Cabaret: ‘Niemand anders’

Glazen wand

Het is een tragikomisch gegeven: de werkloze cabaretier die zo verlangt naar het oude normaal dat hij tegen de klippen op langs de theaters trekt, ook al moet hij voor lege zalen spelen. Voor Niemand anders – de opvolger van het experimentele tweeluik Ergens anders en Iemand anders – heeft Micha Wertheim een soort Zoom-omgeving gecreëerd, waarin we de cabaretier voor een lege zaal zien zitten. Bij de première was dat het Oude Luxor in Rotterdam. Wertheim springt heen en weer tussen drie schermpjes en zelf zijn we ook in beeld. Op de overige schermpjes verschijnen steeds wisselende medetoeschouwers.

Niemand anders is fragmentarischer dan Wertheims eerdere werk. Dat past bij het thema van de voorstelling: de manier waarop wij geïsoleerd en gefragmenteerd zijn geraakt, niet in staat om ons leven nog tot een overtuigend verhaal te smeden. Maar tussen al die fragmenten zitten ook veel losse flodders.

In het sterke openingsdeel maakt Wertheim vileine opmerkingen over theatermakers die zich het afgelopen jaar op livestreams stortten. Ze deden zo hun best om ‘echt’ theater te maken, maar het is onmogelijk om de gedeelde ruimte van het theater online te simuleren: ‘Wat overblijft, is een soort hele slechte televisie.’ Wertheim zelf probeert dan ook niet om een intieme theaterervaring te creëren, maar stelt juist de mogelijkheid daarvan ter discussie. Dat doet hij zoals altijd door zijn publiek op het verkeerde been te zetten, met een aantal technische trucs die aan zijn verleden als amateur-goochelaar herinneren.

Halverwege zakt de voorstelling in. Wertheim raakt verwikkeld in een discussie met zijn gele stressballetje – als je erin knijpt, produceert het een angstaanjagend gelach – over de vraag of zijn grappen niet te seksistisch zijn en zijn gastrolspeler (tevens coach) Gijsbert van der Wal niet te wit is. Een ronduit slap commentaar op het debat over inclusiviteit in de kunsten.

Ook weinig overtuigend is de conference over de voorstelling waarop Niemand zit te wachten. Niemand wordt hierin zelf een personage, een knipoog naar het verhaal van Odysseus en de Cycloop. De combinatie van woordspelerigheid en mythische pretentie doet denken aan Freek de Jonge op zijn minder goede momenten (Freek dichtte: ‘Niemand is volmaakt, wees niemand’), maar ook aan Wertheims eigen conference over Jan Lul uit Voor zichzelf. Flauw hoe hier opnieuw de pretentieuze kunstwereld de maat genomen wordt: ‘Waar ga je naartoe met kunst waarin Niemand geïnteresseerd is? Dan kom je al snel bij het Stedelijk in Amsterdam uit.’

De poëtische schoonheid van Niemand anders is niet gelegen in het woord, maar in het beeld. Zo maakt Wertheim inventief gebruik van virtuele achtergronden en zien we hoe hij op de fiets achterna gezeten wordt door zijn depressie. Ook maakt hij een prachtige beeldvergelijking tussen de videobeller en de Franse mimespeler Marcel Marceau, die de kern van de voorstelling vat. Zoals Marceau steeds tegen een denkbeeldige glazen wand op loopt, zo zit ook de videobeller vast in zijn eigen vierkante schermpje, niet in staat de ander werkelijk te bereiken.

MichaWertheim, Niemand anders, tournee t/m 27 februari. Gezien: 10 februari, Oude Luxor, Rotterdam. guts.events/f5cgoo/