Giftige zoutvaatjes

In het volgende week te verschijnen boek over de geschiedenis van Het Parool, Lees die krant! van Gerard Mulder en Paul Koedijk, wordt onder meer verkondigd dat Parool-oprichter Frans Goedhart en buitenlandredacteur Sal Tas in de jaren vijftig en zestig gelieerd waren aan de CIA.

Goedhart, lid van de Tweede Kamer en bij zijn lezers beter bekend onder het oorlogspseudoniem Pieter ’t Hoen, was volgens Mulder en Koedijk van zeer nabij betrokken bij het wel en wee van Radio Free Europe, de in München gestationeerde zender waarmee de CIA de burgers van het Oostblok warm maakten voor de geneugten van het vrije-marktkapitalisme. Goedhart maakte zich vooral onsterfelijk met de onthulling, in december 1959, dat de KGB een poging had ondernomen om de medewerkers van Radio Free Europe te vergiftigen. ‘In het hoofdgebouw van dit radiostation bevindt zich een grote kantine, waar dagelijks meer dan duizend personen komen koffiedrinken’, zo meldde Goedhart aan zijn lezers. 'Tussen de peper- en zoutvaatjes van de kantine heeft men een aantal zoutstrooiers neergezet die gevuld bleken te zijn met zout, vermengd met belladonna, een zwaar vergif. Moskou heeft meer helpers dan men zich in het algemeen realiseert.’
De spectaculaire scoop leidde indertijd tot een grootscheeps onderzoek van de Westduitse politie, zonder resultaat. De affaire bleef daarna in nevelen gehuld. De onthulling van Mulder en Koedijk helpt nu om Goedharts paranoia in het juiste historische perspectief te zien.
Op zich was het al langer bekend dat in Nederland diverse kranten zeer nauwe contacten onderhielden met zowel CIA als BVD. De samenwerking tussen de geheime diensten stamt uit de jaren vijftig, de tijd van de Koude Oorlog. Dankzij inspanningen van de CIA ontstonden in alle Westeuropese landen geheime organisaties die als taak hadden het communisme te bestrijden. Naast het ultrageheime, op sabotage gerichte en door de geheime diensten opgeleide Gladio-netwerk was er een tweede semi-geheime organisatie: Paix et Liberté. Semi-geheim, omdat de organisatie wel bovengronds werkte, maar behalve de secretaris bijna alle medewerkers strikt anoniem waren.
Paix et Liberté heette in Nederland Vrede en Veiligheid en had hier als secretaris drs. E.W.P. van Dam van Isselt. De activiteiten van de organisatie werden betaald door de CIA en de BVD. Diverse journalisten leenden zich ervoor om via de media de opvattingen van de geheime diensten te verspreiden. Hierbij waren onder meer Maarten Vrolijk van Het Vrije Volk, Nico Kramer van Het Parool en Frits Behrendt, die ook nog altijd politiek tekenaar van het Parool is. Zij werken onder meer mee aan de periodiek van Vrede en Veiligheid, getiteld De Echte Waarheid. Tegenover Vrij Nederland zou Maarten Vrolijk later verklaren hoe men aan materiaal kwam voor De Echte Waarheid: directeur Ruud van der Beek gaf elke medewerker een mapje met materiaal voor artikelen die kant en klaar door BVD'er C.C. van der Heuvel waren samengesteld. Ruud van der Beek onderhield ook persoonlijk nauw contact met de CIA, zoals uit archieven van het Amerikaanse State Department blijkt. Buiten de structurele steun die bepaalde redacties kregen via Vrede en Veiligheid hadden journalisten ook directe banden met de BVD en de CIA.
Hoewel de CIA dus uitstekende contacten in de Nederlandse pers had, wilden de Amerikanen eigenlijk volledige controle hebben over Nederlandse persorganen. Een uitgewerkt plan van de CIA in de jaren vijftig om De Groene Amsterdammer op te kopen liep spaak, zo meldde BVD-medewerker D. Engelen verleden jaar in zijn proefschrift De geschiedenis van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Andere CIA-acties om kranten volledig in bezit krijgen, zijn nog niet uitgelekt.