Gij zult niet klonen

Na enige druk van het CDA en ‘klein-religieus’ ondertekent minister Borst toch het Europese verdrag tegen het klonen van mensen. Omdat, aldus de verdragstekst, ‘het scheppen van genetisch identieke mensen indruist tegen de menselijke waardigheid’. De kans dat het eerste kind van ongewenst onvruchtbare ouders gekloond zal worden in Nederland, lijkt hiermee verkeken. Wel maakte Borst het voorbehoud dat Nederland embryo’s van minder dan twee weken oud nog niet als ‘mensen’ beschouwt. Hierdoor blijft de omstreden kloontechnologie, met instemming van het CDA, beschikbaar voor fundamenteel medisch onderzoek en voor de ontwikkeling van medicijnen - als de gekloonde foetussen maar tijdig in de stortkoker verdwijnen.

Daarmee is het maatschappelijke debat over menselijke klonen eer het op gang heeft kunnen komen, reeds besloten met een staaltje theologische scherpslijperij, herinnerend aan de tijd dat de kerkvaders debatteerden over de vraag hoeveel engelen er konden balanceren op de punt van een naald.
Het probleem met de aanhangers van deze God is niet hun moraal, maar de volstrekt ondeugdelijke argumentatie waarmee ze deze trachten te staven. Want wat is er zo mensonwaardig aan het cre‰ren van klonen van onvruchtbare vaders of moeders? Volgens de christelijke denkers die hier het debat over klonen domineren, krijgen kinderen die genetisch identiek zijn aan een van hun ouders, te maken met enorme identiteitsproblemen: Wie zijn zij? Waar komen zij vandaan? De last van deze vragen zou zo groot zijn dat hun bestaan niet menswaardig kan worden genoemd.
Deze redering is gemakkelijk te ontzenuwen. Allereerst beschikken genetisch identieke tweelingen elk duidelijk over een eigen identiteit. Bovendien blijken reageerbuiskinderen, die eveneens de vrucht zijn van een vrij bizarre geboortetechnologie, volgens onderzoek geen spatje ongelukkiger te zijn dan hun door gewone copulatie tot stand gekomen soortgenootjes. Wellicht zijn zij zelfs iets gelukkiger, omdat ze, anders dan sommige kinderen van vruchtbare ouders, in hoge mate gewenst zijn.
Op dit moment komt meestal de aap uit de mouw en verplaatst de discussie zich naar de theologie: gekloonde kinderen blijken vooral een bedreiging te zijn voor ‘de menselijke uniciteit’. Opeens is de uniekheid van de schepping, oftewel de goddelijke oorsprong van de mens (Genesis 1:26: 'En God zeide: Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, als Onze gelijkenis’) in het geding, met een kennelijke wrake Gods als gevolg.
Als men zich eenmaal op de bijbel begint te beroepen, is opeens alles mogelijk, zo bewijzen de op het Internet actieve Christians for the Cloning of Jesus. Volgens deze beweging dient de wetenschap zich zo snel mogelijk te storten op het DNA-materiaal uit de Lijkwade van Turijn, met als argumentatie: 'Terwijl de apocalyps nadert, is de tweede komst van Christus onze enige hoop. Nu Hij aan ons de macht heeft gegeven om Hem terug te laten keren, mogen wij niet langer gaan zitten wachten. God helpt immers hen die zichzelf helpen.’
Twintig van de veertig Europese lidstaten hebben het verdrag tegen menselijke klonen overigens n¡et ondertekend, waaronder Engeland. Volgens een naar de Independent on Sunday uitgelekt rapport zijn Engelse wetenschappers dan ook van plan om begin volgend jaar met de eerste experimenten te beginnen. Mocht de mensenkloontechniek succesvol zijn dan zal een Nederlandse organisator van kloonvakanties naar buitenlandse klinieken wel niet lang op zich laten wachten. Het is alleen de vraag of de kerken alhier bereid zullen zijn om de vruchten ervan te dopen.