Wisselcolumn

Globale recessie

Het lijkt meer dan waarschijnlijk dat de aanslagen van 11 september een globale recessie in gang hebben gezet. Op korte termijn zijn de gevolgen voor sommige sectoren veel erger dan voor andere. Luchtvaartmaatschappijen, de horeca, verzekeringen en de financiële sector verloren direct tientallen miljarden dollars. Maar ook de rest van de Amerikaanse economie kreeg een zware klap. De schok was zo enorm dat een groot deel van de economie drie dagen werd lamgelegd. In verloren productie was het effect hetzelfde als zou er een algemene staking hebben plaatsgevonden. De ontwrichting van het luchtvaartverkeer, buitengewone veiligheidsmaatregelen en oponthoud aan de grenzen zorgden voor bijkomende miljardenverliezen. En dan is er de angst en onzekerheid die zowel consumenten als investeerders dreigt te verlammen. Niet alleen de angst voor terrorisme die talloze vakantieplannen schrapt, maar ook onzekerheid over de gevolgen van de Amerikaanse militaire respons, vooral in het ontvlambare en olierijke Midden-Oosten.

Als de Amerikaanse economie een robuuste groei zou kennen, zou ze de klap wellicht snel te boven komen. Maar de economische groei was al vertraagd tot 0,2 procent, de werkloosheid steeg snel (met 0,4 procent in augustus), de industriële productie daalde voor de elfde achtereenvolgende maand, de index van het consumentenvertrouwen zakte tot zijn laagste niveau sedert acht jaar. Het effect van de aanslagen versnelde een recessie die al broeide. De globale markt kon het tempo van de door nieuwe technologie gedreven productie-expansie niet meer bijhouden. Dat dit niet al eerder duidelijk werd, lag aan het optimisme waarmee Amerikaanse consumenten en bedrijven hun dollars bleven laten rollen. Maar daardoor steeg de consumentenschuld tot zijn hoogste niveau sinds de Tweede Wereldoorlog, terwijl de bedrijfsschuld klom tot 85 procent van het Amerikaanse BNP, een absoluut record. Met een handelstekort ten bedrage van 4,5 procent van zijn BNP bleef Amerika boven haar middelen leven. Als het dat niet meer doet, verliest ook de rest van de wereld een cruciale exportmarkt. De globalisering maakt ook recessie globaler.

Maar het oorlogsklimaat dat momenteel in de VS heerst, geeft de overheid wel meer armslag om de recessie in te dijken. Nood breekt wet en herschikt de prioriteiten. De geldende dogma’s sneuvelen. Het Congres keurde vorige week al voor veertig miljard dollar nooduitgaven goed, en dat is pas het begin. Een begrotingstekort is plots niet meer des duivels. De Federal Reserve zet zijn vrees voor weer opflakkerende inflatie opzij en pompt met een forse rentevoetverlaging meer geld in de economie. Dankzij de soliditeit van de Amerikaanse banksector en de eliminatie van begrotingstekorten in de voorbije vette jaren lijkt er op korte termijn wel ruimte voor zo'n koerswijziging. Maar voor hoe lang? Zeker als Europa niet meedoet uit bezorgdheid over de stabiliteit van de euro, riskeren de VS hogere inflatie en een zwakkere dollar, zonder daarom een recessie te ontlopen. Veel hangt af van het verdere verloop van deze crisis. De Amerikaanse dreiging om landen aan te vallen die ervan beschuldigd worden terrorisme te steunen, heeft niet alleen gevolgen voor die landen zelf maar ook voor onstabiele pro-westerse regimes in het Midden-Oosten die een revolte riskeren. Het is niet ondenkbaar dat de toevoer van olie in het gedrang komt en dat de olieprijs weer de pan uit swingt. Dat zou de recessie veel dieper en globaler maken. Intussen heeft alleen al de vrees dat zo'n scenario werkelijkheid kan worden een verlammend effect.