Globocop

WAS DESERT FOX een grote schoonmaak onder Saddams resterende abc-wapens? Een strafexpeditie? Een poging om de aandacht af te leiden van Bill Clintons beklemde geslachtsdelen? De implicaties van de actie, die geheel buiten de Veiligheidsraad om ging, zijn in elk geval dramatisch. Volgens zwartkijker Noam Chomsky maken de VS de mensheid duidelijk: ‘Onze wil is wet en wie het niet bevalt, gaat maar aan de kant.’ Dat kan kloppen, maar wat willen de Amerikanen dan?

Volgens Bill Clinton was de aanval gericht tegen ‘Saddams vermogen tot het produceren en gebruiken van massavernietigingswapens en het bedreigen van zijn buurlanden’. Maar na een bombardement met 415 kruisraketten, 1100 laserbommen en 84 persconferenties is het Mesopotamische monster nog altijd niet 'terug in zijn kooi’, om de uitdrukking van veiligheidsadviseur Samuel Berger te gebruiken. Saddam heeft de wapeninspecteurs afgeschud, schiet naar hartelust op Amerikaanse en Britse vliegtuigen en trekt een lange neus naar de sanctiecommissie van de Verenigde Naties. Hij lijkt veeleer het initiatief te hebben, zoals het er bij vorige gelegenheden soms op leek dat hij was verslagen. Het moet een bittere teleurstelling zijn voor degenen die Clintons uitleg accepteerden, en dat waren er ook in Nederland heel wat. Niet alleen politiek Den Haag en De Telegraaf toonden gepaste eerbied. Opmerkelijk was de goedgelovigheid van dagbladen van de PCM-groep die acht jaar geleden tijdens de Golfoorlog nog zwoeren bij VN-mandaten. De Volkskrant en NRC Handelsblad lieten de analyse nu grotendeels over aan Angelsaksische syndicated columnists wier stukken zij integraal afdrukten. Dat de Amerikanen en Britten eigen rechter spelen, is opeens geen bezwaar meer. Volgens een redactioneel commentaar in De Volkskrant handelden de Verenigde Staten 'niet uit machtswellust of streven naar hegemonie; hun motieven deugen, hun argumenten overtuigen’. NRC Handelsblad volgde de lijn van buitenlandredacteur Michael Stein die van mening is dat de VS er op eigen houtje op moeten slaan; landen als Frankrijk, China en Rusland liggen toch maar dwars omdat ze uit zijn op profijtelijke oliecontracten met Saddam. Dat laatste is waar, maar de Amerikanen worden evenmin gedreven door liefde voor het Iraakse volk, de vrede in het Midden-Oosten of het internationale recht; dat blijkt wel uit hun samenwerking met tirannieke regimes in Saoedi-Arabië, de Golf-emiraten en Afghanistan of uit hun steun aan Israel, hoewel dat land momenteel het vredesproces blokkeert. Ook het Amerikaanse beleid draait om olie. De VS betrekken weliswaar weinig olie uit de Golf, maar zoals de Nationale Veiligheidsraad in haar jongste strategiedocument (oktober 1998) stelt, moeten de VS 'de onbeperkte toegang tot deze onmisbare grondstof veiligstellen’. Het stuk noemt twee redenen voor deze strategische controle. Ten eerste moet een wereldoliecrisis met repercussies voor de Amerikaanse economie worden voorkomen. Ten tweede zullen ook de VS door de uitputting van alternatieve bronnen in de toekomst op de Golfolie zijn aangewezen. Wat was dan de echte ratio van Desert Fox? HET EERSTE WAT opvalt, is dat de faciliteiten voor massavernietigingswapens in Irak werden ontzien, in tegenstelling tot wat in communiqués werd beweerd. Volgens het Pentagon heeft Irak minstens veertig van zulke sites. Toch bombardeerden de Amerikanen er maar twaalf, waarvan er slechts één werd verwoest. 'Onbegrijpelijk’, oordeelt John Pike, de militaire expert van de pacifistische American Federation of Scientists: 'Een kortstondig bombardement van zo weinig doelen kan nooit een deuk slaan in Saddams wapenprogramma. Een paar gebouwen hebben nu een gat in het dak. So what?’ Scott Ritter, een Amerikaanse marinier die acht jaar als wapeninspecteur voor Unscom in Irak werkte, noemt de bombardementen zelfs contraproductief: 'Die gebouwen waren allang leeg en dankzij Desert Fox zullen we er nooit achterkomen waar de inhoud heen is. Deze operatie is een vreselijke vergissing.’ Ter verdediging zei minister van Defensie William Cohen op een persconferentie dat veel 'verdachte’ faciliteiten niet zijn gebombardeerd vanwege het risico dat burgers konden worden getroffen. Maar ze kunnen nu ook niet meer door Unscom onschadelijk worden gemaakt. Washington wist dat een aanval op Irak het einde van het inspectieregime zou betekenen; Clinton zei dit al met zoveel woorden in een toespraak op 11 november. Als die faciliteiten niet gebombardeerd kunnen worden en ook niet ontmanteld door inspecties, hoe moeten ze dan onschadelijk worden gemaakt? Wilden de Amerikanen eigenlijk wel wapenfaciliteiten treffen, of waren ze ergens anders op uit? Veel van de 102 getroffen doelen behoren tot Saddams persoonlijke imperium, zoals de olieraffinaderij in Basra die door Saddam en zijn zoon Udai werd gebruikt om olie op de zwarte markt te brengen. De militaire analyst William Arkin, vermaard vanwege zijn onafhankelijke onderzoek naar de gevolgen van de geallieerde luchtoorlog tegen Irak in 1991, denkt dat de actie rechtstreeks tegen Saddam was gericht. Volgens hem is Irak 'na de oorlog tegen Iran, Desert Storm, acht jaar boycot en zevenhonderd Unscom-inspecties niet in staat iemand te bedreigen. De actie was gericht tegen Saddams veiligheidsapparaat en zijn mobiliteit, de twee pijlers van zijn macht.’ Hoewel de Iraakse president nog altijd in het zadel zit, vindt hij het te vroeg om te stellen dat de actie is mislukt: 'Desert Fox lijkt het openingssalvo van een langduriger campagne. Het staat vast dat er covert operations op Iraaks grondgebied aan de gang zijn. Het zou me niets verbazen als die het op Saddams huid hadden voorzien.’ Ook Neil Partrick, Midden-Oostenexpert van de Britse legerstaf, meent dat we 'binnen afzienbare tijd een directe operatie tegen Saddam kunnen verwachten’. Hij begrijpt echter niet waarom naast transportcentra, inlichtingendiensten en communicatieknooppunten ook de Republikeinse Garde is gebombardeerd: 'Dat is onlogisch. Zo trek je het vloerkleed weg onder de mensen die Saddam zouden kunnen afzetten.’ Maar is de Garde wel gebombardeerd, zoals de voorlichters beweren? Benjamin Works, ex-officier en commentator bij het tv-station CBS, meent van niet. Works: 'Men heeft willens en wetens lege barakken gebombardeerd. Het bericht dat de Garde zou worden aangevallen, is door het Pentagon van tevoren via de elektronische media naar Irak gelekt. Ik heb bij CBS met eigen ogen gezien hoe dat lek werd geregisseerd. De aanval was bedoeld om Saddams eigen verbindingen uit te schakelen, niet zijn wapenprogramma of de Republikeinse Garde.’ DE VERONDERSTELLING dat de bombardementen Saddams controle over de Garde moesten uitschakelen zodat dit korps tegen hem in opstand kon komen, is niet uit de lucht gegrepen. In The Guardian stond een maand geleden een interview met een gevluchte generaal van de Republikeinse Garde, Sultan al-Juburi, die beweerde dat hij samen met de CIA had gewerkt aan een plan voor een staatsgreep. Op 30 juni had zijn CIA-contactman meegedeeld dat het plan 'tot nader order was uitgesteld’. Het enige nieuws uit Irak dat op een mogelijke uitvoering van zulke plannen wijst, is een mededeling van Iraakse ballingen in Londen dat op de tweede dag van Desert Fox een aantal Garde-officieren is geëxecuteerd. Helaas zijn zulke executies onder Saddam routine. Arkin: 'Voorzover bekend heeft Desert Fox binnen Irak alleen geleid tot verhoogde veiligheidsmaatregelen, zodat een staatsgreep moeilijker is geworden. Als de bommen al deel uitmaakten van een groter plan, dan heeft het Pentagon misschien zijn eigen plan gebombardeerd.’ Works ontleent aan bronnen bij het Amerikaanse opperbevel in de Golf de informatie dat de aanval na de Ramadan (17 januari) voor tenminste dertig dagen wordt hervat. Works: 'Aangezien Saddam vanaf nu alles op alles zal zetten, desnoods aanvallen op Koeweit en Saoedi-Arabië zal ondernemen en slim gebruik zal maken van de verdeeldheid in de Veiligheidsraad en de sympathie van de gewone Arabische bevolking, gaan we nog een paar warme weken tegemoet.’ Als Desert Fox een gerichte aanval op Saddam was, verklaart dat tevens de Amerikaanse manipulatie van de laatste Unscom-inspecties. Unscom is de commissie die samen met het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) moest toezien op de de uitvoering van resolutie 687 uit 1991. Die resolutie verplicht Irak tot vernietiging van alle massavernietigingswapens en ballistische raketten. Onder leiding van de slimme Zweedse diplomaat Rolf Ekeus heeft Unscom veel nuttig werk gedaan. In 1995 werd het geheime nucleaire programma van Irak opgerold dankzij de vlucht van Saddams schoonzoon en nucleaire opperspion, generaal Hussein Kamel, naar Jordanië. Ook het chemische en ballistische gedeelte is inmiddels zo goed als afgerond, zo rapporteerde Unscom medio vorig jaar; alleen in biologisch opzicht is Irak nog niet 'schoon’. NIET ALLEEN SADDAM heeft voortdurend getracht de commissie te manipuleren. Tezamen met het sanctiebeleid is Unscom sinds 1991 door Washington gebruikt om Irak zwak te houden. Terwijl de draconische sancties (zelfs de invoer van schaakborden en kinderspeelgoed is verboden) het land tot de bedelstaf brachten, zorgde het inspectieregime voor de legitimatie. Dit wurgbeleid bleef gehandhaafd zolang de Amerikanen geen geschikte opvolger voor Saddam konden vinden. De paradox van Unscom was dat je wel massavernietigingswapens kunt ontmantelen, maar niet de infrastructuur, de kennis of de intentie om ze te produceren. Een dictator als Saddam vindt altijd nieuwe sluipwegen en zolang andere landen in het Midden-Oosten over dergelijke wapens beschikken, zullen het Iraakse leger, de veiligheidsdiensten en waarschijnlijk veel doorsnee-Irakezen hem daarin steunen. Door zijn principiële onhaalbaarheid was resolutie 687 dus een prachtig excuus om de sancties te rekken. Maar de farce kon niet eeuwig duren. De laatste tijd drongen steeds meer leden van de Veiligheidsraad aan op een afronding van de inspecties en opheffing van de sancties en ook secretaris-generaal Kofi Annan wilde Unscom eindelijk wel eens evalueren. Maar ze rekenden buiten de chef van Unscom, Richard Butler. Deze Australische beroepsdiplomaat begon onmiddellijk na zijn benoeming tot Unscom-chef de wildste verhalen over Saddams geheime arsenalen te verspreiden. Voor een deel kwamen die uit de Amerikaanse koker. Ze werden in elk geval niet door zijn eigen rapporten ondersteund. In januari 1998 riep hij dat Irak 'voldoende anthrax heeft om Tel Aviv van de kaart te vegen’. Omstreeks die tijd keerde Tony Blair ontzet terug van een bezoek aan Washington: 'Saddam heeft genoeg chemische en biologische wapens om de hele mensheid uit te roeien. We moeten hem tegenhouden!’ Toen Saddam de Unscom-inspecteurs in februari de toegang tot zijn presidentiële paleizen ontzegde en een confrontatie onvermijdelijk leek, stuurde Kofi Annan een eigen team naar Irak dat de indianenverhalen ontzenuwde en de crisis bezwoer. Maar de toon voor de ultieme confrontatie was gezet. De aanstelling van Butler viel samen met een omslag in het Amerikaanse beleid. Na de inspectiecrisis in november 1997 gaf Clinton zijn staf opdracht het Irakbeleid te herzien. Vanaf dat moment liet Washington weten dat Saddam weg moest en dat men wachtte op een aanleiding om hem de genadeslag te geven. De Iraakse president werd geprovoceerd door de enige wortel voor zijn neus weg te halen waardoor hij zich tot medewerking had laten verleiden, te weten de opheffing van de economische sancties. Albright verklaarde dat Irak nooit van de sancties af zou komen, ook als alle inspecties succesvol waren afgerond. Clinton liet weten dat ze van kracht bleven 'tot het einde der tijden of tot Saddam weg is’. De CIA kreeg toestemming voor geheime operaties in Irak en er werden fondsen vrijgemaakt voor de Iraakse oppositie in ballingschap. Ook Butler speelde het spelletje mee. In zijn rapportages pleitte hij voor een harde aanpak van Irak, hetgeen buiten zijn mandaat viel. 'Monsieur Butler heeft de neiging om onze rol over te nemen’, constateerde de Franse minister van Buitenlandse Zaken Hubert Védrine. Maar op verzoek van Albright matigde Butler zijn uitspraken als dit de Amerikanen beter uitkwam. 'In de wandelgangen zegt mevrouw Albright dat haar regering het tempo van de confrontaties met Irak en de gewenste omstandigheden wil controleren’, schreef The Washington Post. NA DE 'PALEIZENCRISIS’ zetten de VS opeens hun medewerking aan het belangrijkste Unscom-onderzoek stop. Butler werd onder druk gezet om zijn superinspecteur Ritter terug te fluiten, hetgeen voor de laatste aanleiding was om ontslag te nemen. In een recent artikel in The New Republic komt hij hierop terug: 'Het onder de duim houden van Irak door middel van sancties was kennelijk het belangrijkste doel van het Amerikaanse Golfbeleid - de ontwapening van Saddam was van ondergeschikt belang.’ Misschien is het juister om te zeggen dat Washington het goede moment afwachtte om Saddam uit te roken. Dat moment leek te zijn aangebroken op 14 november, nadat de Iraakse leider had geëist dat de Amerikaanse leden van Unscom werden teruggetrokken. De bommenwerpers werden op het laatste moment uit de lucht gehaald omdat Irak alsnog capituleerde, maar Clinton waarschuwde dat hij de volgende keer 'zonder waarschuwing’ zou toeslaan. Wederom zorgde Butler voor de aanleiding. Het rapport dat hij op 15 december indiende, was een één-tweetje met Washington. Het verzweeg dat Unscom ongehinderd vierhonderd inspecties had kunnen uitvoeren en benadrukte zes incidenten die Butler zelf geprovoceerd had. Volgens Ritter bevatte het rapport louter verouderde gegevens: 'Alle informatie waarop de laatste inspectieronde was gebaseerd, was gedateerd. De gebouwen werden zo gekozen dat een Iraakse reactie niet uit kon blijven. Butler heeft zich laten gebruiken.’ De inhoud van het rapport is er dan ook naar. Een diplomaat in New York zei het zo: 'Kort samengevat schrijft Butler: Irak heeft iets te verbergen omdat wij niets hebben kunnen vinden. Zo'n redenering laat geen ruimte voor debat.’ Diverse dagbladen schreven dat Butler het stuk had aangescherpt om een militaire actie te rechtvaardigen. Volgens Ritter heeft hij de Amerikanen zijn ontwerp toegestuurd en viermaal met de Nationale Veiligheidsraad gebeld om de tekst bij te vijlen. Het sein tot de aanval was toen al gegeven. Anders dan hij in zijn radiospeech tot het volk zei, gaf Clinton het bevel niet op 15 december na lezing van Butlers rapport maar reeds op zondag 13 december terwijl hij op staatsbezoek in Israel was. De Israelische woordvoerder Boeshinsky bevestigde dat Netanyahu en Clinton hadden gesproken over de aanval, overeenkomstig een afspraak dat Israel drie dagen van tevoren gewaarschuwd zou worden. GEVRAAGD HOE het nu verder moet met de bewaking van Saddams wapenprogramma antwoordde veiligheidsadviseur Berger: 'Dat doen we voortaan zelf, we hebben eigen middelen om daarop toe te zien.’ Met andere woorden: de Amerikanen bepalen voortaan zonder tussenkomst van derden of en wanneer er tegen Saddam moet worden opgetreden. Afgezien van de Britten reageerden de meeste Amerikaanse bondgenoten dan ook schoorvoetend. Sommigen namen hun toevlucht tot occult taalgebruik om hun onthutsing te verbergen. 'Frankrijk en Duitsland keuren de luchtaanvallen af, maar achten ze noodzakelijk omdat Irak zijn verplichtingen niet nakomt’, bazelde de Duitse minister van defensie Scharping, op bezoek bij zijn Franse collega Richard. Joschka Fischer was tenminste eerlijk: 'In zo'n door de VS gedirigeerd conflict hebben wij geen enkele speelruimte.’ Desert Fox markeert dus een ommezwaai in het Amerikaanse beleid: geen containment meer, geen gemodder in de Veiligheidsraad, Saddam moet weg. Zelfs de steunverklaring van het Huis van Afgevaardigden voor de aanval riep op tot omverwerping van Saddam. Dit punt is kennelijk zo vanzelfsprekend dat geen van de afgevaardigden erover wenste te debatteren. Toch roept het genoeg vragen op. Wat moet er voor Saddams regime in de plaats komen? Hoe denken de Amerikanen de consensus in de Veiligheidsraad te herstellen of hun vredespogingen in het Midden-Oosten voort te zetten? En de ommezwaai blijft niet beperkt tot kruisraketten op Irak. Afgelopen zaterdag maakte Clinton bekend dat hij het militaire budget verhoogt met twaalf miljard dollar per jaar, tot een totaal van honderd miljard in zes jaar. Deze grootste verhoging sinds de Koude Oorlog is volgens de president onder meer nodig 'voor de bouw van een nieuwe generatie schepen, vliegtuigen en wapensystemen’. Kennelijk wil Clinton eindelijk tegenover de Republikeinse haviken bewijzen dat hij zijn mannetje staat. Zijn plotselinge militante houding leidt misschien niet de aandacht af van Clintons impeachment-problemen, maar komt wel tegemoet aan de conservatieve meerderheid in het Congres, geleid door senator Trent Lott die de belangen van de wapenindustrie behartigt en al jaren aandringt op harder optreden tegen allerlei landen en Irak in het bijzonder. Is dit inderdaad, zoals Chomsky vreest, de inleiding tot een agressiever en geïsoleerder Amerikaans optreden op het wereldtoneel? Voor Irak dreigt intussen de zoveelste catastrofe. In plaats van een opheffing van de economische boycot, zodat het Iraakse volk zich kan herstellen en weer enigszins aan de toekomst kan denken, wil Washington de sancties 'strakker aanhalen’. De gedachte dat Saddam kan worden vervangen door een democratisch bewind blijft zodoende een illusie. Een democratische beweging binnen Irak bestaat niet, behalve in de precaire Koerdische safe havens, want door de sancties heeft driekwart van de bevolking het te druk met het bijeenschrapen van voedsel. De enige beweging die over contacten in Irak beschikt, is de Islamitische Hoge Raad voor de Revolutie, geleid door ayatolla Bakr al-Hakim. Maar die is pro-Iraans en zit in Teheran, dus met hem zullen de Amerikanen geen zaken willen doen. Buiten Irak zijn 73 machteloze groeperinkjes actief, variërend van de communisten tot de Beweging voor Constitutionele Monarchie onder leiding van kroonprins Sharif Ali ben al-Hussein, de 42-jarige neef van de in 1958 afgezette koning Feisal II. De grootste en enige gemene deler van alle Irakezen is een hevige afschuw van de Verenigde Staten. ALLE EXPERTS zijn het dan ook over één ding eens: dat de Amerikanen de volksopstand tegen Saddam, waartoe ze voortdurend oproepen, in werkelijkheid helemaal niet willen. Zo'n opstand zou een desintegratie van Irak en dus onrust in de hele regio veroorzaken en dat is niet in het belang van de olieaanvoer. Vandaar dat de Amerikanen mikken op een militaire staatsgreep, een 'Saddamisme zonder Saddam’ zoals Midden-Oostendeskundige Isam al-Khafaji het noemt. Works: 'Een complex bedrijf als de olie-industrie is afhankelijk van centralisatie en sterk gezag. Gegeven de Iraakse demografie en geschiedenis zal de gewenste opvolger van Saddam in het leger worden gezocht. Zodra zo'n sterke man zich opwerpt, zal Washington trachten de door de CIA gefinancierde oppositie aan hem te koppelen.’ Uiteindelijk zaait deze vorm van eigenrichting alleen maar meer rancune in de regio, resulterend in nog meer vertraging in het vredesproces, een verdere vervreemding tussen de VS en de Arabische regeringen en nog gewelddadiger aanslagen tegen Amerikaanse doelen. Dat laatste schijnt bij de Amerikaanse beleidsmakers nu ook langzaam door te dringen. Bijvoorbeeld bij de invloedrijke buitenlanddeskundige Richard Betts. Hij schrijft in het jongste nummer van Foreign Affairs: 'Het is onwaarschijnlijk dat radikalen in het Midden-Oosten plannen zoals het opblazen van het World Trade Center zouden beramen als de VS niet zolang de steun en toeverlaat waren geweest van Israel, de Shah van Iran of de conservatieve Arabische regimes. Door voor Globocop te spelen, voeden de VS het verlangen van achtergestelde groeperingen om terug te slaan.’ Inderdaad, de meeste Arabieren hadden zich de Nieuwe Wereldorde anders voorgesteld.