Globalomanie

Hij kwam, zag en ontsloeg tienduizenden mensen om Philips uit de rode cijfers te halen. Jan Timmer gaat nog altijd tekeer als een olifant in een porseleinkast.
HET RECENTE STAATSBEZOEK van koningin Beatrix aan Indonesie werd weliswaar ontsierd door politieke blunders en protocollaire pesterijen, maar voor Jan Timmer, president-directeur van Philips en de facto leider van de zakendelegatie, kon de reis niet meer stuk. Aansluitend op het officiele gedeelte verrichtte hij hoogstpersoonlijk de opening van de Philips-gloeilampenfabriek in Soerabaja, waar achttienhonderd werknemers jaarlijks honderd miljoen gloeilampen gaan produceren voor de Aziatische markt. Een fraai staaltje van het motto Think global, act local, waar industrieel Nederland sinds het Nationale Globaliseringsdebat van 1994 de mond van vol heeft.

De Indonesische fabrieksmeisjes die op die zonnige dag in augustus langs de weg stonden opgesteld, moesten wel even achter hun hand lachen toen de stoet Philips-dignitarissen in zicht kwam. Het middelpunt van de feestelijke intocht, gezeten in een open legerjeep en geflankeerd door de plaatselijke motorclub, was een breed lachende toean Timmer, compleet met batikhemd en een krans van goudsbloemen rond de plaats waar bij andere mensen de nek zit. Onder applaus en gejoel werd de Betuwse bakkerszoon de nieuwe produktiehal binnengedragen, alwaar hij zich laafde aan de kritiekloze aanbidding der aanwezigen. En met de heilige ernst die zakenlieden altijd bevangt als ze op het punt staan om woekerwinst te maken, wees hij de Indonesische werknemers op hun dure plicht: ‘Sommigen van u denken dat ze het al goed doen, maar er is altijd ruimte voor verbetering. En daarom zeg ik: Let’s make things better!’
De tropenlucht riep kennelijk herinneringen op aan zijn wilde jaren als Philips-directeur in Ethiopie en Zuid- Afrika, toen de 'Nationale Organisaties’ nog volkomen onafhankelijk van het Eindhovense hoofdkwartier opereerden en een directeur zich alleenheerser over zijn fabriek kon voelen. 'Als ik jong was, dan wist ik het wel,’ zei hij tegen een verslaggever van de Volkskrant: 'Dan zou ik niet in Nederland blijven hangen, dan zou ik mijn geluk beproeven in het Verre Oosten.’
En geef hem eens ongelijk. De Philips- werknemers in Soerabaja nemen genoegen met een dagloon van acht gulden en zijn op de koop toe ouderwets gehoorzaam. Zoniet, dan krijgen ze huisbezoek van de politie, want vakbondsrechten zijn in Indonesie vooralsnog een ongekende luxe. Welke overbelaste, door regelgeving en maatschappelijke verantwoordelijkheden geplaagde postindustriele ondernemer zou zich bij zulke feodale verhoudingen niet senang voelen?
Van het schrikbewind van Soeharto kon Timmer dan ook niet wakker liggen, zo zei hij in hetzelfde interview: 'Ik matig me nooit een oordeel aan over de staatsvorm van een land.’ Hij zou wel gek zijn, want de Philips- vestigingen in autoritair geregeerde landen als Indonesie en Singapore zijn de voornaamste troef van het concern in de strijd met de Nederlandse vakbonden.
DAT BLEEK TWEE weken geleden op een bijeenkomst van de federatie van metaalwerkgevers FME. Tot verbijstering van de gasten, onder wie Johan Stekelenburg en andere vakbondsbestuurders, torpedeerde Timmer de zojuist begonnen CAO-onderhandelingen bij Philips met een donderpreek, die in combinatie met zijn vervaarlijke gestalte en vierkante fysionomie onweerstaanbaar aan Mussolini deed denken. Het voorstel van de bonden voor een 36- urige werkweek bij Philips maakte hem 'verschrikkelijk kwaad’, zo zei hij langzaam en dreigend, en na een lange pauze: 'Als ik in het buitenland ben, vragen de mensen mij of wij in Nederland eigenlijk nog bereikbaar zijn.’ Daarop beende hij de zaal uit, zonder op of om te kijken.
Timmer beschouwt de verhoudingen tussen de sociale partners als pure arbeidsverhoudingen, meer niet. In zijn ogen is Nederland niet meer dan een grote BV. Het land zou eigenlijk moeten worden geregeerd door een zakenkabinet dat eens flink de bezem door de sociale verhoudingen haalt, zo zei hij aan de vooravond van de landelijke verkiezingen van vorig jaar in een door NRC Handelsblad georganiseerd rondetafelgesprek. In een hysterisch pleidooi voor totale flexibilisering van de Nederlandse arbeidsmarkt, doorspekt met kreten als 'sense of urgency’ en 'can-do atmosfeer’, luidde Timmer de noodklok over de Nederlandse economie. Een 'nationale elite’ moest het roer overnemen: 'Er moet iets gebeuren. Er zou een poging moeten worden gedaan om met een aantal mensen vast te stellen dat er een probleem is, af te spreken dat het probleem oplosbaar is, en dan tot een actieplan komen.’ Zijn optreden was dermate grotesk dat de andere deelnemers, onder wie Frits Bolkestein, hem herhaaldelijk tot de orde moesten roepen.
Het aardigste wat je over Timmer kunt zeggen is dat zijn grote kracht tegelijk zijn voornaamste beperking is. Als topman van een multinational was hij, gegeven de economische verhoudingen in de wereld van de jaren negentig, de juiste man op de juiste plaats. Om zonder pardon een aanzienlijk deel van je personeelsbestand, waaronder een aantal naaste collega’s, de laan uit te sturen, heb je een ego als een flatgebouw nodig. Welnu, zo'n ego heeft Timmer.
HET LEVENSVERHAAL van Jan Dirk Timmer (62) is een relaas van tomeloze zelfoverschatting, getemperd door welbegrepen eigenbelang. Hij trad op zijn negentiende bij Philips in dienst en bekleedde diverse functies voordat hij in 1963 de leiding kreeg over de Philips-vestiging in Ethiopie. Timmer genoot ervan om zaken te doen in de feodale atmosfeer van Haile Selassies’ keizerrijk - 'Het maakte me vechtlustig’, zei hij later - en schreef spoedig daarna een brief op poten aan de Eindhovense directie, waarin hij de selectie van managers bij Philips kritiseerde. Prompt werd hij naar Eindhoven teruggehaald en benoemd op de personeelsafdeling met de opdracht om de selectieprocedures grondig te herzien. In die functie reisde hij persoonlijk de hele internationale Philips-gemeenschap af - waarbij zijn forse verschijning en taalgebruik een daadkrachtige indruk maakten - maar hij paste zich intussen naadloos aan bij de heersende vriendjespolitiek binnen het concern. Philips is vanouds, zoals een vakbondsman het ooit uitdrukte, een 'katholieke, hierarchische Brabantse familie-onderneming, die sinds de oprichting sterk centralistisch geleid wordt’.
Na een periode als Philips-directeur in Zuid-Afrika vestigde hij halverwege de jaren tachtig definitief zijn reputatie van trouble shooter door Philips-dochter Polygram uit het slop te halen. De platenmaatschappij annex muziekuitgeverij - een joint venture met het Duitse Siemens - leed al jaren verlies. Nog altijd gaat het verhaal dat Timmer het bedrijf redde door het complete muziekrepertoire van Polygram in ijltempo op cd te zetten, maar de basis voor deze vooruitziende maatregel was reeds gelegd door de Siemans-man in de directie, Hermann Franz. Toen Timmer in 1983 president werd, kon de produktie bij wijze van spreken meteen van start gaan.
De toenmalige cd-hausse onder het muziekminnend publiek deed de rest. In zijn boek Kortsluiting (1991), dat handelt over de ontwikkelingen bij Philips in de laatste decennia, concludeert Marcel Metze droogjes: 'Het succes van Polygram in Timmers jaren was vooral het succes van de compact disc.’ Gesterkt door deze overwinning saneerde Timmer vervolgens in korte tijd de divisie consumentenelektronica, een periode die hem bijnamen als Jan de Slager en Orkaan Gilbert opleverde.
En het is deze roem waarop hij als president-directeur nog altijd teert. Sedert hij in 1991 met een nipte meerderheid werd benoemd, maakte hij zijn reputatie meer dan waar. Hij kwam, zag en ontsloeg tienduizenden mensen in een verwoede poging om het noodlijdende bedrijf uit de rode cijfers te halen. Maar nu dat is bereikt, heeft hij zijn tijd gehad. Zijn aanmatigende optreden verstoort de verhouding met de bonden en schaadt het imago van het bedrijf.
Zijn optreden op het FME-congres wordt hem door de Industriebond FNV bijzonder kwalijk genomen. 'Het is pure machtspolitiek’, zegt de Eidhovense districtsbestuurder Jan Kuperus. 'Timmer wil de produktie bij Philips wel flexibiliseren, maar zonder daar arbeidstijdverkorting tegenover te stellen. Om zijn zin door te drijven vertelt hij de wildste verhalen over de gevolgen van de globalisering. In wezen zegt hij tegen de werknemers: “Wie niet klakkeloos meewerkt, verliest zijn baan aan een Aziaat.” Zo creeert hij een angstpsychose onder de werknemers. Maar toen wij in oktober de laatste kwartaalcijfers van Philips analyseerden, ontdekten we dat in verhouding tot de omzet de meeste winst nog altijd bij Philips Nederland wordt geboekt en niet bij de Philips-vestigingen in de derde wereld.’
Het resultaat van Philips was het afgelopen kwartaal inderdaad bijzonder goed. De nettowinst van 539 miljoen gulden betekent een flinke vooruitgang vergeleken bij het voorgaande kwartaal en hetzelfde kwartaal in het vorig jaar, en de Industriebond FNV vindt dat de veertigduizend werknemers nu recht hebben op een compensatie voor de offers die ze in het begin van de jaren negentig hebben gebracht. De teruggang van een 38-urige naar een 36-urige werkweek is niet dramatisch, zeker niet als dat in de praktijk neerkomt op een loonsverhoging per saldo van drie procent, zoals de bond verlangt. Daar staat een verlenging van de bedrijfstijd tegenover van 12,5 procent, die Timmers opmerkingen op de FME-bijeenkomst logenstraft: Philips zal juist beter bereikbaar zijn dan nu het geval is. En is een verkorting van de werkweek echt zo 'gevaarlijk’ voor de bedrijfscultuur als Timmer beweert? Tal van Europese bedrijven, waaronder Volkswagen in Duitsland, hebben hun weerstand overwonnen en zijn de kortere werkweek als een uitkomst gaan beschouwen. Behalve een verlenging van de bedrijfstijd maakt de 36-urige werkweek een betere produktieplanning mogelijk, omdat de bedrijfscapaciteit economischer kan worden gebruikt. De werknemers zijn beter uitgerust en gemotiveerder en zowel het management als het produktiepersoneel kunnen maatwerk leveren.
Zo bezien past de 36-urige werkweek uitstekend in moderne concepten als lean production (een afgeslankte onderneming die zoveel mogelijk uitbesteedt) en just-in-time (produktie volgens een strikt tijdschema, zodat voorraden en levertijden tot een minimum beperkt blijven). Industriebond- woordvoerder Piet de Vreede. 'Bij een aantal Akzo-vestigingen in Nederland is de 36- urige werkweek ook ingevoerd, juist in het kader van flexibilisering. Timmer weet dat wij bij Philips evengoed voorstanders zijn van flexibilisering, althans dat hoort hij te weten. De Philips-werknemers hebben in een brief aan de directie voorgesteld om langere dagen te maken wanneer het nodig is, in ruil voor verkorting van de totale werktijd. Een individuele werknemer zou dan gedurende vier dagen in de week negen uur per dag werken - dus in totaal zesendertig uur - terwijl de produktie vijf dagen per week gedurende negen uur kan draaien. Maar Timmer maakt er een prestigestrijd van. Hij wil niet praten, hij wil gewoon zijn zin krijgen.’
HET IS VEELZEGGEND dat Timmer een uitnodiging van Johan Stekelenburg tot een openbaar debat over globalisering heeft afgeslagen, wellicht uit vrees dat de FNV-voorzitter hem publiekelijk de broek afstroopt door zijn globalomane praatjes te weerleggen. 'Timmer ziet meer in een tweede nationaal debat over globalisering, in de trant van het “Koos Clinton-debat” van vorig jaar’, zegt De Vreede: 'In de aanloop naar dat debat was de bijdrage van de vakbeweging namelijk voortijdig uit het programma weggeschreven. Dat wil Timmer natuurlijk graag nog eens overdoen, maar daar voelt de vakbeweging weer niets voor.’
Nu Philips het volle profijt wil trekken van zijn technologische voorsprong en zich toelegt op glamour-produkten als de interactieve cd (cd-i), de breedbeeld-televisie (HDTV) en de digitale cassette (dcc) zijn maatwerk en flexibiliteit eerste vereisten om te overleven. Timmer zou de 36-urige werkweek kunnen aangrijpen als een nieuwe cultuurschok voor het bedrijf. In plaats daarvan beperkt hij zich tot retorische aanvallen op het sociale klimaat in Nederland, de opstelling van de bonden en de vermeende lethargie van zijn werknemers. 'De problemen van Philips zitten tussen de oren’, roept hij te pas en te onpas. Dat klopt, en het grootste probleem zit tussen de oren van Jan Timmer.