Economie

Giftig pensioen

Back to basics. De eenvoudige klant moet eenvoudige producten aangeboden krijgen. Henk van der Kolk, voorzitter van FNV Bondgenoten en tegenstrever van Agnes Jongerius, heeft ‘back to basics’ vertaald als ‘terug naar af’.

Zijn voorkeur is om een nieuw pensioencontract garanties te laten bieden. Dat klinkt misschien eenvoudig maar is dat zeker niet. De garanties in het huidige pensioencontract hebben slechts schijnzekerheid geboden. De koopkracht is niet gegarandeerd gebleken: vaak is het pensioen niet aangepast aan de inflatie en soms is het pensioen zelfs gekort. Desondanks blijft Henk van der Kolk aan een garantie vasthouden. Hij wil dat werkgevers bijspringen als het vermogen van pensioenfondsen tekortschiet, bijvoorbeeld door meer premies te betalen.
Dat blijft schijnzekerheid. Pensioenpremies worden betaald door werkgevers maar opgebracht door werknemers. Nederlandse bedrijven kunnen met hogere loonkosten de buitenlandse concurrentie niet overleven. Hogere pensioenpremies voor werkgevers dreigen daarom te leiden tot minder werkgelegenheid en daarmee tot lagere lonen. De onderhandelaars over CAO’s weten dit maar al te goed: een hogere premie betekent een kleinere ruimte voor loonstijging. Zo worden de pensioenpremies van de werkgevers toch door werknemers opgebracht.
Een collectief beschermt niet tegen een collectieve verandering als een hogere levensverwachting, een lagere rente of inzakkende beurzen. Dat is het realistische vertrekpunt van het akkoord. Daardoor is het akkoord geëindigd met twee resultaten: langer leven betekent langer werken en een lager beleggingsresultaat betekent een lager pensioen. De PVV en de SP hebben hun afkeuring uitgesproken. Zo rept Emile Roemer van een pokerpensioen. Maar het vertrek- en eindpunt is wel zo eerlijk. Een hogere levensverwachting bij een vaste pensioenleeftijd en een tegenvallend beleggingsresultaat bij een vaste pensioenuitkering hollen de vermogens van pensioenfondsen uit. Dan wordt een pensioenfonds een piramidespel: wie het eerste komt wie het eerste maalt. De huidige gepensioneerden zullen misschien nog profiteren, maar de huidige werkenden zullen zeker verliezen. Zelfs pokeren is eerlijker.
Agnes Jongerius is in een positie tegenover Van der Kolk en tegenover de SP- en PVV-stemmers in haar achterban beland. Daar heeft ze niet willen belanden. Maar ondanks de bravoure waarmee ze in maart 2009 alternatieven voor een hogere AOW-leeftijd heeft aangekondigd, zijn die alternatieven er niet gekomen. Zij is gaan schuiven toen het politieke midden, waaronder de PvdA, ging schuiven en de hogere AOW-leeftijd accepteerde. De volgende stap in de confrontatie is het referendum onder de FNV-leden.
Maar de confrontatie is halfhartig; het akkoord is maar half gedaan. Het akkoord schrijft weinig dwingend voor hoe een pensioenregeling vorm moet krijgen. Integendeel, weerbarstige bonden als die van Henk van der Kolk hebben nog veel ruimte om het akkoord een ander aanzien te geven. Bovendien is nog steeds onduidelijk hoe oude, gegarandeerde rechten en nieuwe, onzekere rechten ‘in elkaar gevaren’ worden. Dus is het denkbaar dat het pensioen een combinatie van verschillende regelingen en verschillende rechten wordt.
Het pensioen dreigt een waarlijk complex financieel product te worden waarvan de waarde nauwelijks te bepalen is en de risico’s onbegrepen zijn. Het is zeker zo complex als de giftige producten die bankiers in problemen hebben gebracht. Het pensioen is echter niet voor een professionele bankier maar voor de eenvoudige klant, die gemiddeld al weinig blijkt te begrijpen van samengestelde rente en die zeker niet in staat zal zijn dit product te doorgronden. Een bijsluiter, zoals Hans Hoogervorst als voorzitter van de AFM nog heeft voorgesteld, zal niet baten. Het wordt niet gelezen of niet begrepen. Dus kan die klant een goed pensioen blijven verwachten. Ruim tweederde denkt nog steeds dat het pensioen meer dan zeventig procent van het laatstverdiende loon is. Dat is verre van waarschijnlijk. Agnes Jongerius durft niet de verwachtingen te temperen. Zij moet het akkoord verdedigen en belooft iedereen een goede oudedagsvoorziening. Nu is minder dan zeventig procent nog niet slecht - maar voor de meerderheid wel teleurstellend. De teleurstelling over het pensioen zal het publieke vertrouwen in het pensioencontract nog verder aantasten. Het is nu al zo dat jong denkt dat jong de rekening betaalt en oud denkt dat oud de klos is. Tegen het gif van publiek wantrouwen is geen collectief contract bestand.
De politiek moet durven kiezen voor 'back to basics’ en daarom niet klakkeloos het akkoord overnemen. Zij moet voorkomen dat het pensioen nog complexer en nog onbegrijpelijker wordt en zou moeten kiezen voor een basispolis waaraan elke afzonderlijke pensioenregeling minimaal moet voldoen.
En als u desondanks uw pensioen niet wilt of kunt begrijpen, dan adviseer ik u het beste ervan te hopen en het slechtste ervan te verwachten.