MUSEUM

Glanzende zuigerstangen

Royal Class

Het Spoorwegmuseum staat al jaren in de top-5 van meest bezochte musea, al loopt het zelden voorop in publicitaire branie of baanbrekende exposities, maar misschien is dat wel het geheim van het succes. Het is, met alle respect, een echt grootouders-kleinkinderenmuseum, een museum van liefhebbers, ingenieurs, treinfanaten, oud-spoorwegpersoneel, niet zozeer van conservatoren of wetenschappers die meer cultuurhistorische appeltjes te schillen hebben. Het heeft een duidelijk profiel, zeer lage drempels en een hoog return on investment: koop een kaartje en je krijgt plenty locomotieven, wagons, glanzende zuigerstangen, blinkend koper, gestoomfluit, het spiegelei van de conducteur en een vaag aroma van steenkool. Het is een interessant gebouw, op het emplacement achter het oude Maliebaanstation in Utrecht, de publieksbegeleiding, met name van kinderen, is zeer goed, er lopen acteurs in historisch kostuum rond, er is een kindergrimehoekje, er is ruime gelegenheid voor koffie en chocomel. Er zijn buiten bootjes en glijbanen. Alles zit voorbeeldig in de verf.
Nu lijken die twee stromen, liefhebberij en cultuurgeschiedenis, bijeen te komen in de tentoonstelling Royal Class, over het fenomeen ‘de koninklijke trein’. Veel Europese gekroonde hoofden steunden van meet af aan de ontwikkeling van het spoorwegnet en in ruil kregen zij van de spoorondernemers luxueuze rijtuigen ten geschenke, om zo bij hun buren op bezoek te gaan en en roulant reclame te maken voor het nieuwe vervoer. De Nederlandse koningin heeft er nog altijd een in gebruik, althans, het stond al zes jaar stil, en kon zonder bezwaar worden uitgeleend aan de tentoonstelling. Een week na de opening noopte de vulkaancrisis het hof het ding terug te vragen, omdat ermee naar Kopenhagen gereisd moest worden. Nu staat het er weer, naast de rijtuigen van Deense, Zweedse, Britse, Portugese en Belgische vorsten en curiositeiten als een stuk van het rijtuig van Sisi, een stoel uit de wagon van Ludwig II van Beieren en inventaris uit de rijtuigen van Tsaar Alexander II. Flink wat van deze stukken zijn reconstructies, zoals de wagon van koningin-weduwe Anna Paulowna uit 1864 of de katafalk-wagen waarin het lijk van Koning Willem III werd vervoerd, al zijn onderdelen ervan authentiek.
Ook voor een novice-treinenliefhebber als ik raakt de tentoonstelling aan allerlei machtig interessante onderwerpen. Zo wordt er aangestipt dat de nieuwe treinverbindingen de basis legden voor het moderne staatsbezoek, en dat de architectuur van stations werd aangepast aan die ceremoniële functie, met koninklijke wachtkamers, bijvoorbeeld, zoals die her en der in Nederland nog zijn te vinden. Ook werd de snelle uitwisseling van bezoekjes een factor van betekenis in de koninklijke huwelijksmarkt. Maar er is maar één wand met dit soort achtergrondinformatie, en dat is mager. Te veel blijft onbeantwoord. Zo vermelden de bordjes bij de rijtuigen wel de fabrikant van het onderstel en de opbouw, maar zwijgen ze over de ontwerpers van het interieur, en daar zijn toch interessante stukken onder. De twee rijtuigen van Juliana en Bernhard uit 1953-1956, bijvoorbeeld, zijn uitgevoerd in een subtiel soort jaren-vijftig-art deco. Wie ontwierp dat? En bij het rijtuig van aartshertog Franz Ferdinand zou het toch aardig zijn geweest te vermelden hij in 1914 in Sarajevo het leven liet, waarmee de lont voor de Eerste Wereldoorlog werd ontstoken. De ochtend van de moord was hij per trein gearriveerd uit het kuuroord Ilid‑a. Was dat deze trein?

Royal Class, vorstelijk reizen. Spoorwegmuseum Utrecht, t/m 5 september. www.spoorwegmuseum.nl