KUNST

Glans

Hermitage Amsterdam

Uitvoerig is al de loftrompet gestoken over de stichters en vormgevers van het nieuwe museum Hermitage Amsterdam, en dat is volkomen terecht. De architect, Hans van Heeswijk, de interieurarchitecten Merkx+Girod en landschapsarchitect Michael van Gessel verdienen een tien, en wel om twee redenen. Ten eerste hebben zij een helder en dienstbaar museumgebouw geschapen, wit, strak en licht, waar de technische installaties geheel aan het oog zijn onttrokken en de kunstvoorwerpen het helemaal zelf mogen doen. Zelfs de verplichte groene ‘Uit’-bordjes zijn van speciaal bescheiden formaat. Ten tweede hebben zij een vergeten monument in het hart van Amsterdam in al zijn Hollands-classicistische klasse tot nieuw leven gebracht. Ze hadden het geluk dat het gebouw in de vorige eeuw al eens ingrijpend was verbouwd. Dat jaren-zeventigbeton kon er zonder bezwaren uit, en dat gaf een zekere manoeuvreerruimte, doch het voortreffelijke van hun werk is juist de terughoudendheid waarmee ze vervolgens te werk zijn gegaan. Er is geen hippe glazen vide in de gevel gepleurd, er is geen overbodige overkapping gefröbeld, geen lichtgevend kunstwerk op het dak gespijkerd. Het strenge uiterlijk van het oude Besjeshuis is nog volledig intact. De binnenplaats heeft gras en bomen en klinkers, meer niet. De grote zeventiende-eeuwse zaal aan de Amstelzijde is nog altijd een zeventiende-eeuwse zaal. Chapeau.
Maar the proof of the pudding is de tentoonstelling zelf, natuurlijk. Het museum opent met Aan het Russische hof: Paleis en protocol in de negentiende eeuw, waarin alle glans en glamour die zijn donor in Sint-Petersburg te berde kan brengen wordt gepresenteerd. De twee grote zalen roepen een formele bijeenkomst in het Winterpaleis op. De ene is een balzaal, de andere een formele audiëntie, met rijen jurken en uniformen, geflankeerd door portretten, voorafgegaan door een kamerkozak in kaftan. De vele kabinetjes langs die zalen tonen aspecten van de hofcultuur, de geschiedenis van de tsaren in de negentiende eeuw, en de Russische cultuur in meer algemene zin. Die voorwerpen zijn verbazend in hun compleetheid, hun pure kostbaarheid en hun exotisme – exotisch in de zin dat ze een hofcultuur tonen die volstrekt archaïsch was, die ver buiten de hoofdstroom van de moderne Europese dynamiek lag en die bevroren was in hiërarchie en etiquette. De buitenwereld werd ver weg gehouden; de geschilderde koppen van Nicolaas I en Alexander III druipen van de paranoia.
Paradoxaal genoeg was het Russische hof maar heel gedeeltelijk Russisch. Om te beginnen waren alle tsarina’s vanaf Catharina de Grote Duitse prinsesjes, uitgehuwelijkt vanwege de status en vanwege hun goede baarcapaciteiten. Verder was het hof in alles gericht op Europese kunsten, modes en stijlen. De adel tooit zich te paard in Brits jachttenue, walst op Franse deuntjes, woont in Italiaanse architectuur en laat zich portretteren door reizende broodschilders als Frans Xaver Winterhalter of François Flameng. Alleen tijdens bals masquées was er in het paleis ‘echt Russische’ kledij te zien.
Als spektakel is de tentoonstelling geslaagd. Het had misschien best een graadje minder gekund. Er worden zó veel voorwerpen uitgestald dat de tekstbordjes het niet kunnen bijbenen. Ze houden het bij ‘Tasjes’ of ‘Diverse geweren’. En is het echt nodig een uitstalling van schoenen te voorzien van de wandtekst ‘Wie de schoen past…’? Dat smaakt naar Avro-lolligheid. Je zou er ook over kunnen klagen dat in de hele presentatie het woord ‘lijfeigenschap’ maar één of twee keer voorkomt, en het woord ‘revolutie’ nog minder. Dat doet zich voelen. Wat wilden die Dekabristen eigenlijk? Waarom werd die vooruitstrevende tsaar Alexander II vermoord?
Die klacht is misschien flauw. Het gaat hier om de glans van de objecten, niet om de historische context, maar een beetje achterdocht is misschien toch op zijn plaats. De directeur van de Hermitage Sint-Petersburg, Michail Piotrovski, stelde in zijn openingstoespraak dat hier ‘de Russische visie op de geschiedenis wordt getoond’. Als dat zo is, dan is dat een visie met oogkleppen, een beeld van de negentiende eeuw waarin Rusland vooral een welvarende, goed georganiseerde natie was, niet een land van middeleeuws despotisme en willekeur. Een succesverhaal, dus, zoals ook het Rusland van Poetin en Medvedev een land zonder wanklank schijnt te zijn. Het lijkt onvermijdelijk dat de Amsterdamse Hermitage zich op den duur tot die Russische visie moet gaan verhouden.

Aan het Russische hof: Paleis en protocol in de negentiende eeuw. Hermitage Amsterdam, www.hermitage.nl