Globaliseren van onderop de dictatuur van de vrije markt

Fokker stond op springen, maar niemand die steun zocht bij Dasa-werknemers. Typerend, vindt Robert Went: de vakbeweging biedt veel te weinig tegenwicht aan de internationaliseringsdrift van de werkgevers. En dat terwijl er zoveel te doen valt.
SINDS DE ONDERGANG van het Oosteuropese communisme is het marxisme als politieke inspiratiebron schijnbaar opgedroogd. Theoretische vraagstukken die nog maar kort geleden hevige twisten in de beweging veroorzaakten, zijn tegenwoordig, om met de Rijnlandse profeet te spreken, ‘blootgesteld aan de knagende kritiek der muizen’. Toch staat de marxistische analyse van de economie opnieuw in de belangstelling dank zij de wereldwijde en ogenschijnlijk onbeheersbare expansie van multinationals in het kader van de globalisering.

De Amsterdamse econoom Robert Went biedt in zijn boek Grenzen aan de globalisering? (Het Spinhuis, 1996) een originele en bovendien leesbare marxistische analyse van het verschijnsel. Went (40) is co-directeur van het International Institute for Research and Education, dat in 1982 werd opgericht door de vorig jaar overleden Belgische intellectuele veelvraat Ernest Mandel. Het instituut organiseert internationale scholingen en seminars, waaraan veel mensen uit de derde wereld deelnemen.
In een recensie in Het Financieele Dagblad, de heraut van beursminnend Nederland, werd Wents boek geprezen vanwege de leesbaarheid en de onmiskenbare visie: ‘Men kan van marxisten denken wat men wil, maar het valt toch moeilijk te ontkennen dat zij vaak meer dan andere “isten” oog hebben voor brede economische en maatschappelijke samenhangen, zowel uit nationaal als internationaal perspectief.’
Volgens Went is het verschijnsel globalisering niet te verklaren met het gangbare instrumentarium van de moderne economie, die niet verder kijkt dan de bekende vijfjarige business-cycles en te veel gewicht toekent aan de invloed van technologische innovatie op economische processen. Het aanknopingspunt van zijn analyse is het verschijnsel van de lange cycli in de kapitalistische economie, de Kondratieff-golven, genoemd naar de Russische marxist die deze cycli voor het eerst systematisch onderzocht. Een Kondratieff-golf duurt ongeveer vijftig jaar en wordt gekenmerkt door een bepaalde 'produktieve orde’, die aanvankelijk tot economische expansie leidt maar na verloop van tijd stagneert. Vervolgens vindt een herstructurering van het kapitaal plaats waaruit een nieuwe produktieve orde ontstaat. De globalisering kan het best worden begrepen als een overgang naar een nieuwe, mondiale produktieve orde.
Het moment en de aard van die overgang is volgens Went echter niet gedetermineerd en wordt misschien wel doorslaggevend beinvloed door buiten-economische factoren, zoals oorlogen of revoluties. Went: 'Er is onder economen - althans buiten Nederland - veel discussie over de vraag of die lange golven bestaan en waardoor ze veroorzaakt worden. Een probleem is dat er maar vier golven waarneembaar zijn, waarvan de eerste, van 1789 tot 1848, eigenlijk alleen in het vroeg-kapitalistische Engeland optrad. Het is moeilijk om uit de andere drie - van 1848-1896, 1896-1945 en van 1945 tot nu - eenduidige conclusies te trekken. Maar het is wel algemeen aanvaard dat er na 1945 een nieuwe periode aanbrak die zijn hoogtepunt bereikte in de jaren zeventig. Ook zal niemand ontkennen dat er halverwege de jaren zeventig een beslissende breuk optrad, waarna de groei stagneerde. De discussie gaat voornamelijk over de vraag waardoor die breuk werd veroorzaakt. Sommigen geven de oliecrisis van 1973 de schuld, maar dat vind ik ongeloofwaardig. De olieprijs is aanvankelijk flink gestegen, maar toen hij in de jaren tachtig weer daalde. bleef de economische groei niettemin hangen tussen de nul en twee procent. En nog steeds heeft de groei zich niet hersteld. Er is dus meer aan de hand ’ De opvatting dat de baanloze groei, de internationalisering van het bedrijfsleven en de opening van landen en markten het gevolg zijn van een autonome technologische ontwikkeling, wijst hij eveneens af. Waarom moest die doorbraak uitgerekend in de jaren tachtig plaatsvinden, en niet eerder of later? Went; ,Het mooiste argument hiertegen is afkomstig van de Harvardeconoom Krugman: ats de invloed van de technologie zo doorslaggevend is, hoe komt het dan dat de wereld aan het begin van deze eeuw economisch gezien opener was dan in de jaren vijftig? Is de technologie in die tijd soms achteruitgegaan?’
IN ZIJN BOEK toont Went aan dat de deregulering. de financiële innovaties, de toepassing van nieuwe technieken en de opening van markten pas mogelijk zijn geworden door politieke beslui- ten, te beginnen met de opheffing in 1971 van het stelsel van vaste wisselkoersen, het Bretton-Woodssysteem. Die besluiten verklaart hij uit de interne logica van het kapitalisme: ,Allerlei economische tegenstellingen die in de naoorlogse periode van wederopbouw waren verdoezeld. zijn in de jaren zeventig weer aan de dag getreden. In marxistische termen: de contradicties in het kapitalisme komen tot uiting in de stag- natie halverwege de jaren zeventig. In de eerste plaats zie je dat aan de daling van de winstvoet, dat wil zeggen de verhou- ding tussen de winst en het geïnvesteerde kapitaal. De winst per investering nam in de jaren vijftig en zestig geleidelijk af doordat ondernemers steeds meer investeerden in kapitaal en steeds minder in personeel. Aangezien de winst onder het kapitalisme moet komen van het personeel en niet van de kapi- taalsinvesteringen - mensen kun je uitbuiten. machines niet - werden de investeringen dus minder winstgevend. Tegelijkertijd daalde de exploitatiegraad, ofte wel de verhouding tussen winst en loon. Door de krappe naoorlogse arbeidsmarkt waren de vakbonden namelijk in een goede positie om looneisen te stel- len ’
De herstructurering waarmee het kapitaal deze problemen tracht op te lossen met een ander woord: globalisering - is volgens Went nog in volle gang. Maar de contouren van de nieuwe, mondiale produktieve orde tekenen zich af. In twee hoofdstuk- ken beschrijft hij de systeemlogica waardoor momenteel de arbeid mondiaal ondergeschikt wordt gemaakt aan de eisen van het bedrijfsleven. De sociale ongelijkheid, ecologische ver- nieling, onderdrukking en uitbuiting van de derde wereld, verdergaande aantasting van de democratie, toenemende migratie en levelling down van lonen, arbeidsomstandigheden en sociale zekerheid blijven toenemen zolang deze logica niet radicaal op de helling gaat, concludeert Went.
Dat besef had al veel eerder kunnen doorbreken als de linkse partijen het de neoliberalen niet zo gemakkelijk hadden ge- maakt om de middenklassen voor dit programma te mobiliseren en uiteindelijk zelfs de vakbonden te overtuigen van de onver- mijdelijkheid van sociale afbraak en ongeremde concurrentie. Went; 'Het voornaamste probleem is dat er geen links alterna- tief werd geboden, terwijl de basis voor een solidaire samen- leving nog altijd aanwezig is. Ik betwijfel bijvoorbeeld of veel mensen ervan overtuigd zijn dat het stelsel van sociale verzekeringen aan de markt moet worden uitgeleverd. Uit recent opinie-onderzoek blijkt dat zeventig tot tachtig procent van de Nederlanders ook nog altijd vindt dat de overheid de ge- zondheidszorg moet reguleren. Veel mensen leggen zich neer bij de suprematie van de markt uit onmacht, cynisme en gebrek aan politieke alternatieven. en dat mogen linkse politici zich aantrekken.
In grote delen van Europa is die omslag mogelijk geweest doordat de sociaal-democratie en de vakbeweging hebben gekozen voor strategieën om het kapitalisme te corrigeren in plaats van fundamenteel in te grijpen in de werking ervan. Kijk naar Engeland, waar de socialistische premier Callaghan in 1976 al overschakelde op een monetaristisch beleid, gericht op infla- tiebestrijding en terugdringing van het overheidstekort. Dat bezuinigingsbeleid leidde tot de beruchte winter o discon- tent van l978-,79, waarna veel mensen uit angst voor verdere onlusten op Thatcher stemden. De sociaaldemocraten hebben actief meegewerkt aan beleid dat de solidariteit in de samen- leving ondermijnt. waardoor het sociat tissue wordt aangetast en groepen werknemers worden aangezet om met elkaar te concur- reren in plaats van samen te werken.
Daarnaast speelt nog een andere factor een rol: de retoriek van individualisering sprak ook veel linkse mensen aan, omdat hij aansloot bij de ontzuiling. De jongerenrevoltes en de sociale bevrijding van de jaren zestig. En er is natuurlijk niks mis met individuele ontplooiing, maar wel als die ten koste gaat van de solidariteit in de samenleving.
Maar ondanks de eenvormigheid van de grote politieke partijen en het gebrek aan alternatieven hoopt zich bij veel mensen een enorme onvrede op. De stakingen van eind vorig jaar in Frank- rijk zijn daar een goed voorbeeld van. Chirac had de verkie- zingen nog niet gewonnen of het hele land ging plat door een massastaking. Uit opiniepeilingen bleek dat tachtig procent van de Fransen het met de stakers eens was. Ik hoor van Franse kennissen dat ze tijdens die staking ongehoorde dingen hebben meegemaakt. Er ontstond een groot gevoel van solidariteit. In de metro werd opeens over politiek gediscussieerd. Ze noemden de staking ook het beste tegengif tegen het racisme. Mensen die bij de verkiezingen nog op Le Pen hadden gestemd, zaten opeens in één auto met Noordafrikaanse migranten!’
VOOR HET verwezenlijken van een alternatief beleid is echter meer nodig dan protesten. Went; 'Daarvoor is partijvorming noodzakelijk, maar niet voldoende, omdat maatschappelijke macht in toenemende mate buiten het parlement wordt uitgeoe- fend. Er moet dus tegenmacht worden opgebouwd. met name door de vakbonden en andere sociale bewegingen. Democratie betekent voor mij veel meer dan eens in de vier jaar je stem uitbren- gen. Waarom hebben we een aparte beroepsgroep van politici nodig, die ver boven het modale inkomen zit en van de samenle- ving geïsoleerd is? In de Parijse Commune van 1870 werd al een systeem van getrapte delegatie ontwikkeld, waarin vertegen- woordigers niet meer dan een bescheiden inkomen verdienden en terugroepbaar waren als ze niet voldeden.
We moeten nieuwe structuren opbouwen voor controle van de produktie, zodat de sociale en ecologische aspecten van econo- mische beslissingen overal expliciet aan de orde worden ge- steld. In een democratisch socialisme zoals dat mij voor ogen staat, dient de hele economische sector. waar nu de markt en de directies de dienst uitmaken, te worden gedemocratiseerd.’
Is arbeiderszelfbestuur anno 1996 geen illusie? Went; 'Het kapitalisme schept er zelf de voorwaarden voor. De ontwikke- ling van het moderne management in de richting van human resource management baant juist de weg voor vormen van arbei- derszelfbestuur en coöperatie. Werknemers worden steeds meer ingeschakeld in de hele produktieketen en aangesproken op hun eigen initiatief. Alleen stelt het management nu nog duidelij- ke grenzen aan dat initiatief van onderop, omdat het zijn eigen positie anders in gevaar ziet komen.
De manier waarop de vakbonden momenteel binnen nationale kaders opereren, is dodelijk voor de arbeidersbeweging. De ondernemers zijn internationaal veel beter georganiseerd, via hun werkgeversverbonden, hun Europese ronde-tafelconferenties, hun lobby’s bij internationale beslissingsorganen. Het wordt tijd dat de vakbeweging kiest voor een globalisering van onderop.’
DE MOGELIJKHEDEN voor effectieve internationale samenwerking zijn legio. Doordat steeds meer bedrijven hun produktie, administratie, assemblage en verkoop internationaliseren, komen de werknemers binnen een bedrijf of produktietak steeds vaker met elkaar in contact. Tegelijk worden de produktieke- tens door just-intime-organisatie steeds kwetsbaarder voor onderbreking door stakingen. Als voorbeeld noemt Went in zijn boek de actie in 1994 van de United Automobile Workers. de sterkste vakbond bij de Amerikaanse Ford-fabrieken, voor ondersteuning van de Ford-arbeiders in het Mexicaanse Cuatit- lan. die staakten tegen ontslagen en slechte arbeidsomstandig- heden. Het motto van de UAW: als ze winnen is dat goed voor hen èn voor ons, want dan zal Ford minder snel zijn produktie naar Mexico verplaatsen.
Het is te gek voor woorden, aldus went. dat de Nederlandse bonden niet werken aan een coördinatie van eisen voor lonen en arbeidsomstandigheden in verschillende onderdelen van concerns als Philips, Unilever en Shell. Went; 'Een schrijnend voor- beeld van de afgelopen maanden is het gebrek aan contact tussen de kadergroepen bij Fokker en de kadergroepen van de Deutsche Gewerkschafts Bund bij Dasa. Na de demonstratie van Fokker-werknemers in Den Haag interviewde Nova een DGB-verte- genwoordiger bij Dasa, die zei: ’ 'Als wij van die demonstra- tie hadden afgeweten. waren wij ook met bussenvol naar Den Haag gekomen. “ Maar zoiets gebeurt niet, omdat de vakbonden meegaan in het Europese project van de werkgevers, tot en met het verdrag van Maastricht toe. FNV-voorzitter Stekelenburg zit nota bene samen met de . werkgevers in de promotiecommis- sie voor de Euromunt. Als je daar al aan meedoet, sluit je bij voorbaat de mogelijkheid uit om Europese actiecampagnes op te zetten voor arbeidstijdverkorting, voor behoud van de sociale zekerheid en tegen het verdrag van Maastricht.
In veel bonden is de wil aanwezig, maar wordt het initiatief niet aangemoedigd. Vorig jaar hield ik een praatje over globa- lisering in het kader van een cursus voor vakbondsbestuurders. Daar vertelde een bestuurder dat internationale contacten in zijn bond worden afgeraden. want ze kosten maar tijd en geld en ze leveren toch niks op. Een ander beletsel is dat het proces van globalisering door sommige bondsbestuurders para- doxaal genoeg wordt ontkend. De economen Ruigrok en Van Tulder hebben een boek geschreven, The Logic International Restructu- ring, waarin ze de hele globalisering aldoen als een mythe. Die stelling hangen ze op aan het feit dat maar heel weinig bedrijven echt mondiaal opereren. Dat is waar, maar dat wil niet zeggen dat er geen proces van globalisering gaande is. Dat boek is echter warm ontvangen door een aantal mensen in de FNV en die roepen nu steeds dat de globalisering een mythe is. Stekelenburg zei het vorige maand nog in een interview in FNV-magazine.’
TOCH lS WENTS voornaamste hoop gevestigd op een radicale koerswijziging van de vakbeweging, als inspiratiebron voor een nieuwe linkse politiek. Tegenover het idee dat de samenleving niet meer maakbaar is, moeten linkse organisaties een 'soci- aal, ecologisch, feministisch, internationalistisch perspec- tief stellen. In zijn slothoofdstuk waagt Went zich niet aan een blauwdruk van een nieuwe wereldorde, maar wijst hij erop dat de nieuwe structuren zullen moeten voortkomen uit debat- ten. analyses, acties en solidariteitsbewegingen zoals de Franse stakingen of de Zapatista-opstand in de Mexicaanse provincie Chiapas.
De mogelijkheden voor tegenbewegingen mogen dan voor het oprapen liggen, een feit is dat veel van zulke bewegingen in de wereld reactionaire vormen aannemen: religieus fundamen- talisme, nationalisme, culturele isolatie, racisme, protectio- nisme. . Went; 'Daarentegen gaan de Zapatistas deze zomer in Mexico een internationale conferentie van linkse groeperingen en protestbewegingen bijeenroepen. de Internationale van de Hoop, een geweldig initiatief.
Maar ik acht de kans op een socialistisch alternatief op dit moment kleiner dan de kans op een overwinning van de barbarij. In grote delen van de wereld heerst de barbarij al. Toen ik drie jaar geleden in Mexico was aan het begin van de campagne van Cardenas (de linkse presidentskandidaat - ab) heerste daar nog optimisme, een gevoel van warmte en solidariteit te midden van de armoede. Nu hoor ik van Mexicaanse vrienden dat ze in een café al van vijf pesos beroofd worden door mensen die bijna van honger omkomen. Maar de grootste barbarij is het mondiale kapitalisme zelf. Allerlei ziekten die overwonnen leken, komen weer terug. Per jaar sterven er meer kinderen van de honger dan alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog bij elkaar. Tegelijk hebben sommige multinationals zoveel geld in kas dat ze niet weten wat ze ermee aanmoeten.’