Greta Van Fleet met van links naar rechts Jake Kiszka, Josh Kiszka, Sam Kiszka en Danny Wagner © Alyssa Gafkjen

Het uitstellen van de zomerfestivals van 2020 via 2021 naar 2022 maakt bij de festivals die zich op hardere muziek richten een al jaren sluimerend probleem extra duidelijk: de grote namen in metal en hardrock worden vooral gevormd door bands die al actief waren in de jaren zeventig of tachtig. En of die bands nu al jaren helemaal geen albums meer uitbrengen (Kiss, Guns N’ Roses, Aerosmith), alleen nog albums die niet kunnen tippen aan hun klassiekers (Metallica, Iron Maiden, Ozzy Osbourne) of af en toe nog opvallend vitaal werk (Deep Purple) – de focus van hun optredens ligt op een ver verleden.

Je hebt niet eens de sterfgevallen nodig die plots een eind maakten een iconische bands (Motörhead, Rush), zelfs niet de wisseling van de wacht waarbij niet meer rock maar hiphop nu de mainstream bepaalt, voor het besef dat hardrock en metal behoefte hebben aan een nieuwe generatie bands. Greta Van Fleet is zo’n band. Het viertal rond de drie gebroeders Kiszka uit Michigan maakt klassieke hardrock: groots en opzwepend, met uithalen met een hoofdletter U in zowel de vocalen als in de gitaarsolo’s. Het openingsnummer van hun tweede album The Battle at Garden’s Gate maakt meteen duidelijk dat de ambities nog groter zijn geworden: de basis blijft hardrock met een scheut blues, maar de nummers zijn bij voorkeur nog meer Episch. In lange nummers als ‘Broken Bells’ en ‘Age of Machine’ stijgt de band werkelijk op en blijkt wat voor fantastische zanger Josh en wat voor fantastische gitarist Jake Kiszka is. Dat ze doen denken aan de jonge Robert Plant en de jonge Jimmy Page en hun band aan Led Zeppelin wordt in bij voorkeur vernietigende recensies geregeld tegen ze gebruikt, maar feit is ook dat Led Zeppelin niet meer bestaat en dat voor hun erfenis geen betere curator denkbaar is.

De metalband Gojira bestaat, weliswaar onder een andere naam, alweer 25 jaar, maar heeft zich de laatste jaren zo ontwikkeld van Bruut en Meedogenloos naar toegankelijke metal met invloeden uit de symfonische rock dat de kans heel groot is dat metalfestivals over een paar jaar worden aangevoerd door niet alleen een band uit het Zweedse Linköping (namelijk Ghost), maar ook een uit het Zuid-Franse Ondres, namelijk Gojira.

Het nieuwe album Fortitude is een even wervelende, gelaagde en experimentele als groovende metalplaat, waarop in ‘Amazonia’ net zo goed de percussies van Sepultura als de declameerkracht van Killing Joke worden samengebald, als in het furieuze ‘Into the Storm’ de stoomwalskracht van metal ten volle wordt uitgevoerd. ‘Amazonia’ is intussen ook nog een protest tegen het desastreuze milieubeleid van de Braziliaanse president Bolsonaro, want Gojira’s zanger-gitarist Joe Duplantier laat zich niet alleen inspireren door het boeddhisme en het veganisme, hij zingt daar ook over. Niet alleen de metalgeschiedenis, ook het engagement is bij Gojira in veilige handen.

Greta Van Fleet, The Battle at Garden’s Gate. Gojira, Fortitude