Prinses Margarita is bij de tijd

Glasnost in Oranje

Prinses Margarita is bij de tijd, dus openhartig. Veertig jaar geleden kreeg haar grootvader prins Bernhard die ruimte niet. Uit nieuw archiefmateriaal blijkt dat Bernhard nog in 1962, zes jaar ná Greet Hofmans, geen ruimte kreeg voor zijn versie van deze affaire, hoewel hij die zelf al had afgezwakt om het Nederlandse volk niet nodeloos voor het hoofd te stoten.

Het open vizier waarmee prinses Margarita haar vendetta tegen Beatrix en de rest van de koninklijke familie uitvent in de media, is een teken van «oranje glasnost». In het verleden bedienden de leden van de koninklijke familie zich noodgedwongen van aanzienlijk heimelijker pr-strategieën. Een klassiek voorbeeld is de perscampagne van Bernhard in de jaren vijftig versus zijn echtgenote koningin Juliana en haar geestelijk leidsvrouwe Greet Hofmans. Dat Bernhard de bron was van de fatale perspublicaties in het oranje crisisjaar 1956 in Engeland (Daily Express) en Duitsland (Der Spiegel) was al genoegzaam bekend, maar werd deze week weer eens extra bekrachtigd door een uitzending van het Avro-televisieprogramma Hoge bomen. Voor deze spraakmakende reeks tv-portretten onderzocht Pieter-Jan Hagens de avontuurlijke lotgevallen van prins Bernhard (deel 1 donderdag 27 februari, deel 2 volgende week donderdag).

Daarbij deed Hagens naar eigen zeggen een majeure vondst in «een stal in Engeland», waar een collectie handgeschreven brieven van Bernhard aan zijn oude journalistieke vriend Sefton Delmer werd aangetroffen. In die brieven smeekt de prins de journalist, die hij al kende uit zijn jonge jaren in Berlijn, om hulp in zijn paleisoorlog tegen Juliana en Greet Hofmans — aan welk verzoek ruiterlijk werd voldaan. Delmer — die volgens diverse inlichtingen experts niet alleen journalist was, maar ook agent van de Britse geheime dienst MI5 — was de bron van het verhaal Zwischen Königin und Rasputin, dat op 13 juni 1956 in Der Spiegel verscheen en dat het officieuze startschot was van de zogeheten «Greet Hofmans-affaire». Spiegel-redacteur Jacobi meldde op gezag van anonieme bronnen (lees Sefton Delmer) dat de koningin der Nederlanden op romanoveske wijze verstrikt was geraakt in de listen van een occult medium. Het verhaal bevatte tevens een evidente steunverklaring ten aanzien van Bernhard.

Het kabinet-Drees was zo geschokt dat Der Spiegel die week systematisch buiten de landsgrenzen werd gebannen en het Genootschap van Nederlandse Hoofdredacteuren in allerijl bij elkaar werd geroepen met het dringende verzoek geen woord aan de ongewenste affaire te wijden — welk verzoek op enkele uitzonderingen na (De Waarheid, Haagse Post) zeer loyaal werd nageleefd. Enkele dagen na de publicatie in Der Spiegel deed Delmer het verhaal nog eens dunnetjes over in de Londense Daily Express, nu onder eigen naam, en daarbij stuurde hij rechtstreeks aan op een troonsafstand van Juliana.

Voor premier Drees was toen de maat vol. Op zijn aandringen werd er een — zeer bondige — verklaring namens Juliana en Bernhard uitgegeven: «De wijze waarop de buitenlandse pers heeft gemeend de verhoudingen in onze naaste entourage te moeten bespreken, heeft ons zowel teleurgesteld als smartelijk getroffen. Wij zijn daarom van mening dat het noodzakelijk is dat er een onderzoek wordt ingesteld naar de omstandigheden die tot een dergelijke berichtgeving hebben kunnen leiden.» Hetgeen inderdaad geschiedde: een commissie van «wijze mannen», bestaande uit het trio staatslieden Beel, Gerbrandy en Tjarda van Starkenborgh Stachouwer, ging over tot onderzoek naar het mysterieuze lek. Het rapport waarmee het driemanschap enkele maanden later op de proppen kwam, is anno 2003 nog altijd staatsgeheim, maar in elk geval viel het gunstig uit voor Bernhard, die triomfantelijk kon toezien hoe Juliana zich onder dwang van Den Haag moest ontdoen van Greet Hofmans en haar persoonlijke staf, onder wie haar privé-secretaris baron W.J. van Heeckeren Molecaten. De prins schreef Delmer later: «Ik sta voor eeuwig bij je in het krijt voor je goedheid, je begrip en je hulp. Ik weet niet hoe ik het kan tonen, maar het zit diep in mijn hart.»

Daarmee was het boek-Hofmans ook voor Bernhard nog niet gesloten. Begin jaren zestig zette hij zich samen met zijn Amerikaanse biograaf Alden Hatch aan wat een geautoriseerde, zowel in het Engels als in het Nederlands te verschijnen biografie zou moeten worden. Het boek verscheen in 1962 onder de titel Prins Bernhard, zijn plaats en functie in de moderne monarchie. De affaire-Hofmans werd in niet meer dan een halve bladzijde behandeld. Over de relatie van Bernhard met Hofmans schreef Hatch slechts dat «dit contact niet zonder storing en moeilijkheden is gebleven». Hatch: «Na verloop van tijd zijn rond mejuffrouw Hofmans spanningen ontstaan, doordat ook derden zich in haar verhouding tot het koninklijk gezin zijn gaan mengen. Toen deze ten slotte zulke vormen gingen aannemen dat in de internationale pers allerlei sensationele berichten en verhalen gingen verschijnen, besloten Juliana en Berhard daartegen openlijk op te treden.» Na deze vrome passage werd de hierboven geciteerde verklaring in het boek opgenomen, en daarmee was wat Hatch betrof de kous af.

In werkelijkheid had Bernhard heel wat meer kwijt gewild over de episode. Uit correspondentie tussen Bernhard en zijn biograaf die bewaard is gebleven en die De Groene Amsterdammer aantrof in het archief-Hatch in de bibliotheek van de State University in Gainesville, Florida, blijkt dat Bernhard en Hatch aanvankelijk een heel hoofdstuk aan de affaire-Hofmans hadden gewijd. Bernhard nam daarbij geen blad voor de mond, al hield hij zich begrijpelijk genoeg op de vlakte over de vraag wie nu toch die duistere anonieme bron was van Der Spiegel en de Daily Express (dat was hij namelijk zelf). De in het Engels gevoerde briefwisseling, daterend van februari tot juli 1962, werd tot op heden nog niet gepubliceerd, evenmin als het verboden hoofdstuk, waarin Bernhard op bloemrijke wijze een impressie geeft van «miss Hoffman» (sic!), die hier wordt opgevoerd als «a thin, ascetic woman with quite extraordinary eyes that were briljant with faith or fanaticism as one chose to think».

Greet Hofmans was een Amsterdamse volksvrouw die na haar activiteiten in het verzet direct na de oorlog «helderhorend» werd. Ze werd door duizenden mensen als medium geconsulteerd, en kwam in 1947 via Bernhard in contact met Juliana, die zeer verontrust was over de oogafwijking van het jonge prinsesje Marijke, waarbij de bovennatuurlijke gaven van Hofmans mogelijk uitkomst konden bieden. In het manuscript van de eerste versie van het boek van Hatch wordt vanuit het perspectief van Bernhard in zes pagina’s beschreven hoe Greet Hofmans, eenmaal ingetrokken in Paleis Soestdijk, bij de prins uit de gratie viel. Vertaald vanuit het Engelse origineel: «Ondertussen kreeg Bernhard steeds meer argwaan over de goede trouw van juffrouw Hofmans. Uiteindelijk stelde hij haar op de proef. Hij vroeg of ze hem kon helpen om zijn springpaarden, die erg slecht hadden gepresteerd, er bovenop te krijgen. Ze zei: ‹Als je me een paar haren van ieder paard in een envelop brengt, zal ik God vragen wat je moet doen.› De prins stemde toe. Korte tijd later vertelde mejuffrouw Hofmans dat ze had gecommuniceerd met God en dat, als

prins Bernhard bepaalde dingen zou doen in de training en de voeding van de paarden, hij groot succes zou hebben. Bernhard, die waarachtig gelooft, was geshockeerd. ‹In mijn beleving is dit blasfemie›, vertelde hij mejuffrouw Hofmans boos. ‹Als je de grote krachten waarover je zegt te beschikken werkelijk had gehad, zou je ze niet gebruiken voor the purpose of fun and sport en mij te laten winnen in een springconcours. Ik heb je op de proef gesteld en je hebt gefaald. Dit bewijst voor mij dat je een bedriegster («a fake») bent.›»

In een brief van 12 februari 1962 van Bernhard aan Hatch blijkt dat er grote problemen zijn gerezen met betrekking tot het Hofmans-hoofdstuk. In de in het Engels gestelde brief geeft Bernhard aan dat hij al enkele maanden met de tekst in de maag zit: «Wanneer ik de afgelopen maanden werd gevraagd over het boek en ik opmerkte hoe moeilijk het was deze ongelukkige episode ook in het boek te beschrijven, kreeg ik verschillende malen te horen: ‹Dat mag niet gebeuren, dat is onmo gelijk, dan is het beter helemaal geen boek te hebben.›»

Bernhard tegenover zijn biograaf Hatch: «Ik ben het hier echter niet mee eens. Zoals je weet, ben ik de mening toegedaan dat het boek een echt beeld geeft van mijn leven en activiteiten, zonder onplezierige feiten te verdonkere manen. Tegelijkertijd heb ik het sterke gevoel dat het boek op geen enkele wijze schade mag toebrengen aan de koningin, de koninklijke familie en haar betrekkingen met het Nederlandse volk. Ik wil beklemtonen dat je hoofdstuk een sober en extreem goed geschreven beeld geeft. Voor lezers in het buitenland zou het zeer acceptabel en interessant zijn. Echter, voor Nederland is het onmogelijk het in deze vorm te presenteren. De gemiddelde Nederlander, die nooit tot de kern van de zaak heeft kunnen doordringen en maar al te blij was toen de affaire van de baan was, zou stomverbaasd zijn als hij dit hoofdstuk zou lezen en hij zou het zelfs beschouwen — hoe onterecht dan ook — als een aanval op de koningin die hij absoluut niet zou kunnen accepteren. Daarnaast zou ook mijn vrouw het diep betreuren als deze affaire weer zou worden opgerakeld door deze publicatie. Het zou haar herinneren aan een tijd die extreem moeilijk voor haar was en in feite

eindigde in een grote nederlaag voor haar, op alle fronten. Het zou tegen mijn geweten in gaan deze oude wonden weer open te maken, en dat zou zeker gebeuren, hoe voorzichtig je je verslag ook hebt geformuleerd, en dat kan ik niet toestaan. Vandaar dat ik je verhaal heb herschreven, het gecondenseerd tot een zeer bondig overzicht van de belangrijkste feiten, dat je hierbij ontvangt.»

Het resultaat van deze autobiografische vlijt van Bernhard is het mini-relaas dat uiteindelijk daadwerkelijk in het boek belandt, zij het na nog maanden van gesteggel om de tekst tussen enerzijds Bernhard, en anderzijds het kabinet en Juliana zelf. Uit een brief van Bernhard aan Hatch d.d. 17 juni 1962: «Mijn beste vriend, hou je adem in en haal zes keer diep adem. Nou, daar komt het: na eerder ingestemd te hebben met de extreem verwaterde versie van het Hofmans-verhaal (gemaakt door de regering, plus adviseurs), heeft mijn betere helft aangedrongen op nog enkele correcties.»

Bernhard, hoe bereid ook om zijn hart uit te storten bij zijn Amerikaanse biograaf, kreeg geen centimeter ruimte om zijn verhaal uit de doeken te doen. Ook een latere poging van Bernhard om zijn biografie te laten schrijven — door Robert Ammerlaan, begin jaren tachtig — werd uiteindelijk getorpedeerd, ditmaal door zijn dochter, op wier last het manuscript van Ammerlaan in een potdichte kluis belandde.

In dit historische perspectief doet de vrijmoe dige flux de bouche van prinses Margarita tegenover het weekblad HP/De Tijd bijzonder weldadig en modern aan. Jammer alleen dat Bernhard én Juliana nooit op deze wijze in staat zijn gesteld van hun hart geen moordkuil te maken.