Alledaagse misogynie

Glimlachen verplicht

Hoe terloopser de onophoudelijke aantastingen van de vrouwelijke persoon zich voordoen, hoe moeilijker het is om er het probleem van in te zien. Over wat we bedoelen als we vrouwen hoeren noemen. Over fijnstof, stoute geiligheid en moedercomplexen.

Ik wil het helemaal niet over Ilja Leonard Pfeijffer hebben, en zeker niet schamper over hem doen – geef die man een prijs – maar een paar weken geleden schreef hij een column op de achterpagina van de NRC die zich in mij vast haakte. Het was zijn bijdrage aan het Wallen-debat, oftewel wat Amsterdam aan moet met de raamprostitutie op de Wallen, zijnde een belangrijke toeristische trekpleister en tevens gedoogplek voor vrouwenhandel en -vernedering. Het ging Pfeijffer om dat eerste aspect. Hij was er al vele jaren niet meer geweest, schreef hij, en nam er een kijkje omdat zijn Italiaanse vriendin dit fenomeen wel eens wilde zien.

Nu ik de column er weer bij pak, vraag ik me af of ik niet in een val trap, en wel in die van de satire. Of is dit een serieuze mededeling over zijn vriendin? ‘Zij is een keurig meisje van goede komaf en haar nieuwsgierigheid was uitsluitend antropologisch gemotiveerd, dat wil ik graag benadrukken.’ Ze raakte geschokt, niet door ‘de halfblote meisjes die je desgewenst tegen een bescheiden vergoeding kon liefhebben’ – geef die man de ollie-b-bommel-award – nee zeg, gewoon, door het massatoerisme dat het ‘die meisjes’ onmogelijk maakt fatsoenlijk hun werk te doen. Het sluiten van de Wallen lijkt Pfeijffer opeens urgenter dan hij ooit gedacht had, nu toeristen de ‘stoute geiligheid’ van weleer belachelijk maken. In zijn slotalinea heeft hij het over ‘het drama van de hoertjes’ als een van de voorbeelden die aantonen dat toeristen de pest voor de stad zijn.

Ik moet toegeven dat niet iedereen die ik Pfeijffers stukje liet lezen zo ontsteld was als ik. Heb ik in de loop van de tijd een humorloze gevoeligheid ontwikkeld en die nooit meer van me afgeschud? In de goeie ouwe jaren tachtig was het deconstrueren van teksten en schilderijen tot de vrouwenhaat bloot en lillend op tafel lag nog een feministische roeping. Misschien is de wereld te ingewikkeld geworden voor dit soort lezingen. Te ambigu. Is het niet meer beschamend om jezelf op te voeren als een tevreden bijna-zestiger met mogelijk een verleden van hoerenlopen, pardon, van stoute geiligheid, maar inmiddels in het gelukkige gezelschap van een meisje met onbevlekt blazoen, vol dedain voor degenen die zijn ‘meisjes’ en ‘hoertjes’ aangapen als dieren in een dierentuin in plaats van ze naar fatsoenlijk gebruik lief te hebben tegen een bescheiden vergoeding.

Mag ik deze column een exempel van vrouwenhaat noemen?

***

‘Het leven van een feminist in de 21ste eeuw kan nogal verwarrend zijn’, schrijft de Engelse filosofe Lorna Finlayson deze maand in de London Review of Books. ‘Bekijk je het van de ene kant, dan lijkt het feminisme zijn doel wel min of meer te hebben bereikt.’ Waar we het dan over hebben zijn zaken als stemrecht, toegang tot onderwijs, het uitoefenen van beroepen en het bekleden van posities die ooit leken voorbehouden aan mannen, gelijke betaling of in ieder geval het streven daarnaar. En zelf voeg ik hier dan ook maar aan toe: voetballen op wereldniveau en dat ernaar wordt gekeken. Feminisme is iets geworden waar je je op kunt laten voorstaan, en dat geldt voor zowel vrouwen als mannen.

Tegelijkertijd staan de zaken er voor vrouwen in grote delen van de wereld slechter voor dan ooit. Naast de rampspoed op politiek en maatschappelijk niveau, die volgens Finlayson een grotere weerslag heeft op de levens van vrouwen – economische malaise, oorlog, klimaatverandering – zijn daar de taaie noties en verwachtingen van vrouwen en opvattingen over waartoe zij op aarde zijn. Naarmate vrouwen hoorbaarder en zichtbaarder worden, zijn er ook meer mensen die daar moeite mee hebben en proberen vrouwen terug in het hok te krijgen, met geweld.

In de recent verschenen studie Tegen de vrouwen schetst socioloog Abram de Swaan de geschiedenis van de opkomst van de vrouw en het parallel lopende verzet daartegen. De ondermijning van de mannelijke overheersing leidt volgens De Swaan tot maatschappelijke en psychische spanningen, die weer te herleiden zijn tot gekwetst eergevoel. ‘Dit is onmiskenbaar het tijdperk van de vrouwenemancipatie’, schrijft De Swaan. ‘Er voltrekt zich in de verhoudingen tussen de seksen een trage, ingrijpende en wereldwijde omwenteling naar grotere gelijkheid. Dat roept weerstand op.’ Kijk naar de VS onder Donald Trump, Brazilië onder Jair Bolsonaro, de groeiende anti-abortuslobby, het geweld in extreem-rechtse en orthodox-religieuze milieus, giftige mannelijkheid op populaire sites en fora, de creatieve haatdragendheid van nieuwe politieke partijen.

Ik weet dat ik in een wereld leef waarin het kwaad en de gekte kunnen zegevieren. Waarin je, om Volkskrant-columniste Sheila Sitalsing te parafraseren, alleen maar even een andere kant op hoeft te kijken om te constateren dat de vanzelfsprekendheden die er net nog waren zomaar verdwenen kunnen zijn. Tegelijkertijd onderschrijf ik het optimistische beeld dat De Swaan schetst van het tijdperk waarin we ons bevinden, namelijk dat van een onstuitbare, wereldwijde omwenteling. Voor het verzet daartegen sluit ik mijn ogen niet, maar ik wil me er niet bij voorbaat verpletterd door voelen. De realiteit van de patriarchale samenleving waarin ik me beweeg is dat ik dit typ met de ramen en de deuren open, ik hoor vogeltjes buiten kwetteren, de zon schijnt. Ik kijk uit over de daken van omwonenden, in de verte rijzen de kerktorens uit boven de stad, er klinkt een ambulance, nog meer in de verte wat getoeter. Ik heb een beste vriend, een man die voor me kookt. Vrouwenhaat klinkt even idioot als concreet. Want wat betekent het om vrouwen te haten? Is dat niet net zoiets als het weer haten, of iets anders alom aanwezigs waarzonder geen leven mogelijk is?

De Swaans beschrijving van de strijd tegen vrouwen concentreert zich op jihadisten en ‘rechtsisten’. Feilloos, zelfs nogal meeslepend, laat De Swaan zien dat ze reactionair zijn in de zin dat ze niets nieuws verzinnen, maar teruggrijpen op oeroude argumenten en dooddoeners. ‘De voorhoedes van het patriarchaat strijden in de achterhoede van de geschiedenis.’

Achterhoedegevecht of niet, het is een zichtbare strijd, met zichtbare consequenties en gevaren, dagelijks opgetekend in de kranten, en áltijd schrikbarend. Naar aanleiding van de rechtszaak tegen de man uit Soest die zijn vrouw in stukken zaagde, zet de krant vandaag uiteen wat femicide is: het vermoorden van vrouwen vanwege hun vrouw-zijn. In Nederland is het merendeel van de vrouwen die worden vermoord het slachtoffer van hun partner of ex. Als motief vermeldt het cbs niet ‘vrouwenhaat’, maar het wat huiselijker klinkende ‘jaloezie’. De vrouwen worden meestal in huis omgebracht, met een mes, of ze worden gewurgd. Vaak gaat er stalking aan vooraf. Wereldwijd en dagelijks worden vrouwen aangerand, verkracht, verminkt en vermoord.

Een vriendin stuurt me het bericht door uit The Guardian over een 59-jarige Amerikaanse wetenschapster die voor een congres op Kreta was. Tijdens haar ochtendlijke hardlooprondje wordt ze door een plaatselijke 27-jarige timmerman verkracht en gedumpt in een luchtkoker waar ze een langzame verstikkingsdood sterft. We weten allebei dat het volstrekt random is om hier nu opeens door geraakt te worden, maar het zijn de enkele gegevens in het krantenbericht die het hem doen: haar leeftijd, het feit dat ze een zwarte band had in taekwondo, haar twee volwassen kinderen die moeten leven met het gegeven dat hun moeder op deze manier aan haar einde is gekomen, en het verweer van de dader: ‘Ik had zin in seks.’

‘Hoe hebben we kunnen evolueren tot een soort waar verkrachting schering en inslag is?’ vraagt de Indiase sociologe en econome Sohaila Abdulali zich af in haar onlangs verschenen boek Waar we over praten als we over verkrachting praten. Een collega zegt: ‘Dat van Anne Faber is geen vrouwenhaat. Dat is het werk van een psychopaat.’

Vrouwenhaat kent vele vormen en gradaties. Er is een heel scala van aantastingen van de vrouwelijke persoon, en hoe terloopser die zich voordoen, hoe moeilijker het is om er het probleem van in te zien. Donald Trump en Thierry Baudet zijn in zekere zin overzichtelijke gevaren, want niet te missen. Hoe ziet misogynie eruit die ondergronds gaat, die misschien meer effect heeft omdat het ook te ontkennen valt? Wat is misogynie als we het niet als zodanig erkennen omdat we eraan gewend zijn?

‘We hebben allemaal en levenslang het fijnstof ingeademd van de sociale discriminatie die ons omringt en waar we blijkbaar deel van uitmaken’, schrijft De Swaan. Ook ‘onze’ mannen, hier in het Westen, verliezen elke dag weer in de strijd tussen de geslachten, al is het maar een vorm van duidelijkheid. Wie slaat de spijker in de muur, brengt het geld in, weet hoe het zit, zet de eerste stap, houdt de deur open? Nog maar één of hoogstens twee generaties terug was het volkomen duidelijk wat een echte vrouw was, en een echte man, wie er aan de borrel- of vergadertafel sprak en wie er luisterde. Als vrouwen nu voorrang krijgen bij sollicitaties of benoemingen mogen mannen dit niet betreuren, maar moeten ze het toejuichen. Wat mag je nog, en wat moet je?

Het mannelijk eergevoel is oud en taai, net zo oud en taai als de vrouwelijke neiging de hostess te spelen. Veel mannen steekt het als een vrouw meer verdient dan zij, meer aandacht krijgt, succes heeft, de boventoon voert, de baas is. Ook vrouwen hebben nog steeds moeite met vrouwen als leiders. Als een vrouw maatschappelijk succes heeft, moet dat wel ten koste gaan van haar persoonlijk geluk, moederschap, de liefde, de verzorging van haar nagelriemen.

Naarmate vrouwen hoorbaarder en zichtbaarder worden, zijn er ook meer mensen die daar moeite mee hebben

Mannen hebben over het algemeen het idee zich wel iets te kunnen veroorloven ten aanzien van vrouwen, en dat ‘iets’ is in de praktijk van alledag oneindig rekbaar. Ga ik die vrolijke jongen die mij elke ochtend in de fietsenstalling groet, of iets zegt over hoe ik eruitzie, of vraagt wat ik voor werk doe, of een stukje met me oploopt tot in de stalling en zegt dat hij jarig is, nu echt een vrouwenhater noemen? Grote gemene deler is en blijft de seksualisering van de vrouw. Manifestaties van vrouwenhaat hebben altijd met seks te maken. ‘Je gaat de ware liefde toch niet vinden onder die mondige vrouwen met een drankprobleem?’ wordt in een dubbelinterview opgetekend uit de mond van de beste vriend van een hoofdstedelijk uitgever. Als patente man, lijkt Özcan Akyol Mai Spijkers te adviseren, ben je beter af met een stille dienstmaagd.

***

Het zijn geen jihadisten of rechtsisten die zich in mei verzamelen op het Museumplein in Amsterdam om het landskampioenschap van Ajax te vieren. Het zijn op de eerste plaats voetballiefhebbers, neem ik aan. Natuurlijk, de burgemeester die traditiegetrouw de supporters komt toespreken vanaf het feestpodium wordt op bier getrakteerd. Aanvoerder Matthijs de Ligt vangt nog trefzeker en hoffelijk een blikje op vlak voor het de burgemeester zou treffen. Maar het spreekkoor dat wordt ingezet moet ze toch echt in haar eentje incasseren, want het kan ook maar voor één iemand bestemd zijn.

‘Hoer!’ schalt het over het Museumplein. ‘Hoer!’

Daar staat ze, de burgemeester, in haar jurk en met haar ketting, en met kramp in de kaken van het blijven glimlachen of het inwendig verwensen van de massa tegenover haar met een algeheel ‘fuck you’. Halsema sprak achteraf over ‘een prachtig moment’.

‘Het is zo feestelijk en die ploeg is zo blij.’

‘Ze is geen Amsterdammer’, verklaart een vriend.

Een ander: ‘Ze heeft het doorgeduwd om de inhuldiging ’s middags te doen in plaats van ’s avonds.’

Collega: ‘Ze staat voor de elite.’

Rationalisaties te over, maar ze bieden geen verklaring voor de specifieke aantijging die ze naar haar hoofd krijgt. Wat is de diepere gedachte achter een vrouw voor hoer uitmaken? En laten we wel wezen, een hoer is iets anders dan een meisje dat je tegen bescheiden vergoeding mag liefhebben. Dat is namelijk, dixit Pfeijffer, een hoertje.

***

In haar vorig jaar verschenen studie DownGirl gaat de Amerikaanse filosofe Kate Manne op zoek naar de logica van vrouwenhaat. Omdat zij misogynie ontleedt als een filosofische kwestie met haar eigen logica, heeft zij meer oog nog voor de alledaagse, ondergrondse manifestatie van vrouwenhaat. De varianten van misogynie, toen en nu, direct en ondergronds, hebben gemeen dat ze de bestaande verhoudingen versterken door mannen op te tillen en vrouwen neer te halen. In feite heeft dat niet eens zo direct te maken met het haten van vrouwen, zeker niet van álle vrouwen. Net zoals niet iedere man misogyn is, en vrouwen net zozeer misogyn kunnen zijn. Misogynie is datgene dat helpt om de man/vrouw-verdeling te bestendigen. Het is dus een idéé over wat vrouwen bij voorkeur zijn: verzorgend, gevend, oplettend. En wat ze liever niet zijn: hongerend naar macht, dominant.

Manne’s boek is duidelijk geschreven met de haatadem van het Trump-regime in de nek, al keert zij de kwestie van diens grove schaamteloosheid om. Zij is niet geïnteresseerd in de psychologie van Trump. Het doet er niet toe waarom hij is wat hij is. Misogynie is wat misogynie met vrouwen doet. Je moet volgens Manne redeneren vanuit het slachtoffer, en niet vanuit de dader. Misogynie is de vijandigheid waar vrouwen tegenaan lopen, navigerend in een mannenwereld. Wat zegt het over een cultuur als een aperte misogynist tot president wordt gekozen? Trump kan openlijk als een vrouwenhater spreken, omdat hij zijn tijd en zijn plaats mee heeft. ‘To make American white men feel great again.’

***

In het voorjaar werd in VolkskrantMagazine onze vicepremier, tevens minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit geïnterviewd. Of misschien moet ik haar niet als vicepremier en minister betitelen, maar haar aanduiden met boerendochter. Zo werd ze immers gepresenteerd door journaliste Nathalie Huigsloot: als boerendochter die vicepremier werd, maar die toch op de eerste plaats boerendochter bleef. Voor wie verantwoordelijkheidsgevoel belangrijker is dan een carrière. Die zich elk jaar opnieuw afvraagt wie ze wil zijn en hoe ze haar omgeving het best van dienst kan zijn. Die doodsbang is om fouten te maken, iets te zeggen wat niet klopt. Die haar fractievoorzitter – als die onbekommerd zijn medewerking aan een radio- of tv-debat heeft toegezegd – vlak ervoor inhoudelijk bijspijkert. Die ter begeleiding van dit interview in wel drie verschillende trenchcoats wordt gehesen die overduidelijk niet in haar eigen kledingkast hangen, en die in een suggestieve houding tussen de hooibalen wordt gepositioneerd. Op hooggehakte pumps die de stelten waarop onze nieuwslezeressen hun werk moeten doen in de schaduw stellen. Die gevraagd wordt of ze aan het tinderen is. Of zij, alleenstaande moeder, dan niet tenminste als kínd fantaseerde over een gezin, met man, kind, hond. Of ze liever met Mark Rutte of met Thierry Baudet zou daten. En of het niet jammer is voor haar zoon, van wie we leren dat ze die ongepland kreeg met een Israëlische jongen toen ze 22 was, dat hij zijn vader zo weinig ziet.

Of is dit interview ‘slechts’ een exempel van seksisme?

Seksisme is erop gericht om verschillen tussen mannen en vrouwen natuurlijk te doen voorkomen, legt Manne uit. Om de rol- en taakverdeling te rechtvaardigen, die onvermijdelijk te laten lijken. Carola Schouten is een twijfelaar, moeder, zwoeger, meer een brave werker dan een visionair, meer een echte vrouw dan een premier in spe, zo moeten we wel uit dit portretterende interview opmaken. Seksisme legitimeert vrouwenhaat.

Vrouwenhaat wordt tot iets ‘natuurlijks’ gemaakt in de psycho­analytische benadering van misogynie

Volgens Manne kan misogynie het best worden begrepen als een politiek, controlerend systeem dat werkzaam is in door mannen gedomineerde maatschappijen. Veel actieve repressie is daar niet voor nodig: vrouwen hebben de normen over het algemeen geïnternaliseerd, schrijft Manne, ze doen hun taakjes met een glimlach. Sterker nog: die glimlach is verplicht. Ze laten zichzelf die pumps aansjorren, en elke wendbaarheid ontnemen. En nog iets: ze waken ook nog eens over elkaars lichamen en gedrag, om zichzelf wat hoger in de orde te kunnen wanen, om hun loyaliteit jegens mannen te tonen, om hun zusters eronder te houden.

***

Hoe dichter bij huis, hoe mistiger het zicht. Waarom is zangeres Merol – ‘Hou je bek en bef me’ – een geliefde act op elk festival-van-goede-bedoelingen, en heerst er een collectief wantrouwen jegens het jonge mediafenomeen Emma Wortelboer?

Nog steeds genereren jonge vrouwen per definitie aandacht als ze hun seksualiteit inzetten en niet zo passief of kuis zijn als van hen wordt verwacht, zij het dat het randje waarover ze vervolgens moeten paraderen om onaangetast de overkant te bereiken erg smal is. Je kunt je afvragen of je het je in een misogyne samenleving kunt veroorloven om je het begrip ‘slet’ toe te eigenen. Om van ‘slet’ iets heroïsch te maken is de overtreffende trap vereist, zoals actrice en performer Naomi Velissariou deze zomer op het Oerol-festival liet zien met het nummer Rape Me Till I Come; het feit dat ze zichtbaar zwanger was, gaf haar de allure van een wraakgodin en maakte haar optreden tot waarschuwing en bespotting ineen.

Waarom zijn overigens juist vrouwen zo getriggerd door de 22-jarige Emma Wortelboer? Filosofe Stine Jensen zou wel een groot essay over haar willen schrijven. ‘Als ik foto’s van haar zie waar ze bijna bloot op staat, roept dat allerlei vragen bij mij op: is dit onwijs assertief of ongelooflijk onzeker?’ Journaliste Evelien van Veen die haar interviewt voor Volkskrant Magazine werpt haar behaagziekte voor de voeten en vraagt: ‘Wat vonden je ouders daarvan?’ Zou een dergelijke vraag ooit aan – pak ’m beet – Filemon Wesselink zijn gesteld? De jonge vrouw die een grote onverschrokkenheid aan de dag legt om haar ambitie te verwezenlijken, wordt door de oudere vrouw gekapitteld om haar ‘sexy poses’. ‘Mannen reageren met: geil wijf, ik zou je doen’, waarschuwt Van Veen haar.

Wortelboers reactie: ‘Ja, dat hou je altijd.’

Mannen haten vrouwen niet, schrijft de Engelse psychoanalyticus Adam Phillips in een uitgebreide reflectie op het boek van Kate Manne. Mannen haten hun behoefte aan vrouwen. Iedereen haat deep down degene van wie hij het meest afhankelijk is. Dit is ook het probleem van moeder en kind. En waar, volgens de psychoanalytische opvatting, misogynie begint. Als het goed gaat, leert het kind dat de moeder die alles voor hem doet ook degene is die hem frustreert. Psychoanalyse is er niet op uit een schuldige aan te wijzen, schrijft Phillips droogjes, maar de vraag is wel altijd in hoeverre de moeder iets te verwijten valt. Al was het maar omdat niemand echt in staat is om zijn moeder te vergeven. Het mannelijke kind moet dan ook nog eens zijn trauma van bemoederd te zijn geworden overkomen en de mannelijke potentie laten triomferen.

Zo bekeken is het niet zo gek waarom mannen óók in woede kunnen ontsteken over vrouwen. Verlangen is volgens Freud altijd groter dan het object waarnaar wordt verlangd kan bevredigen. We zijn ambivalente dieren, met aangeboren doses haat en liefde, en liefde wordt per definitie gefrustreerd. Mensen komen er nooit overheen dat de mensen naar wie ze verlangen niet precies degenen blijken te zijn die ze voor ogen hadden. Moeders zijn gekmakend omdat ze niet waarmaken wat ze beloven te zijn. En dan worden op enig ‘diep’ niveau vrouwen ook nog eens altijd als moeder ervaren. Ze moeten het dus wel fout doen, en zijn vaker wel dan niet het mikpunt van moordlustige agressie.

Phillips haalt de Oostenrijkse satiricus Karl Kraus aan: ‘Sommige vrouwen zijn niet mooi, ze zien er alleen maar uit alsof ze dat zijn.’ Hierop voortbordurend zou je misschien ook kunnen zeggen (mijn verzinsel, niet dat van Phillips of Freud): ‘Alle vrouwen zijn hoeren, sommigen doen alleen maar alsof ze dat niet zijn.’

Of is dit zelfhaat?

Het zal niet verbazen dat Kate Manne weinig moet hebben van de psychoanalytische benadering van misogynie, omdat vrouwenhaat tot iets ‘menselijks’, zelfs ‘natuurlijks’ wordt gemaakt. Misogyn is niet wie we zijn, maar wat we doen, aldus Manne. Wat diep in ons zit is niet onze verwarrende ambivalentie ten aanzien van onze moeders, maar ‘dominante culturele narratieven’, zoals een sterke collectieve inspanning om de onschuld van mannen in stand te houden, om hun eer te verdedigen, hun een generaal pardon te verlenen. Manne noemt dit ‘exonerating narratives’, oftewel – in mijn gebrekkige vertaling – ‘vrijpleitende narratieven’, dus kwijtscheldingen, excuserende verklaringen. Michael P., de moordenaar van Anne Faber, was geen misogyn sujet, maar was scheel, zat onder de drugs en had een moeder die niet naar hem omkeek. Seksueel geweld is niet alleen iemands wil breken, maar ook nog eens mentaal herschrijven: je vindt het lekker hè. Het slachtoffer is degene die wordt verdacht. Als iemand twittert dat hij Emma Wortelboer wel zou willen ‘doen’, dan heeft ze het er zelf naar gemaakt. De twitteraar in kwestie treft geen blaam.

***

Zou je niet eens een essay kunnen schrijven over hoe het toch komt dat een zekere generatie vrouwen – mijn generatie, maar dit terzijde – ‘zo verbitterd’ is, mailt een kennis uit het boekenvak me. Het is hem en zijn jongere geliefde opgevallen dat deze vrouwen zo fel en verwijtend zijn, ‘alsof hun iets is aangedaan’. Neem nou zijn ex, en de ex van de vorige man van zijn geliefde. Wat mankeert hun toch? Komt het misschien doordat ze wel zelfstandig willen zijn, maar in conflict komen met hun meer moederlijke eigenschappen? Ideetje?

Fijnstof.

De patriarchale samenleving lijkt iets van lang geleden, schrijft Abram de Swaan in Tegen de vrouwen, maar is niet wezensvreemd of onbekend. We zien de reflecties daarvan als in een soort donkere spiegel, als permanent commentaar op de verhoudingen waarin we nu leven. De mythe van de verkrachter is dat iedere vrouw – en eigenlijk altijd – een penis nodig heeft, en wel de zijne. Zij weet dat alleen nog niet. Vrouwen die zich niet aan de geldende normen houden raken in opspraak. Er wordt over ze gepraat. Er wordt schande van ze gesproken. Het verzet tegen vrouwen in machtsposities gaat vaak precies over die ene eigenschap waarover niet te zeggen is wat voor verschil die uitmaakt: haar sekse. Zij loopt los, sluit haar op. Zij is een hoer, een vrouw die het met alle mannen doet. Ze moet hoognodig worden getemd. Ze moet terug op haar rug, onder de man. Er moet een piemel in. De Swaan: ‘Zelden zullen die gevoelens zo worden uitgesproken, maar vaak liggen ze als onbeseft bezinksel op de bodem van het verzet tegen leidende vrouwen.’

Ben ik wel eens voor hoer uitgescholden?

Op de fiets. Gisteren nog. Zij het met een ziekte ervoor, wat een verzachtend effect heeft.