Cijferologie: de data van de week

Global sushi

De globalisering kent winnaars en verliezers. In de populaire cultuur is flamenco-dansen een winnaar. Terwijl de klompendans in Volendam met uitsterven wordt bedreigd, wordt er tot ver buiten Andalusië les gegeven in dit tijdverdrijf van Zuid-Spaanse zigeuners. Sushi eten is zo’n andere winnaar. Met dit keer is het exporterende land misschien trots op de ogenschijnlijke superioriteit van hun smaak, het effect van de populariteit is minder aangenaam. Omdat in nieuwe rijke landen als Zuid-Korea en Rusland, en zelfs in het oude conservatieve Europa, de sushi steeds gangbaarder is, wordt de wereldwijde zalmpopulatie met uitsterven bedreigd. De prijs van zalm wordt steeds hoger en de vangstquota die mondiale visautoriteiten toestaan worden steeds kleiner. Inmiddels is er in Japan sprake van paniek. “Het is hetzelfde als Amerika niet genoeg steak meer heeft”, zie de vice-voorzitter van de Japanse vakbond voor sushi-chefs deze week tegen de New York Times. Of Nederlandse kroegen zonder bier, voegen wij daar aan toe. Zalmsupermacht Japan is niet voor niets in paniek. Momenteel eten de Jappen nog meer dan 60,000 ton per jaar van de drie soorten van de meest populaire (en hoogwaardige) zalm, de blauwevinsoorten. Dat is zo’n driekwart van de wereldwijde vangst. Maar dat aandeel daalt snel. “Dat is funest voor Japans gevoel van eigenwaarde”, beweert Sasha Issenberg, auteur van het dit jaar verschenen boek The Sushi Economy. Mondialisering is zelfs voor de winnaars een angstaanjagend proces.