Italiaanse fans tijdens de wedstrijd tegen Spanje © ANP/News Syndication/Richard Pelham

Kort na de Spaanse gelijkmaker neemt de regie twee Italiaanse supporters in beeld: volledig in Romeins soldatenkostuum, harnas, tuniek en helm, en een bedrukte, sombere gezichtsuitdrukking. Mooi beeld, dat alles samenvat. De winst die al een tijdje zo goed als zeker leek, is ineens in gevaar. En deze gezichten weten het: die Spanjaarden zijn gewoon beter.

Dan, plotsklaps, verandert alles. Het duo veert op, begint te juichen, springt een paar keer op en neer. De regie schakelt weg. Op het veld is helemaal niets gebeurd. De kanteling is louter veroorzaakt doordat die Romeinen zichzelf in beeld zagen, op de grote schermen die niet alleen in alle huiskamers en cafés hangen, maar ook in deze arena zelf.

Weten dat je ineens voor een miljoenenpubliek staat, laat niemand onberoerd. Bij de regie weten ze dat, en je kunt hun vloeken van frustratie bijna horen. Hebben ze net een schitterende, authentieke emotie te pakken – spanning op een gezicht, woede, of, het allermooist, ongeremde tranen – en dan zien ze zichzelf en slaat alles om. Wegwezen, terug naar camera één. Straks beginnen die klootzakken nog te zwaaien.

De regisseur voert bij elke wedstrijd zijn eigen gevecht, met het publiek. Of om preciezer te zijn: met de authentieke emotie en de geposeerde selfie-persoonlijkheid. Ook hij ‘groeit in de wedstrijd’, zoals dat heet. In het begin schakelt hij nog te laat weg, en krijgt hij alleen maar blije gezichten, verrast, extatisch, elkaar aanstotend – we zijn in bééld! – gevolgd door gezwaai en kushandjes. Alsof ze op het dak van een uitvarend cruiseschip staan. Gaandeweg leert hij weg te schakelen zodra ze elkaar aanstoten en naar het scherm beginnen te wijzen.

Maar dat is niet genoeg. Echt tevreden is hij pas als hij meerdere shots heeft waaruit hij met een perfect instinct voor timing weg zapt, zodat er een langere portrettenreeks ontstaat van bespiede emoties. Ze betrappen, en bij de geringste twinkeling in hun ogen, als het besef in beeld te zijn nog op weg is tussen het onbewuste en het bewustzijn, dan moet je eruit, wegwezen.

Schieten, noemt hij dat voor zichzelf. Zit er toch nog een halve seconde selfie-stand in, dan is het tegen de paal. Bij de Romeinse soldaten zat hij er ver naast. Zijn grootste doelpunt, die hij in zijn denkbeeldige prijzenkast heeft ingelijst, is het huilende Duitse meisje in de wedstrijd tegen Engeland. De vlaggetjes-schminck op haar wangen uitgelopen door tranen, de vader die zelf ook ontroostbaar was. Schitterend. Die waren zo ver heen dat hij het gerust aandurfde ze vijf, zes seconden vast te houden.

Het betreffende meisje is online uitgelachen en voor nazi-hoer uitgemaakt, waarop dan weer een crowdfundingactie op gang kwam, die veertigduizend euro opleverde. Waarom? En waarom krijgt hij, de regisseur zelf, dat geld niet? Is hij niet de kunstenaar, de maker van dit invloedrijke werk?

Maar niemand begrijpt hem. Zelfs zijn vrouw niet. Hij kan het wel proberen, als hij vanavond thuiskomt, en uitleggen dat hij een slechte wedstrijd had, heel anders dan die tegen het Engelse en Duitse publiek. Maar zij begrijpt hem niet werkelijk. Ze begrijpt niet wat hij bedoelt als hij uiteenzet dat die Noord-Europeanen een makkelijker doelwit zijn. Wat trager in hun reactievermogen, en ook minder theatraal. Die Italianen en de Spanjaarden zijn zich er veel te veel bewust van dat ze in de arena staan. Gladiatoren zijn het, en toreadors. Nog geen twee seconden staan ze in zijn vizier en daar beginnen ze al te acteren, hun operette op te voeren.

De spelers zijn nog erger. Dat idiote gebaar met zijn handen van Alvaro Morata na zijn goal. Het is allemaal vooraf ingestudeerd. Je ziet het. Je ziet dat hij het voor de spiegel heeft geoefend. Niet één keer, maar twintig, dertig keer. Hij mag nog van geluk spreken, die charlatan. Koud kunstje was het geweest om het als hitlergroet in beeld te brengen. Mag lijden dat uitgerekend hij zijn penalty miste. Fataal. Ja ja, en dan is er ineens wel een authentieke emotie te zien, meneer Morata.

De Spanjaarden maakten de fout die hij, als regisseur, in zijn begintijd nog maakte: te beheerst, te doordacht, de bal te lang vasthouden als ze al hadden moeten schieten. De Italianen waren technisch minder sterk, ze speelden meer op geluk dan op tactiek. En dat is altijd mooier. Eindelijk, vlak voor de finale, begrijpt hij wat het geheim is van een goede regie.

Tactiek is een pose. Winnen is instinct. Het beste beeld krijg je als je niet nadenkt, een cameravoering op rauw instinct. Filmen op goed geluk. Hij is er bijna klaar voor. Nog één wedstrijd om het te perfectioneren, en dan wachten hem de Romeinse soldaten. Hij zal ze krijgen, allemaal. Het hele legioen zal hij te pakken krijgen, in spervuur van voltreffers.