Gijzelen

De voortgang van de kabinetsformatie wordt in gijzeling gehouden door één man: CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. In de buitenwereld is hij bijna heilig verklaard, maar op het Binnenhof hebben velen genoeg van zijn opstelling.

Luister naar dit artikel


Over de inhoud zegt de Tweede Kamer het te willen hebben. Twee maanden na de verkiezingen mag dat ook weleens. Menigeen buiten de Kamer snakt daar naar: vooruit met die kabinetsformatie, er zijn genoeg maatschappelijke problemen die moeten worden aangepakt, hebben ze daar op het Binnenhof niks beters te doen dan onderling ruzie maken?

Nou, niet bij elke partij. Zeventien fracties belandden er na de verkiezingen in het parlement. Dat was al een recordaantal. Inmiddels zijn er al weer twee afsplitsingen geweest. De eerste was bij een eenmansfractie, en aangezien Liane den Haan van 50Plus zichzelf niet in tweeën kon splitsen, zorgde haar meningsverschil met de partij van de onverbeterlijke ruziemaker Jan Nagel niet voor een extra fractie. Exit 50Plus. Wel nieuw: Groep Den Haan.

Maar die andere notoire ruziemaker, veel jonger dan Nagel maar deze veteraan al bijna evenarend, Thierry Baudet van Forum voor Democratie, zag zijn achtmansfractie afgelopen week gedeeltelijk leeglopen. Drie fractieleden besloten verder te gaan als de Groep Van Haga. Niemand kon het nog verbazen dat het Baudet om de aandacht te doen is en dat hij daarvoor steeds extremere middelen gebruikt. Zoals de abjecte poster op 4 mei, waarop verbeeld stond dat de vrijheid in Nederland op 4 mei 2020 ten grave was gedragen als gevolg van het coronabeleid. Walgelijk, maar blijkbaar waren de Kamerleden Wybren van Haga, Hans Smolders en Olaf Ephraim toch nog verrast. Hoe geloofwaardig is dat na de hele voorgeschiedenis met Baudet? Het resultaat is dat deze afsplitsing het aantal fracties op achttien brengt.

Zucht, steun. Ja, dat is ook een persoonlijke jammerklacht. De debatten met zo veel fracties zijn ellenlang en oeverloos. Maar het ‘zucht, steun’ is vooral omdat achttien sprekers die allemaal willen opvallen en een punt willen scoren voor hun specifieke achterban niet bevorderlijk zijn voor waar het om zou moeten gaan: de inhoud. Want dat vergt kennis, kunde, ervaring en een duidelijk beeld van het algemeen belang waar je als partij voor wilt staan.

Over de inhoud zou het moeten gaan. Daar is dringend behoefte aan

De nieuwe informateur, Mariëtte Hamer, heeft begin deze week dus met achttien fractievoorzitters gesproken. Want via de inhoud gaat nu gezocht worden naar partijen die samen zouden kunnen en willen gaan regeren. Dus moest Hamer van alle achttien fractievoorzitters horen wat hun concrete plannen zijn voor de toekomst, allereerst over hoe te herstellen van de coronacrisis en ook of zij samenhang zien met andere vraagstukken zoals de klimaatcrisis, het stikstofprobleem, de woningnood, de te ver doorgeschoten flexibilisering op de arbeidsmarkt, de kloof tussen arm en rijk en de uitvoering van overheidsbeleid.

Makkelijk zal dat niet zijn. Kijk alleen al naar de roep om maatwerk bij uitvoeringsorganisaties als gevolg van de toeslagenaffaire. pvda en GroenLinks willen daar meer geld voor, de vvd zegt: ho, laten we eerst eens kijken hoe het anders moet voordat je meteen weer over geld begint. Minder toeslagen, nog zoiets. Alle lonen en dus ook de bijstand dan omhoog? Klinkt de linkse partijen als muziek in de oren, maar de vvd weer veel minder. De kinderopvang niet meer commercieel maar uit belastinggeld betaald? Ook daarover denken partijen verschillend.

Over de inhoud zou het moeten gaan. Heel goed, daar is dringend behoefte aan. En vroeg of laat zouden die inhoudelijke verschillen tussen politieke partijen toch aan de orde komen. Of het regeerakkoord nu dik of dun is. Maar ondertussen zit er in het oosten van het land een Kamerlid dat de uiteindelijke voortgang van de kabinetsformatie in gijzeling houdt: het cda-Kamerlid Pieter Omtzigt, de man die vvd-leider Mark Rutte ziet als de kwade genius achter de toeslagenaffaire en niet met hem door één deur wil. Iedereen kan plechtig beweren dat het pas aan het eind van het formatieproces over de poppetjes gaat, maar al die tijd hangt Omtzigts ‘positie elders’, namelijk boos en overspannen thuis, boven de markt. Het mag toch niet zo zijn dat één Kamerlid de kabinetsformatie tegenhoudt?

Menigeen op het Binnenhof en ook binnen het cda heeft genoeg van de opstelling van Omtzigt. Als ze daarvóór al niet genoeg hadden van hem, van zijn drammerigheid en gebrek aan zelfrelativering. In de buitenwereld is hij bijna heilig verklaard voor zijn inzet in de kinderopvangtoeslagenaffaire. Lof verdient hij ook voor zijn vasthoudendheid op dit dossier. Hem heilig verklaren gaat echter te ver. Want ook al is Omtzigt in z’n eentje goed voor vijf Kamerzetels, hij is én blijft slechts een van de 150 Kamerleden.

Het is natuurlijk, na de betrokkene zelf, aan het cda te beslissen hoe om te gaan met ‘Probleem Omtzigt’. Met name aan partijleider Wopke Hoekstra en interim-partijvoorzitter Marnix van Rij, die tussen 1999 en 2001 al een keer partijvoorzitter was in eveneens roerige tijden voor het cda. Maar zoals Omtzigt moet beseffen dat hij de formatie niet mag gijzelen, zo moet het cda inzien dat deze fractie van vijftien Kamerleden dat evenmin mag doen.

Op 6 juni moet informateur Hamer haar werk hebben afgerond. Dat is over minder dan drie weken. Dan zal duidelijk zijn of het cda tot de partijen hoort die op inhoudelijke gronden overeenstemming lijken te kunnen bereiken. Zo ja, is dat dan voor Omtzigt genoeg tijd geweest om te herstellen? Kan hij zich vinden in de grote lijnen van het beleid? Of blijft hij de formatie gijzelen? Dan is het aan Hoekstra en Van Rij om de knoop door te hakken.