ARBEIDSPRODUCTIVITEIT EN WELVAART

Gij zult werken?

Als we in Nederland niet met meer mensen langer werken, komt ‘het land krakend tot stilstand’, is de boodschap van het kabinet-Balkenende IV in de begroting voor 2009. Vragen de huidige turbulente tijden om juist deze oplossing?

EEN ECONOOM DIE internationale bekendheid geniet, analyseerde de tijdgeest als volgt. ‘We lijden nu aan een aanval van economisch pessimisme. Het is gebruikelijk mensen te horen zeggen dat de tijd van economische vooruitgang die de vorige eeuw karakteriseerde, voorbij is; dat de snelle verbetering van de levensstandaard nu gaat afnemen… Ik geloof dat dit een totaal verkeerde interpretatie is van wat er aan de hand is. We lijden niet aan reumatische pijnen van de oude dag, maar aan de groeipijnen van snelle veranderingen, aan de pijn van de aanpassingen tussen de ene economische periode en de andere.’
Het zijn inderdaad turbulente tijden waarin we leven: de Amerikaanse huizenmarkt die instort, grote banken die omvallen, landen als China en India die economische grootheden worden, goedkope arbeid die uit het Westen verdwijnt, geld dat door de stijgende inflatie minder waard wordt, het klimaat dat verslechtert en in eigen land een bevolking die vergrijst. Het leidt bij velen tot een steeds merkbaarder pessimisme: zullen onze kinderen het nog wel beter krijgen dan wij?
Toch slaat bovenstaand citaat niet op het huidige tijdsgewricht. De econoom John Maynard Keynes schreef de zinnen begin jaren dertig, met slechts dit verschil dat hij expliciet verwees naar de vooruitgang in de negentiende eeuw en dat daar voor het effect ‘de vorige eeuw’ van is gemaakt. Het citaat is het begin van een minder bekend artikel dat Keynes als titel meegaf Economic Possibilities for Our Grandchildren.
Het optimisme van Keynes in de sombere, door werkloosheid en armoede geplaagde jaren dertig moet voor die tijd opmerkelijk zijn geweest. Omdat we nu eveneens sombere tijden tegemoet lijken te gaan, kan zijn optimisme ons mogelijk geruststellen en het gevoel geven dat het inderdaad allemaal best eens anders en beter kan verlopen dan menigeen denkt. Tenslotte hebben we het in het Westen in de vorige eeuw, in dit geval de twintigste, inderdaad beter gekregen.
Keynes mag het bij het rechte eind hebben gehad waar het onze materiële welvaart betreft, op één punt lijkt hij de economische toekomst van zijn kleinkinderen wél verkeerd te hebben voorspeld. Keynes dacht dat zijn nazaten rond 2030 zo goed als niet meer hoefden te werken. Als groot toekomstig probleem zag hij dan ook het omgaan met ledigheid, ‘for we have been trained too long to strive and not to enjoy’. De oude Adam in ons, zoals Keynes schreef, zou nog heel lang wat willen werken om tevreden te zijn met zijn leven. Alleen om die oude Adam tegemoet te komen, stelde hij voor een werkweek van vijftien uur te handhaven. Maar we moesten vooral leren te genieten van kunst, muziek, toneel en sport.

De tijd waarvoor Keynes zijn voorspellingen deed, is bijna aangebroken, maar hoe anders is de boodschap van het huidige kabinet. Die luidt kort samengevat: gij zult werken. Met meer mensen, meer uren en tot op hogere leeftijd. Niet omdat het kabinet bang is dat de ledigheid ons te machtig zal worden, maar omdat anders ‘ons land krakend tot stilstand komt’. Die waarschuwende woorden, geleend van de commissie Arbeidsparticpatie, nam CDA-minister Piet Hein Donner in de mond bij de presentatie van zijn begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Om de arbeidsparticipatie te bevorderen trekt het kabinet een lappendeken van maatregelen uit de kast. Ouderen die doorwerken na hun 62ste, ontvangen een doorwerkbonus. Werkgevers die oudere werklozen in dienst nemen, krijgen een korting op de premies. Jongeren tussen de 18 en 27 jaar moeten óf naar school óf werken en hebben geen recht meer op een uitkering. Een werkloze moet na één jaar vergeefs solliciteren elk werk accepteren, ook als dat onder zijn niveau is. Mensen die nog niet werken, maar ook geen uitkering ontvangen, worden verleid aan de slag te gaan met een inkomensafhankelijke arbeidskorting en tweeverdieners worden aangemoedigd meer uren te gaan werken door ook hen een korting in het vooruitzicht te stellen. Bovendien worden miljarden uitgegeven aan reïntegratieprojecten voor mensen die werkloos zijn of dreigen te worden.
Bij al die maatregelen zijn kanttekeningen te plaatsen: gaan er wel meer mensen door aan het werk, zijn ze wel de meest efficiënte? Daar gaat echter een andere vraag aan vooraf: is de oplossingsrichting van dit kabinet wel het enige alternatief?
De maatregelen zijn niet genomen om een torenhoge werkloosheid en de daarmee gepaard gaande kosten terug te dringen, zoals begin jaren negentig. Integendeel, de werkloosheid is laag. Ook vertonen de aantallen arbeidsongeschikten niet meer een stijgende lijn, zoals ze toen wel deden. De huidige maatregelen moeten de gevolgen opvangen van de globalisering van de economie in een tijd dat de Nederlandse bevolking vergrijst; ervoor zorgen dat Nederland geen land wordt van publieke armoede en ongelijk verdeelde private rijkdom.
Transitie is niet altijd pijnloos. Globalisering is niet automatisch een race to the bottom en hoeft niet per se te leiden tot verschraling. Het zijn zinsneden uit de Miljoenennota. Maar Keynes zou ze geschreven kunnen hebben.
Volgens het kabinet is er in deze turbulente tijden wel degelijk ruimte voor politiek handelen. Balkenende IV blijkt daarmee geen fan te zijn van de door de Amerikaan Thomas L. Friedman geïntroduceerde TINA (There Is No Alternative), maar van haar eigen TARA (There Are Real Alternatives). Het kabinet is, net als Keynes destijds, niet pessimistisch.
En zoals de term TARA al aangeeft: er zijn meer oplossingen mogelijk dan het gebod van dit kabinet ‘gij zult werken’. Toch lijkt het soms, mede onder druk van het rapport van de commissie Arbeidsparticipatie, alsof heel Nederland het daarover eens zou zijn. Keynes, bijvoorbeeld, zou het er waarschijnlijk niet mee eens zijn. Hij baseerde zijn optimisme op technologische vooruitgang. Die zou de efficiency en daarmee de arbeidsproductiviteit vergroten: met minder mensen in minder uren meer produceren.

Wat schreef ook alweer de Raad van Economisch Adviseurs (REA) vorig jaar aan de Tweede Kamer naar aanleiding van de begroting voor 2008? ‘Het grote manco van de Nederlandse economie is de haperende stijging van de productiviteit in de marktsector.’ Vrij vertaald was hun boodschap: als de productiviteit niet omhoog gaat, komt Nederland krakend tot stilstand. De REA hekelde de idee dat het behoud van de welvaart vooral zou afhangen van het vergroten van het nationaal inkomen door meer mensen meer te laten werken.
Nu kan van dit kabinet niet worden gezegd dat het totaal geen aandacht heeft voor de arbeidsproductiviteit. Het woord wordt inderdaad hier en daar genoemd in de Miljoenennota, zelfs met de toevoeging dat die productiviteit omhoog moet. Ook wordt extra geld uitgetrokken voor innovatie. Maar echt veel aandacht is er niet voor. Het kabinet schrijft bovendien dat de arbeidsproductiviteit in Nederland tot de hoogste ter wereld behoort. Alsof het daarmee wil zeggen dat Nederland in feite al op de toppen van zijn kunnen presteert. Vermeld staat echter niet dat de productiviteit in Nederland begin jaren tachtig vijftien procent hoger lag dan in de Verenigde Staten, maar inmiddels tien procent lager ligt.
Een van de economen van de (overigens inmiddels opgeheven) REA, hoogleraar Sylvester Eijffinger van de Universiteit van Tilburg, herhaalde de boodschap – weliswaar met andere woorden – afgelopen weekend nog maar eens in een interview in NRC Handelsblad. ‘Je kunt de welvaart alleen behouden als je productieprocessen van hoge toegevoegde waarde kunt genereren. Slimmer produceren, daar gaat het om’, aldus Eijffinger. Hij pleitte voor twee keer zoveel geld voor investeringen in innovatie, technologische instituten en onderzoeksinstellingen als het kabinet daar nu voor uittrekt.
Innovatie is niet de enige weg richting hogere arbeidsproductiviteit. Vorig jaar brak de REA een lans voor een soepelere arbeidsmarkt. De ontslagbescherming zorgt er volgens de raad voor dat bedrijven waar het niet goed mee gaat onvoldoende kunnen reageren op veranderende omstandigheden. Over een ingrijpende versoepeling van het ontslagrecht heeft de PVDA echter haar veto uitgesproken en daar heeft coalitiepartner CDA zich vervolgens bij neergelegd. Het recente compromis tussen werkgevers en werknemers over de ontslagvergoeding voor inkomens boven de 75.000 euro is niet waar de REA op doelde.
Even terug naar Keynes. Die lijkt er totaal naast gezeten te hebben met zijn idee dat we ons in deze eeuw vooral zouden kunnen toeleggen op de kunsten. Maar hij had wel gelijk dat de welvaart zou groeien en dat dit te danken zou zijn aan de stijging van de arbeidsproductiviteit. Daardoor is tevens het aantal uren dat we in ons arbeidzame leven moeten werken vergeleken bij begin vorige eeuw wel degelijk gedaald, ook al is er geen vijftienurige werkweek.
Interessante vraag is waarom het nu toch bijna diametraal anders lijkt te gaan lopen dan Keynes destijds dacht. Dit kabinet zal zich waarschijnlijk concentreren op de afgeleide van die vraag: wat zag Keynes destijds over het hoofd? Maar klopt die vraag eigenlijk wel? Zou het ook kunnen zijn dat Nederland al jarenlang, en het kabinet nu weer, zelf iets over het hoofd ziet waardoor Keynes’ kleinkinderen niet de wereld krijgen waar hij op had gehoopt? Om optimistisch te kunnen blijven, moet dit kabinet zich die vraag blijven stellen.