De nieuwste generatie van de Düsseldorfer Photoschule

Glimmende brokstukken

Louisa Clement (1987) en Anna Vogel (1981) geven het begrip ‘Düsseldorfer Photoschule’ een nieuw elan. Soms komt daar nauwelijks fotografie aan te pas.

Small  c  anna vogel  trilobit  18  2016
Anna Vogel, Trilobit #18, 2016 © Anna Vogel / courtesy Conrads, Düsseldorf / Huis Marseille

Vorige zomer bracht het Wallraf-Richartz Museum in Keulen een hommage aan Luise Straus-Ernst (1893-1944), ex-vrouw van dadaïst Max Ernst en de latere directeur van het museum. In het Prentenkabinet was onder de titel 1917 een opmerkelijke tentoonstelling gereconstrueerd, die Straus-Ernst honderd jaar eerder had gemaakt. Terwijl de Eerste Wereldoorlog in volle gang was, presenteerde zij een selectie gravures die liet zien hoe oorlog door de eeuwen heen was verbeeld. De tentoonstelling was niet bedoeld om het moreel van de Duitse bevolking op te vijzelen. Integendeel, terwijl aan beide zijden van het front honderdduizenden soldaten in de loopgraven crepeerden, toonden de prenten oorlogvoering vooral als een menselijke catastrofe. Een bijzondere plek was ingeruimd voor Jacques Callots Les misères et les malheurs de la guerre (1633), die de verschrikkingen van de Dertigjarige Oorlog verbeeldden, toen Europa ook in oorlogszuchtige chaos verkeerde.

Het pièce de résistance van de reconstructie uit 2017 vormde een ruimtelijke installatie van Louisa Clement, samengesteld uit stukken zwarte steen. Clement was gevraagd een Reflexion, een visuele overdenking, bij de tentoonstelling te maken. De stenen maken deel uit van Clements werk Transformationsschnitt dat ze in 2015 voor het eerst presenteerde. Op het eerste gezicht is niet duidelijk wat het materiaal is en waarom het daar ligt. De mysterieuze, glimmende brokstukken trekken aan en stoten af. Het besef dat dit het bijproduct van een dodelijk chemisch wapen is, komt aan als een mokerslag. Dit zijn brokken gestold zenuwgas, afkomstig uit het arsenaal van Bashar al-Assad en onschadelijk gemaakt door een Duits bedrijf op een plek waar tijdens de Eerste Wereldoorlog chemische wapens werden getest. Een vergelijkbaar effect hebben de abstracte foto’s die Clement hier en daar tussen de oude prenten had gehangen. Dat de zachte, ronde vormen in smaakvolle kleuren in feite details van industrieel gefabriceerde wapens zijn, bedoeld om mensen op z’n minst ernstig te verwonden, maakt de foto’s plotseling even gruwelijk als de gedetailleerde prenten ernaast.

Louisa Clement is aanvankelijk opgeleid als schilder aan de kunstacademie in Karlsruhe. In 2010 strijkt ze neer in Düsseldorf om bij Andreas Gursky te gaan studeren. Daar wordt fotografie haar medium als ze ontdekt dat ze daarmee haar ideeën het best kan vormgeven. Gursky – zelf misschien wel de beroemdste Becher-Schüler – doceert Freie Kunst in plaats van fotografie. Als hij voor het professoraat wordt gevraagd, mag hij zelf zijn studenten kiezen. Omdat er op dat moment niet genoeg talentvolle fotografen op de academie studeren creëert hij een interdisciplinaire klas waarin discussie een belangrijk onderdeel van de lesmethode is. Gursky stimuleert zijn studenten hun horizon te verbreden. Tegelijkertijd moet iedere student zich uitvoerig in de geschiedenis van zijn of haar medium verdiepen en zich zien te verhouden tot de actuele, maatschappelijke realiteit. Gursky vraagt zijn studenten wat het waard is om afgebeeld te worden en wat relevant is voor de wereld waarin wij leven.

‘Om een werk te kunnen scheppen denk ik dat je je altijd bewust moet zijn van het verleden, het heden en, voorzover dat mogelijk is, de toekomst’, zei Clement onlangs in een interview met KubaParis. Zonder dat besef loop je het gevaar je eigen genre of medium niet te begrijpen of fout te gebruiken. Voor Clement heeft Gursky’s pedagogische praktijk tot gevolg dat ze eerst een ‘gewone’ camera moet leren hanteren voordat ze haar iPhone mag gaan gebruiken. Sindsdien maakt ze al haar foto’s met een smartphone, want die stelt haar in staat spontaan te handelen. Tegelijkertijd kiest ze bewust voor de esthetiek van de iPhone – ze fotografeert zelfs met een ouder model vanwege de visuele beperkingen. In de computer zet ze het beeld vervolgens verder naar haar hand.

De keuze voor een iPhone sluit ook goed aan bij haar thematiek. Veel van Clements foto’s gaan over de verhoudingen tussen mensen en hoe zij, al dan niet in de virtuele ruimte, bewust en onbewust met elkaar communiceren. Ze gebruikt vaak poppen bij wijze van stand-in. In haar serie Avatars (2016) zoomt ze in op de lichaamsdelen en fluorescerende kleuren van paspoppen. Het glanzende materiaal doet denken aan het gladde oppervlak van de virtuele werkelijkheid die in computerspellen wordt gegenereerd. Het feit dat ze deze foto’s met haar iPhone heeft gemaakt, versterkt de suggestie van RL: real life. Door interactie te suggereren, veranderen de poppen van levenloze voorwerpen in verleidelijke avatars.

Ook in de serie Gliedermenschen (2017) lijken de ledenpoppen tot leven te komen door de intieme houding die Clement ze in relatie tot elkaar laat aannemen. Ze is geïnteresseerd in automata: mechanische poppen uit de achttiende en negentiende eeuw, die werden gezien als schepsels met een ziel. In het Wallraf-Richartz Museum, waar de foto’s ook hingen, lijken de poppen een droeve danse macabre uit te voeren. Tegelijk refereren ze aan de toen geavanceerde protheses waarmee gewonde soldaten in de Eerste Wereldoorlog werden opgelapt om als een soort cyborg – half mens, half machine – terug naar het front te worden gestuurd.

‘Om een werk te kunnen scheppen moet je je altijd bewust zijn van het verleden, het heden en de toekomst’

Het idee staat centraal in Clements werk, vanuit het idee volgt de keus voor het materiaal en dat is niet altijd fotografie. De gestolde brokken zenuwgas waren Clements antwoord op de vraag of er een adequate manier is om oorlog te verbeelden en of wij niet afgestompt raken bij het zien van zoveel ellende in de pers. Afgelopen maand toonde ze bij Konrad Fischer in Düsseldorf ingelijste spiegels, gemaakt van concaaf, gekleurd zonnebrilglas. Ze verwijzen naar het spiegelend glas van zonnebrillen die alleen reflecteren en oogcontact, en dus communicatie, onmogelijk maken.

Medium  c  louisa clement  avatar  23  2016  hm collection
Louisa Clement, Avatar #23, 2016 © Louisa Clement / Collectie Huis Marseille

Anna Vogel, die tegelijkertijd met Clement bij Andreas Gursky studeerde, staat ook ambivalent tegenover een puur fotografische benadering in haar werk. Zij werkt voornamelijk met found photography, die ze zowel digitaal met Photoshop bewerkt als analoog met schaar, lijm, potlood, inkt, vernis en pigment. Ze graast het internet af op zoek naar foto’s die ze op die manier tot een nieuw, eigen beeld kan omvormen. In een interview met Aesthetica Magazine vergelijkt ze haar werkwijze met de manier waarop een remix in de elektronische muziek tot stand komt. Deze benadering levert vaak raadselachtige beelden op, zoals de serie Ignifer (2012). Op de foto’s is telkens een boslandschap te zien met een opmerkelijke wolkformatie die dreigend boven het bos zweeft of daaruit lijkt te exploderen, als in een apocalyptische toekomstvisie. In werkelijkheid zijn het persfoto’s van blusvliegtuigen waaruit Vogel de brand en het vliegtuig heeft verwijderd.

Het tijdloze karakter van de natuurlijke wereld is een belangrijke bron van inspiratie. Natuurlijke processen gaan traag en dat contrasteert met het hoge tempo waarin de mens leeft. Trilobiten (2016) bestaat uit een reeks foto’s van fossielen die vijfhonderd tot tweehonderdvijftig miljoen jaar geleden het begin van het leven op aarde markeerden. Vogel heeft de foto’s met inkt zodanig bewerkt dat er een nieuw soort schepsel lijkt te ontstaan. In New Cities (2017) onderzoekt ze de manier waarop de vormen en structuren van planten tot toekomstige vormen van bouwen kunnen leiden.

Tijdens haar studie is Vogel door Gursky gestimuleerd om te experimenteren met andere technieken. Ook toen ze nog hoofdzakelijk fotografeerde, was Vogel al niet per se geïnteresseerd in het registreren van de werkelijkheid. Ze vindt het interessanter om te onderzoeken in hoeverre een abstract kunstwerk, zoals zij dat met haar ingrepen realiseert, nog wordt opgevat als een foto. Ze wil dat toeschouwers zich afvragen hoe het werk precies tot stand is gekomen. Wanneer is een foto nog een foto? Kan een foto meer zijn dan iets dat ooit is geweest in tijd en ruimte? Wat laat fotografie zien en hoe verhoudt dat zich tot de realiteit? In die zin is Vogel ook schatplichtig aan Thomas Ruff, die haar docent was toen ze in Düsseldorf begon. Ook hij stelt de aard van het medium ter discussie door middel van andermans foto’s, en levert en passant commentaar op de hedendaagse beeldcultuur.

De foto’s van Clement en Vogel zetten de beschouwer niet alleen aan het denken over de thema’s die ze in hun werk aansnijden, maar ook over de manier waarop fotografie functioneert. Dat is misschien wel het element dat het werk van de fotografen van de Düsseldorfer Photoschule verbindt. Hun foto’s gaan over fotografie zélf, over de manier waarop wij de wereld waarnemen en hoe wij ons, in die waarneming, verhouden tot de eigen tijd.


Saskia Asser is conservator van Huis Marseille en conservator fotografie bij het Rijksmuseum