Wie met het openbaar vervoer reist, ontmoet ‘de maatschappij’. Zo zat ik eens tijdens de ochtendspits in de trein tegenover een obese tienermoeder die haar jengelende kleuter in een buggy stilhield met een zak paprikachips en een zuigfles vol oranje sap. Onlangs zag ik een hoogzwangere vrouw op het perron staan roken, het mondkapje had even moeten wijken voor de nicotineverslaving. Een oordeel is dan snel geveld, enkele omstanders wierpen haar afkeurende blikken toe.

In onze liberale democratie is de manier waarop je leeft een privé-aangelegenheid en voor de gevolgen ervan ben je zelf verantwoordelijk. Dit ideologische uitgangspunt is onder de kabinetten-Rutte sterk gepredikt. Burgers zijn zelfredzaam, zijn de regisseur van hun eigen succes en falen. Maar als mensen uit de boot vallen is er, anders dan in Amerika, nog altijd een stevige verzorgingsstaat met geïnstitutionaliseerde solidariteit in het zorgstelsel.

In beginsel heeft iedereen gelijke toegang tot zorg en zijn de middelen gelijk verdeeld, ongeacht of patiënten zelf hebben bijgedragen aan hun ziekte. Roken, drinken, te veel en ongezond eten of je knieën door te veel marathons kapot rennen – ‘eigen schuld, dikke bult’ geldt niet in de spreekkamer. Bij een terroristische aanslag behandelen artsen de daders en slachtoffers hetzelfde, afhankelijk van de ernst van de verwondingen gaat iemand voor. Een arts staat dan wel voor een duivels dilemma, zoals minutieus is beschreven in de roman Saturday (2005) van Ian McEwan.

Dit heilige solidariteitsprincipe staat al jaren onder druk. Obesitas is een groot maatschappelijk probleem, en deze chronisch zieke mensen vragen net als rokers om veel medische zorg waardoor ze de collectieve kosten opjagen. Tegelijk is het de vraag of een ongezonde leefstijl een vrije keuze is, er gaat vaak een combinatie van factoren achter schuil, zoals erfelijke aanleg, stress of armoede. Door dit besef, en de oplopende zorgkosten, staat bij de overheid preventie hoog op de agenda, mensen niet dwingen maar nudgen – duwen in de gezonde richting.

De volksgezondheid is door de coronacrisis extreem op de proef gesteld en de solidariteit begint te scheuren, nu vaccinatieweigeraars de route naar de exit versperren. De wenkende endemische fase waarin Covid-19 een van de winterziektes zal zijn, verdwijnt achter de horizon. Mensen die zich niet laten vaccineren verspreiden het coronavirus gemakkelijker dan gevaccineerden en stuwen bovendien de druk op de ic’s op ten koste van andere patiënten én van vrijheden voor iedereen.

In ziekenhuizen in de omgeving van haarden met een lage vaccinatiegraad zijn de bedden voor zo’n negentig procent bezet door vaccinweigeraars, zoals blijkt uit onder meer cijfers van het rivm. Ook al zetten antivaxxers daar weer vraagtekens bij. Ze geloven in veel, maar niet in de harde cijfers van de overheid. Een arts in een ziekenhuis vertelde bijvoorbeeld dat hij een covidpatiënt op de ic opnam die bleef roepen dat hij leed aan een longziekte, en woedend werd op de testuitslag.

Antivaxxers geloven in veel, maar niet in de harde cijfers van de overheid

Met de grens van de ic-capaciteit in zicht raakt het geduld in de samenleving met deze dwarsliggers op. Naar hen wordt hard uitgehaald op sociale media, in huiskamers, cafés en in de politiek. De teneur: ruim twee miljoen vaccinweigeraars gijzelen de gezondheidszorg en de samenleving. Ze geloven niet in de medische wetenschap, maar willen wel als ze ziek zijn medische hulp. ‘Het is geen virusepidemie maar een narcisme-epidemie’, schreef Sander Schimmelpenninck in de Volkskrant. ‘Decadent’ noemde vws-minister Hugo de Jonge het ‘dat je kunt bedanken voor het enige middel dat ons uit deze crisis helpt, maar tegelijkertijd kunt rekenen op de solidariteit en de bescherming van anderen die zich wél laten vaccineren’.

Het woord solidariteit valt vaak in discussies: waarom moet je solidair met hen zijn, als zij hun eigenbelang stellen boven dat van het algemeen belang, van het belang van andere patiënten, van caféhouders, winkeliers, scholieren, studenten, kwetsbare ouderen? Ook premier Rutte deed hier tijdens de persconferentie vorige week een beroep op, juist in een poging tot verbinding. ‘We kunnen corona alleen gezamenlijk oplossen, met een beetje mildheid naar elkaar.’ Maar de solidariteit die daarvoor nodig is, is burgers afgeleerd door Rutte’s vvd, door jarenlang te hameren op individuele in plaats van collectieve verantwoordelijkheid.

De realiteit in de ziekenhuizen is ondertussen nijpend, zelfs Diederik Gommers, voorzitter van de intensivistenvereniging, verliest zijn geduld. Hij is er ‘helemaal klaar mee’ dat de opkrabbelende zorg in de tang zit door Covid-19. Pijnlijk vindt hij het dat de oplossing niet is om de ic-capaciteit uit te breiden: er zijn zelfs minder ic-bedden dan in het begin van de pandemie, omdat het verplegend ic-personeel wegloopt of met een burn-out thuis zit. ‘Als je de vrijwilligheid van vaccinatie niet wil aantasten, moet je de basismaatregelen herinvoeren om de besmettingen in te dammen. Zo niet, moeten wij operaties afzeggen’, aldus Gommers.

Als dat niet genoeg is? Als de ic’s in alle ziekenhuizen overlopen en artsen volgens het draaiboek alsnog moeten overgaan tot triage – een selectie aan de poort op urgentie en de kans op herstel? Moeten ongevaccineerden daar dan de consequenties maar van ondervinden, zoals bijvoorbeeld Heleen Depuis, medisch ethicus en oud-vvd-politica, voorstelde om hen geen voorrang meer te verlenen op de ic’s?

‘Dat moet je nooit willen’, zegt Marjan Verkerk, hoogleraar zorgethiek aan de Rijksunversiteit Groningen en het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘Als je gaat spreken in termen van schuld gaat er een gure wind waaien.’ Het opent de weg tot een schifting van toegang tot de zorg op grond van leefstijl-gerelateerd gedrag. Tot een glijdende schaal van de ongevaccineerde naar de obese moeder met haar te dikke kind en de rokende zwangere vrouw. Artsen zullen zich voor die ‘maatschappelijke triage’ nooit lenen, selectie gaat dwars tegen de medische eed en het solidariteitsprincipe in. ‘De verdeling van zorg moet naar behoefte en niet naar verdienste zijn’, zegt Verkerk.

Solidariteit is in de discussie over ongevaccineerden niet het juiste frame, meent Tamar Sharon, hoogleraar filosofie in Nijmegen. ‘Want het gaat niet over verwijten maar over het herkennen en begrijpen van kwetsbaarheid.’ Het beeld wordt volgens haar zwart-wit voorgesteld, en dat veroorzaakt polarisatie. ‘Heel gevaarlijk als je één groep gaat aanwijzen als de schuldige van een vastgelopen systeem, dat door jarenlange bezuinigingen zo strak is getrokken dat het eerder de beddencapaciteit is die de grens legt dan het aantal covidpatiënten. De vraag is: hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen?’

‘De verdeling van zorg moet naar behoefte en niet naar verdienste zijn’

Sharon is een van de auteurs van een manifest van het filosofisch platform Bij nader inzien dat gaat over de solidariteitsspagaat waar burgers in de coronacrisis in zijn terechtgekomen: ze moeten hun vrijheid inleveren om wille van het maatschappelijk belang maar ze voelen zich ook door de overheid in de steek gelaten. Nutsvoorzieningen zijn afgebouwd, zie het verdwijnen van een gemeenschapsstructuur op het platteland. Tegen hen zeg je in feite: zoek het zelf uit, kom voor jezelf op. ‘In dat licht is het niet verwonderlijk dat burgers die zich wél aan de maatregelen houden boos zijn op hun medeburgers en hun bereidheid verliezen zich solidair op te stellen met degenen die zich niet laten vaccineren. En omgekeerd dat antivaxxers zich niet solidair voelen met het collectieve belang’, zegt Sharon.

De verschillende betekenissen van solidariteit lopen in de maatschappelijke discussie nu door elkaar, meent Verkerk. Er zijn volgens haar drie vormen. Belangensolidariteit, die geldt voor het verzekeringswezen, het pensioenstelsel en ons zorgstelsel: je stopt allemaal geld in een pot, en daarmee ben je solidair met anderen en krijg je zelf iets terug. ‘Een prachtig systeem, deze geïnstitutionaliseerde solidariteit’, zegt Verkerk. Dan is er groepssolidariteit: je bent lid van een groep, je deelt met elkaar een identiteit. Met twee kanten aan de medaille: sociale cohesie en sociale controle. ‘In de identiteitspolitiek slaat dat nu soms door. Maar je ziet het ook in enclaves als Urk – daar staat niet voor niets de vaccinatiebus weggemoffeld uit het zicht van de gemeenschap’, zegt Verkerk. Ten derde: humanitaire solidariteit, vanuit het idee dat we allemaal gelijk zijn, die verbondenheid is er van individu tot individu.

‘Solidariteit is een morele opdracht: ben ik bereid om me solidair op te stellen met degene die niet op me lijkt?’ zegt Verkerk. ‘Op dit moment wordt er een groter beroep gedaan op de belangensolidariteit én op die opdracht. Dat is in tegenspraak met het individuele belang van zeventien miljoen ikjes die voor zichzelf solidariteit opeisen. Want iedereen moet persoonlijke vrijheid afwegen tegen die morele opdracht. Dat is niet gemakkelijk.’

Sharon participeert vanuit de faculteit in Nijmegen in het grootschalige Europese onderzoek SolPan: ‘Solidarity in times of a pandemic. What do people do and why?’ Met wetenschappers in negen andere landen wordt onderzocht wat burgers motiveert om de overheidsmaatregelen op te volgen of juist te negeren; om zich wel of niet te laten inenten; in hoeverre er solidariteit is en hoe een regering hen daarop aanspreekt. In mei volgend jaar zullen de eerste bevindingen worden gepresenteerd. Over Nederland geeft Sharon vast een globaal beeld: ‘In het begin van de coronacrisis gold solidariteit tussen groepen en tussen mensen sterk. Men ging elkaar helpen, er was eensgezindheid over de maatregelen die evident nodig waren. Daarna is de frustratie erin geslopen, een pandemiemoeheid waarin de bereidheid tot “er samen uit komen” afnam. Het eerste vingerwijzen begon: naar jongeren die gingen partyen.’

Sharon vindt dan ook dat een afname van tolerantie is te verwachten als de overheid het nalaat om solidariteit tussen individuen en groepen in de praktijk beter – meer robuust en geïnstitutionaliseerd – te faciliteren. ‘Je kunt daarbij denken aan gratis mondkapjes, zoals in Frankrijk, meer testlocaties of hulpverleners op covid-afdelingen beter ondersteunen. Daar gedijt solidariteit onder. Net als in Engeland heeft het Nederlandse kabinet sterk een houding van “we willen niet vertellen wat je moet doen”, er wordt gerefereerd aan de eigen verantwoordelijkheid, aan de eigen intelligentie in plaats van institutionele ondersteuning te bieden om solidair te zijn.’

Ze mist een visie van het kabinet op langere termijn die burgers richting geeft. Die moet realistisch zijn, corona gaat niet weg. ‘Je kunt de samenleving en de zorg niet op en neer on hold zetten’, zegt Sharon. ‘Als je toegang tot gezondheidszorg wil geven aan iedereen die het nodig heeft, dan moet je het aantal bedden en het personeel vergroten, en dit kost geld.’

En dan is er die noodkreet van Gommers: een blik verpleegkundigen trek je niet zomaar open, ze zijn er niet. Hierbij kun je wél met de vinger wijzen, naar het kabinet dat jarenlang heeft bezuinigd op de zorg. Niet alleen verpleegkundigen lopen weg, ook artsen zuchten onder de werkdruk of het gebrek aan waardering, het gescheld van assertieve burgers. Dat is niet zomaar gerepareerd. Voor Rutte’s appèl op gemeenschapsgevoel geldt hetzelfde. ‘Het hyperindividualisme is tot diep in de haarvaten van de samenleving doorgedrongen’, schrijft de filosoof Gabriel van den Brink in Ruw ontwaken uit de neoliberale droom (2020).

De actuele realiteit stelt het kabinet direct voor een dilemma: kiezen voor meer generieke maatregelen of voor specifieke maatregelen: via de QR-code de drempel tot het openbare leven voor de groep ongevaccineerden verder verhogen, hen niet dwingen maar duwen. Het aankondigen hiervan op de persconferentie vorige week sorteerde al effect: de priklocaties stromen vol. Ze lieten hun principiële bezwaren varen wegens praktisch ongemak.