Kunst: Portretten

Glimp van de eeuwigheid

Jurriaen Ovens, Familie Matthias, 1661. Lief en leed: Hollandse families in voor- en tegenspoed © particuliere collectie / Rijksmuseum Twenthe

De tentoonstelling Lief en Leed: Hollandse families in voor- en tegenspoed in Rijksmuseum Twenthe is op het eerste gezicht een onschuldige tentoonstelling. Geschilderde tronies van gegoede Nederlanders uit drie eeuwen, daar is doorgaans weinig spektakel mee te maken. Een portret gold voor een schilder als brood op de plank, zonder veel artistieke uitdaging. Portretten geven het leven zelf weer, de ouders, de kinderen, het huwelijk; ze zijn ‘realistisch’ op de meest begrijpelijke manier. Het museum zet die aanname op scherp. Met veel van deze portretten is gesold. Realistisch zijn ze juist niet: er staan mensen op die naar het leven zijn geschilderd, maar ook mensen die ten tijde van de productie van het schilderij helemaal niet meer in leven waren. Soms zijn er jaren later nog nieuwe baby’s aan toegevoegd, soms zijn uit de gratie geraakte schoondochters domweg weggepoetst.

Dat leidt tot rare toestanden. Elisabeth, gravin van Culemborg, liet zich ergens rond 1550 afbeelden als een gezonde vrouw van middelbare leeftijd – terwijl ze al dik in de zeventig was. Het gezicht is waarschijnlijk gebaseerd op een veel ouder portret. Elisabeth liet zich daarbij flankeren door haar twee echtgenoten, Jan van Luxemburg en Anthonis de Lalaing, die respectievelijk in 1508 en 1540 waren gestorven. Ook hun portretten gaan terug op oudere afbeeldingen. Uit niets blijkt dat Elisabeth hoogbejaard was en dat Jan en Anthonis al lang niet meer leefden. Het is meer dan de ijdelheid van de dame: met de productie van het portret hield Elisabeth de tijd zelf voor de gek, zo lijkt het.

Onschuldig is het dus allemaal niet. Sterker nog, deze verwarrende toestanden zetten je op het spoor van stevige vragen over de betekenis van een ‘portret’. De Haagse ambtenaar Willem van den Kerckhoven en zijn vrouw lieten zich door Jan Mijtens portretteren met hun veertien kinderen. Vijf daarvan waren al dood en kregen een plaats als engeltje in de lucht. Toen drie jaar na voltooiing van het doek nog een vijftiende kind geboren werd, voegde Mijtens dat alsnog toe.

Je kunt het luguber vinden dat Van den Kerckhoven zijn levende én zijn dode kinderen liet afbeelden, maar dan stap je heen over het feit dat alle mensen op dat schilderij inmiddels dood zijn. Eigenlijk zijn alle portretten gemaakt om mensen te laten zien die dood zijn. Dat is het hele punt.

Je kunt gissen naar de diepere betekenis van dat spelen met tijd en werkelijkheid. Wie die familie Van den Kerckhoven ziet zou kunnen vermoeden dat voor de opdrachtgever een gezin bestond uit de levende én de dode leden, en dat zo’n portret dus niet een poging tot realisme was, niet een snapshot van het kortstondig bestaan van levende mensen op een specifiek punt in de tijd, maar juist een glimp van de eeuwigheid, waarin iedereen weer bij elkaar zal komen in een tijdloze ruimte.


Lief en Leed: Hollandse families in voor- en tegenspoed. Rijksmuseum Twenthe, t/m 6 januari, rijksmuseumtwenthe.nl