een cocktail van middelen. Maar de meest recente afzetcijfers, die van 2020, laten weer 35 procent stijging in afzet zien, richting de 25.000 kilo. Sinds 1988 voert bentazon dan ook de prijs van ons drinkwater op. Tot de dag van vandaag blijft het pesticide waterbedrijven dwingen extra zuiveringen aan te leggen. Actiefkoolfiltering, metingen, laboratoriumonderzoek, de bouw van installaties: uit berekeningen blijkt dat bentazonvervuiling ons zeker al een miljard heeft gekost. ‘Dat soort milieukosten worden uiteindelijk op de drinkwatergebruiker afgewenteld’, zegt kwr-onderzoeker Roberta Hofman. ‘En er is natuurlijk nog veel meer dan bentazon. In de nabije toekomst zal drinkwater hierdoor flink duurder worden – de huidige, lage prijs is echt niet houdbaar.’

Na 1988 ontsnapt bentazon telkens weer aan een verbod. Zo zet de regering in 1991 de onkruidverdelger op een lijst met ‘dringend (vóór 1995) te saneren middelen’ in het Meerjarenplan Gewasbescherming. Dat plan, aangenomen door de Tweede Kamer, wordt nooit uitgevoerd. In de periode hierna onderwerpt het ctgb bestrijdingsmiddelen periodiek aan een herbeoordeling, een soort apk voor pesticiden. Bentazon rolt tussen 1993-2022 telkens probleemloos door die apk heen, ondanks een steeds dikker dossier van metingen waaruit grondwatervervuiling blijkt. Geen meting of crisis kan het ctgb of de politiek ervan overtuigen de toelating op te schorten. Tot verbazing van Sandra Verheijden van Brabant Water. ‘We meten ons in Nederland helemaal suf. We weten misschien wel meer over ons grondwater dan waar dan ook ter wereld, maar dat lijkt dus weinig uit te maken.’

Waarom heeft de lange aaneenrijging van waarschuwingssignalen nooit geleid tot een verbod, ondanks de wettelijke verplichting ons grondwater te beschermen?

Ingewijden halen verschillende oorzaken aan, maar zetten consequent één reden bovenaan: rekenmodellen. Het ctgb gebruikt die om te simuleren hoe pesticiden zich gedragen in het milieu, bijvoorbeeld om te zien hoeveel van een stof uitspoelt naar grondwater. In de praktijk bepalen niet metingen maar deze rekenmodellen of een bestrijdingsmiddel aan de toelatingseisen voldoet. En je kunt makkelijk wat aanmerken op een meting, bijvoorbeeld dat deze te specifiek is. Tussen 1993 en 2022 schuift het ctgb metingen van bentazon dan ook vaak terzijde als niet representatief, betrouwbaar of uitgebreid genoeg.

Hoe kan een middel dat boeren al sinds 1974 op hun gewassen spuiten, plots als aanzienlijk gevaarlijker uit zijn apk rollen?

Volgens Violette Geissen, bodemkundige aan de Wageningen Universiteit, creëren rekenmodellen schijnveiligheid. In een grootschalig Europees onderzoek naar verspreidingsroutes van bestrijdingsmiddelen komt ze overal stoffen tegen: ‘We vinden ze in de bodems, in de lucht, in natuurgebieden, in de regen, in het lichaam, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar modellen laten dat gewoon niet zien, die zitten vol gaten.’ Metingen moeten een veel belangrijkere plek in de beoordeling van pesticiden krijgen, vindt Geissen.

Het ctgb zegt dat ze wel degelijk kijken naar grondwatermetingen. Daarvoor hanteert de instantie naar eigen zeggen een aparte regel. Het ctgb bekijkt hoe vaak een selectie van metingen een normoverschrijding laat zien. Blijft het aantal gemeten overschrijdingen van de stof onder de tien procent, dan acht het ingrijpen niet nodig.

Volgens drinkwaterbedrijven slaat die methode de plank mis, want het ctgb past deze vuistregel toe op grondwatermetingen verspreid over heel het land. Maar bentazonvervuiling is niet overal even sterk: de plekken waar metingen vooral veel vervuiling aantonen, zijn juist de specifieke locaties waar ons drinkwater vandaan komt. En dat is volgens onderzoekers als Sandra Verheijden geen toeval. ‘De bodems in deze waterwingebieden blijken vaak kwetsbaarder en daardoor nóg gevoeliger voor bentazonvervuiling. Mensen wilden zich in het verleden niet vestigen op arme grond. Zo is daar ruimte ontstaan voor waterwinning.’ Maar door die arme, kwetsbare bodems loopt bentazon nóg gemakkelijker heen. Dit soort specifieke omstandigheden worden, volgens critici, compleet door het ctgb gemist.

Drinkwaterbedrijven hebben op basis van hun eigen metingen in het verleden tweemaal tegen de toelating van bentazon geprocedeerd, zonder resultaat. Rekenmodellen, die geen aanzienlijk gevaar voor het grondwater voorspelden, bleken keer op keer bepalend.

Sinds kort kan er een nieuw, merkwaardig hoofdstuk worden toegevoegd aan het grillige levensverhaal van bentazon. Aan het begin van dit jaar verschijnt het middel, ogenschijnlijk vanuit het niets, op een lijst met ‘voor de voortplanting giftige stoffen’. In een Europese herbeoordeling van de chemische stof is vastgesteld dat de substantie mogelijk het ongeboren kind kan schaden. Bentazon viert binnenkort zijn vijftigste verjaardag en zal dat plots doen als een aanzienlijk giftiger goedje dan boeren alle voorgaande jaren op het gebruiksetiket hebben kunnen lezen.

Hoe kan een middel dat boeren al sinds 1974 op hun gewassen spuiten, plots als aanzienlijk gevaarlijker uit zijn apk rollen? Het ctgb is nauw betrokken bij deze kwestie: het had de leiding over de Europese herbeoordeling die voor deze nieuwe gezondheidsbepaling heeft gezorgd. Het instituut laat weten dat hier sprake is van voortschrijdend inzicht in combinatie met ‘strengere classificatie-eisen’ vanuit Europa. Bijzonder is dat het voortschrijdend inzicht waarover de instantie hier spreekt, niet is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk onderzoek. Het komt voort uit een review van bestaande studies, die soms meer dan veertig jaar teruggaan. Ook deze kwestie plaatst de beoordeling van bestrijdingsmiddelen door het ctgb in een kritisch licht: deze gezondheidskwestie is, ondanks de aanwezigheid van die studies, in alle voorgaande jaren nooit aan het licht gekomen.

Het ctgb geeft aan dat voortplantingseffecten pas kunnen optreden bij veel hogere blootstelling aan bentazon dan je bij normale toepassing kunt verwachten. Desondanks moet het nieuwe etiket van bentazon nu de waarschuwing ‘mogelijk schadelijk voor het ongeboren kind’ voeren. Dat is wettelijk verplicht: het etiket is de aangewezen route om boeren te informeren over de gevaren van een middel dat zij gebruiken. Maar ook daar is het fout gegaan. Op het nieuwste etiket van Basagran is de nieuwe gezondheidsinformatie nergens te bekennen. Een misser die niet uit de toon valt bij de inmiddels lange lijst van gemiste en genegeerde waarschuwingen over de gevaren van bentazon sinds de jaren tachtig.

Producent basf wijst voor het ontbreken van de geüpdatete gezondheidsinformatie naar het ctgb. Die instantie is verantwoordelijk voor de informatie op het etiket en heeft die volgens basf niet volledig aangeleverd. Het ctgb geeft desgevraagd toe inderdaad een fout te hebben gemaakt bij de ‘finale check’ van het etiket en zegt daar enorm van te balen. Het wil de fout zo snel mogelijk herstellen.

De ontbrekende nieuwe gezondheidsinformatie is niet alleen voor de huidige gebruikers van bentazon van belang. Wat betekent het voor de miljoenen Nederlands die in de jaren zeventig en tachtig bentazon hebben binnengekregen via de kraan? Hebben zij kans op gezondheidsschade? De vervuiling vond al zeker dertien jaar plaats voordat de stof in 1987 per toeval werd ontdekt in het drinkwater. Paul Scheepers, toxicoloog aan Radboudumc, wijst erop dat proefdieren pas bij veel hogere concentraties voorplantingseffecten laten zien. Hij verwacht daarom geen problemen. Milo de Baat, toxicoloog bij het kwr, sluit zich aan bij die lezing. Hij plaatst wel een kanttekening. ‘Langdurige blootstelling is in de toxicologie in de regel problematischer; mogelijke effecten zijn dan moeilijk helemaal uit te sluiten.’ Violette Geissen is stelliger: ‘Er is vrijwel niets bekend over effecten van dit soort langdurige blootstelling op bijvoorbeeld je darmflora en je immuunsysteem. Bovendien gaat het niet alleen om bentazon, je krijgt ook andere dingen binnen, via residuen op je eten of via de lucht. Of stoffen elkaar dan kunnen versterken, daarover weten we vrijwel niets.’

Gaten in kennis, genegeerde waarschuwingen, voortschrijdende inzichten over risico’s: bentazon is het bestrijdingsmiddel bij uitstek dat illustreert hoe problemen met dit soort chemische stoffen jarenlang kunnen dooretteren. De vraag is nu: zal na deze laatste wending het doek eindelijk vallen voor het middel? Boer Dingeman Burgers betwijfelt het. ‘Er is voor sommige teelten niks anders voorhanden.’ Bovendien vraagt hij zich hardop af of gevestigde belangen op de achtergrond een verbod verhinderen. Het is dan ook verleidelijk om problemen rondom de toelating van bentazon en andere bestrijdingsmiddelen toe te schrijven aan een schimmig belangenspel op de achtergrond. De middelen zijn immers een belangrijke motor van een immens productief landbouwsysteem. Maar voor dit soort beïnvloeding van het ctgb is geen bewijs. De instantie lijkt zich strikt te houden aan het ‘wettelijke toetsingskader’. Dat kader biedt echter weinig mogelijkheden om in te spelen op nieuwe informatie die voortkomt uit metingen. Wil het ctgb ingrijpen in een toegelaten middel, dan moet het volgens dit wettelijke toetsingskader onomstotelijk kunnen bewijzen dat nieuwe feiten een verbod rechtvaardigen. Dat maakt de instantie erg kwetsbaar voor rechtszaken vanuit de industrie.

Belangen worden dus niet zozeer gediend vanuit een schemerspel op de achtergrond: ze zijn verankerd in het wettelijk systeem waarmee bestrijdingsmiddelen worden beoordeeld. En daarin delven milieubelangen, zoals grondwaterbescherming, structureel het onderspit. De plicht om ons grondwater te beschermen staat daarmee op gespannen voet met het systeem dat bestrijdingsmiddelen reguleert. En vervuiling van de drinkwaterbronnen blijft op die manier doorgaan.

Sinds kort hebben de drinkwaterbedrijven wel een kleine overwinning te vieren. Na de laatste keuringsronde heeft het ctgb bepaald dat bentazon niet meer gebruikt mag worden in grondwaterbeschermingsgebieden. Binnen dat soort gebieden zijn drinkwaterbedrijven actief.

Een geüpdatet rekenmodel laat nu eindelijk zien wat de drinkwaterbedrijven al meer dan een generatie lang weten: het middel spoelt te gemakkelijk uit naar drinkwaterbronnen. ‘Het is rijkelijk laat, maar een begin’, zegt Sandra Verheijden na het afleggen van haar ronde langs de waarnemingsputten. ‘Maar je zou ál het grondwater moeten beschermen – ook buiten die grondwaterbeschermingsgebieden gaan we in de toekomst water winnen. Pak het probleem aan de voorkant aan: ga anders nadenken over het gebruik van bestrijdingsmiddelen.’

Dit artikel is mede tot stand gekomen door het Steunfonds Freelance Journalisten. De auteur heeft ook de podcastserie Red de Lente gemaakt over de impact van bestrijdingsmiddelen op mens en milieu. Te beluisteren via de gebruikelijke podcast platforms.