Jessica Durlacher

Glibberend naar de climax

Jessica Durlacher, De dochter

Uitg. De Bezige Bij 278 blz., ƒ 39,90

Met haar nieuwe roman De dochter schreef Jessica Durlacher een boek dat past in de beste traditie van de holocaust-kitsch. Schuld, schaamte, lotsverbondenheid, goed, fout — het zijn kwesties die hun meest sidderende reliëf krijgen in het licht van de grote Endlösung. Durlacher maakt op handige wijze gebruik van deze zwaarte, door een liefdesgeschiedenis in tijden van oorlog op detectiveachtige wijze door te laten werken naar het heden. Wat anders niet meer dan een lekker tranentrekkerig en spannend verhaal zou zijn, in een boterbrij van woorden ge drenkt, is in de slagschaduw van doorleefd extreem leed een exercitie die bijna literatuur lijkt.

Max en Sabine heten de twee geliefden in De dochter. Zij lijken samen een lang en gelukkig leven in het vooruitzicht te hebben, na een coup de foudre in het Anne Frankhuis (sic), ware het niet dat het oorlogsverleden van hun beide vaders hun leven blijft verstoren. In het geval van Max gebeurt dat nog op overzichtelijke wijze, met huiselijke ruzies waarbij veel gescholden en gehuild wordt, erg geestig beschreven door Durlacher; bij Sabine is er meer aan de hand. Zo veel uiteindelijk dat zij met achterlating van een cryptische afscheidsbrief uit het leven van Max verdwijnt.

Gaan we vijftien jaar verder in de tijd (heerlijk altijd, als een schrijver dat doet), zodat de twee elkaar weer, sadder and wiser, tegen het lijf kunnen lopen. Het mysterie van Sabine wordt er vooralsnog niet kleiner op, vooral niet omdat ze nu in het gezelschap van de veel oudere Sam verkeert. Max is desalniettemin andermaal verloren en reist Sabine achterna naar haar huidige verblijfplaats, Los Angeles. Daar wordt hem langzaam gewaar wat zijn grote liefde bezielde bij haar vlucht. Een manuscript, een bezoekje aan Jeruzalem en een visite in een bejaardentehuis doen alles op zijn plaats vallen. Eind goed, al goed.

De dochter laat zich prettig consumeren, omdat in alles wordt tegemoetgekomen aan de verwachtingshorizon van de lezer. Voor ieders handelen blijkt een legitieme reden, geen lijden blijft onbespied en de verlossende clou is voortdurend nabij.

Ook in haar schrijfstijl is Durlacher genereus. Een stoet aan adjectieven trekt over de bladzijden, het ene nog invoelender dan het andere. Een stem klinkt lichtelijk smekend, en ook nog nerveus en ongeduldig. Een man is niet alleen knap, maar ook mooi en van zware kwaliteit. Iemand is opgewekt, onaantastbaar én vol vuur. Een blik is kortaangebonden, vermoeid, de verontschuldiging voorbij maar toch ook nog om vergiffenis vragend. Zo wordt er wat afgeglibberd en -gesnotterd, en niet zonder effect. Ik voelde een authentieke rilling over mijn rug bij de passage waarin de vroegere onderduikster Lisa uitlegt aan Max dat ze na de oorlog niet meer met haar mede-onderduiker en tevens minnaar Sam kon verkeren. Ik heb gelach en bij de beschrijvingen van de schreeuwerige conflicten tussen Max en zijn vader, van achtergrondgeluid voorzien door een immer stofzuigende moeder. Bovendien ben ik de hele nacht wakker gebleven om het boek in één keer uit te kunnen lezen. Kortom, ik heb mij gewillig laten meevoeren naar de climax, om me pas naderhand af te vragen wat ik nu eigenlijk gelezen had.

Het meest opmerkelijke aan De dochter is misschien nog wel het gebrek aan terughoudendheid wat betreft woorden en emoties. De oppervlakte regeert, elke zweem van ondertoon of mysterie ontbreekt. «Ik had het gevoel dat ik in een onbekend en angstaanjagend gebied was beland», overdenkt Max nadat hij Sabine heeft ontmoet. «Een land waar geen ironie bestond, geen afstand, alleen maar woorden en gevoelens.» Een dergelijke sensatie ondergaat ook de lezer, deze lezer althans, bij de intrede in Durlachers universum. Niets blijft onuitgesproken, alle mogelijke vragen worden drie keer gesteld en de antwoorden zijn in extenso bijgeleverd.

In wezen lijkt De dochter zijn Hollywood-verfilming vooruitgesneld door binnen de dwingende vertelstructuur van een whodunnit de emoties op te dienen in hapklare brokken. De transformatie van boek naar film zal dan ook beslist een minder pijnlijk proces zijn dan in het geval van bijvoorbeeld William Styrons Sophie’s Choice, of Twee koffers vol van Carl Friedman (verfilmd als Left Luggage). In De dochter zegeviert het sentiment al en valt er wat dat betreft dus niet zo veel meer uit te vergroten of te verkitschen.