Universitair hoofddocent praktische filosofie, Erasmus Universiteit Rotterdam

Gijs van Oenen

De meest dringende maatschappelijke kwestie is solidariteit. Politiek lijkt er een nieuwe tweedeling te ontstaan, tussen stedelijke gebieden, in het bijzonder de Randstad, enerzijds en het platteland. Sociaaleconomisch gaat de crisis onvermijdelijk de zwakkeren het meest treffen. Bovendien werkt de mondiale financiële crisis de neoliberale individualisering verder in de hand. Zelfs pensioenen zullen steeds minder een ‘collectief goed’ zijn en steeds meer een individueel afgesloten en beheerde verzekering of belegging, met alle (geïndividualiseerde) risico’s van dien. Waar de emancipatie al naar zijn aard tot individualisering leidde, heeft het neoliberalisme daaraan de tendens naar 'private wealth, public poverty’ toegevoegd. Solidariteit wordt iets heel abstracts, zoals de mega-leningen aan faillerende banken en landen laten zien. Of het wordt vervangen door 'toezicht’, een semi-juridische, quasi-autoritaire maar ineffectieve poging om het neoliberale individualisme te normeren.

Het meest onderschatte probleem is de stijging van de zeespiegel en het toenemende overstromingsgevaar van de rivieren, als gevolg van het broeikaseffect. Over zo'n dertig jaar kunnen lagere, maar druk bebouwde delen van Nederland al onder water komen te staan, zoals landschapsarchitect Adriaan Geuze heeft betoogd. Dat is ongeveer de termijn van de hypotheek van een huis. Het revanchistische voornemen om weer 130 km/u toe te staan op de snelwegen laat eens te meer zien dat er maar een bijzonder geringe bereidheid bestaat om het eigen gedrag door milieufactoren te laten leiden.

Ook onderschat lijkt mij de dreiging van microbiologische organismen. Er komen steeds meer onbestrijdbare virussen en resistente bacteriën, als gevolg van massaal mondiaal reisgedrag en onverantwoord gebruik van drugs en antibiotica op vele plekken ter wereld. Net als het terrorisme is het een diffuus probleem: alom potentieel aanwezig maar moeilijk grijpbaar. In het geval van de micro-organismen is 'beveiliging’ nog veel moeilijker en de beheersbaarheid nog veel problematischer. Nu wordt nog vooral het vee getroffen, maar het zou morgen ook de mens kunnen zijn.

Het meest overschatte probleem is de kloof tussen overheid en burger. Die bestaat helemaal niet. Overheid en burger staan juist te dicht bij elkaar. Er is al meer dan genoeg 'interactie’ tussen beide, sinds de jaren zeventig. Dit leidt tot overspannen verwachtingen, dus tot teleurstellingen, vervolgens tot nog hogere verwachtingen van de overheid, nieuwe teleurstellingen, enzovoorts. Ook al omdat, vanwege de neergang in solidariteit, men niet zozeer de samenleving verbeterd wil zien, als wel de eigen levensomstandigheden. De fictie van de 'kloof’ is het product van een grote tegenstrijdigheid in de houding van moderne, neoliberale individuen ten aanzien van de overheid. Enerzijds moet die zoveel mogelijk 'op afstand’ gezet, anderzijds moet die onmiddellijk ingrijpen als het gedecollectiviseerde publieke leven dreigt te ontsporen. Eigenlijk zijn moderne burgers hiermee op zoek naar een nieuwe vorm van gezag, wellicht een autoritaire vorm. De eerste, ambigue manifestaties hiervan heten Fortuyn en Wilders.


Lees ook de artikelen die Gijs van Oenen eerder publiceerde inDe Groene Amsterdammer of bekijk voor meer informatie zijn pagina bij de Erasmus Universiteit