Globocop iii

DE TURKSE premier Bulent Ecevit sloeg waarschijnlijk de spijker op de kop toen hij vorige week bij zijn aantreden zei: ‘De Verenigde Staten hebben geen beleid of strategie ten opzichte van Irak. Ik begrijp helemaal niet waar ze op uit zijn.’ Terwijl de afzettingsparodie in de Amerikaanse Senaat zich voortsleept, neemt de fall-out van operatie Desert Fox steeds ernstiger vormen aan. Elke week komen nieuwe gegevens aan het licht waaruit blijkt dat de mislukte aanval behalve onwettig ook volstrekt ondoordacht was. Nu Washington er niet in is geslaagd om Saddam Hoessein met een lucky strike uit te schakelen, staan de Amerikanen met lege handen. De Franse staatsman Talleyrand zou zeggen: ‘Dit is erger dan een misdaad, het is een fout.’

DESERT FOX was niet zomaar een luchtaanval, het was een ‘chirurgische’ operatie van het soort waarvan Amerikaanse strategen sinds het vermeende succes van hun 'slimme bommen’ in 1991 droomden. Een van de eerste kruisraketten vloog regelrecht Saddams slaapkamer in het noorden van Bagdad binnen. Een tweede trof de verblijfplaats van zijn stafchef Hamid Mahmoed. Diverse andere plaatsen waar Saddam zich geregeld ophoudt, werden met dezelfde precisie geraakt. Daaronder waren gebouwen van de Speciale Republikeinse Garde (verantwoordelijk voor zijn persoonlijke veiligheid) en het zenuwcentrum van zijn Speciale Veiligheidsdienst. Het doel was niets meer of minder dan de scalp van Saddam. Met andere woorden: Desert Fox was een poging tot moord op een buitenlands staatshoofd, een daad die sinds de CIA-hearings in de jaren zeventig weliswaar bij de Amerikaanse wet verboden is, maar die te midden van het vierdaagse aanvalsgeweld en de begeleidende persconferenties vorige maand onopgemerkt kon blijven. In het Pentagon wreven de veteranen van Desert Storm zich gedurende die eerste uren in de handen. Eindelijk konden ze de Iraakse president, die hen in 1991 telkens was ontglipt, met de modernste techniek te grazen nemen. De kruisraketten die bij Desert Fox werden ingezet, waren van een nieuwe 'generatie’ die veel nauwkeuriger is dan de vorige. De oude generatie van 1991 oriënteerde zich op de grond met behulp van radar en video en was dus gevoelig voor storingen door slecht weer, vijandelijke jamming of onvoorziene veranderingen in het landschap. Bovendien wisten de Amerikanen destijds niet waar Saddam zich ophield, aldus George Bush in zijn memoires A World Transformed: 'Later hoorden we dat Saddam in een convooi had gezeten dat door vliegtuigen van de coalitie werd aangevallen, maar dat hij ongedeerd was ontkomen.’ Ditmaal meende het Pentagon zijn gangen nauwkeurig te kunnen traceren dankzij de gedetailleerde, door elektronische spionage verkregen gegevens van Unscom over de werkwijze en dagelijkse routine van de Iraakse president. Aanvullende informatie werd verschaft door Nieuw-Zeelandse commando’s die vanaf een Amerikaanse basis in Koeweit clandestiene verkenningen uitvoeren achter de Iraakse linies (deze commando’s zijn merendeels Maori’s en kunnen onder een djellaba gemakkelijk doorgaan voor bedoeïenen). Aangezien de nieuwe generatie kruisraketten gebruik maakt van satelliet-oriëntatie, ofte wel GPS (hetzelfde systeem dat tegenwoordig in auto’s wordt toegepast), en tot op een paar meter nauwkeurig kan worden gericht, moest het mogelijk zijn de Iraakse president in bed te verrassen. De aanval met kruisraketten van jongstleden augustus op een medicijnfabriek in Khartoem en een tentenkamp in Afghanistan, waar zich volgens de CIA sjeik Bin-Laden zou ophouden, blijkt een generale repetitie te zijn geweest voor de echte show in Bagdad. DAT DE AANSLAG op Saddam niettemin mislukte, komt waarschijnlijk doordat de Unscom-inspecteurs een dag eerder overhaast werden teruggetrokken, hetgeen voor het Iraakse opperbevel het signaal was voor verhoogde waakzaamheid. Saddam beval diezelfde dag een drastische reorganisatie van zijn commandostructuur en verbindingslijnen, zodat hij niet meer te traceren was. Mogelijk hebben de Russen hem eveneens gewaarschuwd, want het is duidelijk dat Moskou niet langer genoegen neemt met het eigenmachtige optreden van de Verenigde Staten jegens Irak (een Iraakse delegatie is inmiddels naar Rusland afgereisd om speciale apparatuur op te halen die tegen Amerikaanse afluistertechnieken bestand is). Hoe dan ook, het lijkt erop dat Bill Clinton in dezelfde mate op Saddam gefixeerd is als de broertjes Kennedy op Fidel Castro waren. 'Is de visie van onze regering op machtspositie van Saddam nog wel in overeenstemming met de realiteit?’ vraagt de militaire deskundige William Arkin zich in de Washington Post af: 'Wat te zeggen van de haalbaarheid, om niet te zeggen de wettigheid, van een operatie die neerkomt op een moordaanslag vanuit de lucht?’ Toen bleek dat Saddam Hoessein ongedeerd was gebleven, zette het Amerikaanse opperbevel het al even krakkemikkige plan B in werking. Dat bestond uit een geconcentreerde aanval op Saddams veiligheidsapparaat en de militaire verbindingen tussen Bagdad en de rest van het land, zodat een verhoopte opstand in het zuiden kans van slagen had. Deze tactiek was al in november uiteengezet door de plaatsvervangend stafchef van Koeweit, generaal Fahad al-Amir: 'De Amerikaanse luchtmacht moet Saddam Hoessein en zijn militaire machine onder vuur nemen teneinde zijn regime omver te werpen. In het zuiden moet onder dekking vanuit de lucht een grote enclave worden geschapen, waarin de Iraakse troepen gedwongen zijn tot immobiliteit terwijl shi'itische opstandelingen de macht grijpen. In het zuiden is de revolutie ondergronds al gaande, men is er klaar voor.’ Zoals afgelopen weken in De Groene te lezen viel, mislukte ook die opzet. Het aanbreken van de islamitische vastenmaand Ramadan was een welkome aanleiding om de aanvallen stop te zetten. De verwarring bij Clintons veiligheidsstaf is er na het kerstreces niet kleiner om. Een minderheid wil de bombardementen zo snel mogelijk hervatten, waarbij Saddams voortdurende pogingen om de no-fly zones aan te tasten als excuus kunnen dienen. Eind januari, nadat minister Albright enige hoofdsteden in de regio heeft bezocht, zouden de aanvallen weer kunnen beginnen. Intussen moeten de VS de oppositie zoveel mogelijk bundelen, te beginnen met de Koerden en de marginale oppositiegroeperingen in ballingschap, waaronder het door de CIA opgerichte Iraaks Nationaal Congres. Naar verluidt zouden leden van de oppositie na een militaire opleiding in de VS via Turkije naar Irak moeten worden gesluisd, waar ze als voorposten moeten fungeren van een eventuele door Washington geregisseerde opstand van de Koerden. En nu maar hopen dat Saddam niet meeluistert! Experts zijn het erover eens dat deze lieden binnen Irak geen enkele kans maken. Vanwege de anti-Amerikaanse stemming onder de bevolking betekent de steun van Washington een 'doodskus’ voor elke oppositiegroepering. Een meerderheid van Clintons adviseurs ziet geen enkel heil in dergelijke avonturen. Deze groep wil liever terugkeren in de boezem van de Veiligheidsraad en er het beste van maken, inclusief een aangepast inspectieregime (Unscom-II) en een verzachting van de economische sancties, in de hoop dat Saddam in de naaste toekomst op miraculeuze wijze aan zijn eind komt. In beide gevallen lijden de Amerikanen gezichtsverlies, zowel in de Golf als in de Veiligheidsraad. Nu de VS niet in staat zijn gebleken om Saddam te verdrijven, nemen de Arabische landen zelf het heft in handen, meldt het Libanese blad al-Shera uit 'welingelichte’ bronnen. De krant schrijft dat Syrië, Egypte en Saoedi-Arabië een plan ontwikkelen om zonder Amerikaanse steun en met hulp van Iran de Iraakse president te verdrijven. Het meest verontrustende aspect van zo'n uitsluiting is dat de VS voortaan nog gewelddadiger en eigenmachtiger zullen moeten optreden om hun controle over de olieaanvoer veilig te stellen. Een stuurloze, in het nauw gebrachte president die bereid blijkt om de grondwet en het Handvest van de Verenigde Naties aan zijn laars te lappen als hij daardoor zijn huid kan redden, is tot alles in staat, zeker als het strategische belang van zijn land in gevaar komt. STEPHEN ZUNES, politicoloog aan de universiteit van San Francisco en prominent vredesactivist, constateerde al in november, toen de voorbereidingen voor Desert Fox in volle gang waren, dat het Witte Huis niet verder keek dan de korte termijn. Zunes: 'Het besluit om aan te vallen was naar mijn idee ingegeven door pure frustratie. Het is buitenlandse politiek door middel van catharsis, geen rationeel beleid. Tot nog toe voerde Washington een beleid van dual containment, gericht op het isoleren van zowel Irak als Iran. Maar het instant-plan om in het zuiden van Irak de shi'iten aan de macht te brengen, duidt op een toenadering tot Iran. Een afweging hierbij was wellicht de positieve verandering in dat land sinds de verkiezing van president Khatami, maar daarmee heb je nog geen strategische visie geformuleerd.’ Inderdaad schijnt Washington eind vorig jaar Teheran te hebben verzocht om mee te werken aan een gezamenlijk optreden tegen Saddam. Dat zeiden althans de Israelische radio, een Arabische krant en de Koerdische leider Talibani, drie bronnen die over uitstekende contacten in de regio beschikken. Teheran zou het verzoek hebben afgewezen, maar wel hebben toegezegd een Amerikaanse actie niet te zullen dwarsbomen. Zunes: 'Een dergelijke afspraak maakt het Amerikaanse beleid in hoge mate afhankelijk van Iraanse medewerking, terwijl een eventuele opvolger van Saddam beslist niet pro-Amerikaans maar waarschijnlijk wel pro-Iraans zal zijn. Uiteindelijk leidt het ertoe dat de VS hun militaire aanwezigheid in de Golf verder moeten opvoeren en bondgenoten als Saoedi-Arabië en Koeweit nog zwaarder moeten bewapenen om hun positie veilig te stellen. De wapenindustrie en het Pentagon zullen daar wel bij varen, maar het blijft een uitzichtloze toestand die een groot risico op escalatie in zich bergt.’ BEPAALDE DELEN van het Amerikaanse establishment zijn daar niet rouwig om, zegt William Hartung, die als onderzoeker bij het World Policy Institute in New York het Amerikaanse defensiebeleid op de voet volgt. Hij vindt dat Clinton zich het afgelopen jaar heeft uitgeleverd aan conservatieve krachten in het Pentagon, de wapenindustrie en de Republikeinse partij die een agressiever Amerikaans optreden in de wereld eisen. Hartung: 'Desert Fox is de eerste stap in die richting. Clinton heeft toegegeven aan de Republikeinse roep om eindelijk “iets” tegen Saddam te doen. Dat is geen coherent buitenlandbeleid, het is holle symboliek ten behoeve van de binnenlandse opinie. De verhoging van het defensiebudget met 110 miljard dollar in de komende zes jaar is ook ingegeven door binnenlandse overwegingen. Het schept werkgelegenheid, het levert giften voor de verkiezingskas op en het neemt de Republikeinen de wind uit de zeilen in 2000, wanneer Al Gore gekozen hoopt te worden. Nu Clinton onder vuur ligt vanwege de Lewinsky-affaire, is hij extra gevoelig voor de eisen van het Pentagon. De chefs van staven dringen al een jaar aan op drastische verhoging van de militaire uitgaven. Afgelopen herfst hebben ze hun verlanglijstje bij hem op tafel gelegd en er hardop bij gezegd dat een militair voor dat gerommel met een stagiaire allang ontslagen zou zijn. En zie: ze krijgen hun zin. Waar impeachment al niet goed voor is.’ In een recent artikel beschrijft Hartung hoe de wapenindustrie de malaise van het einde van de koude oorlog te boven is gekomen dankzij een goed gecoördineerde campagne, ondersteund door denktanks die voor een aanzienlijk deel door diezelfde wapenindustrie worden gefinancierd. De spil van de campagne is de 'twee-conflictenstrategie’, een doctrine die zegt dat de VS in staat moeten zijn om twee 'lokale oorlogen’ tegelijk te winnen. Deze doctrine werd na de val van de Muur door stafchef Colin Powell in een opwelling bedacht om het niveau van de militaire uitgaven op peil te houden. Volgens Hartung en andere experts vervult de doctrine nog steeds die functie. Elk conflict in de wereld wordt opgeblazen tot een potentiële 'lokale oorlog’ waarin de VS vroeg of laat betrokken kunnen worden. Clinton en zijn staf lenen zich in toenemende mate voor dit Globocop-concept, maar de drijvende kracht erachter zijn de neo-conservatieven die de Republikeinse partij hebben overgenomen. Deze neo-cons - aangevoerd door de Republikeinse leider in de senaat, Trent Lott - vormen een machtige lobby voor de wapenindustrie. Ze hebben vaak een zetel in een van de vier stichtingen die gezamenlijk de voornaamste Amerikaanse denktanks financieren, te weten het American Enterprise Institute, de Heritage Foundation, het Ethics And Public Policy Center en de Brookings Institution. Alleen het door de Libertaire partij ondersteunde Cato Institute is afkerig van de gedachte dat de Verenigde Staten dienen op te treden als mondiale politieagent. De overige denktanks signaleren overal in de wereld potentiële bedreigingen van Amerikaanse belangen of van het Amerikaanse prestige - uiteraard in het Midden-Oosten en op de Balkan, maar ook in Azië en zelfs in Latijns-Amerika. Hun geestverwanten in het Congres geven blijk van een christelijk geïnspireerd messianisme dat sinds de jaren vijftig niet meer gehoord werd. De kolommen van de Wall Street Journal of de door de Moonsekte gefinancierde Washington Times staan tegenwoordig bol van hun oproepen tot interventie en hun apocalyptische visioenen van een wereld zonder Amerikaans leiderschap. Het gevaarlijkst zijn de millennaristen die in navolging van televisiedominees als Pat Robertson en Jerry Falwell onvoorwaardelijke steun aan de Israelische nederzettingenpolitiek betuigen in de hoop dat daardoor het Einde der Tijden wordt bespoedigd - uiteraard na een finale wereldveldslag aan de voet van de berg Harmagiddon. En wie de wederkomst van de messias verwacht, kijkt niet op een kruisraketje. EEN ANDER VOORDEEL van deze internationale strategie van de spanning is de kunstmatig opgevoerde verkoop van wapens aan Amerikaanse bondgenoten. In de eerste jaren na de Golfoorlog was Saoedi-Arabië de grootste afnemer van Amerikaanse wapens ter wereld, voor een totaal van meer dan 50 miljard dollar. Deze aankopen kon het sjeikdom financieren uit de extra opbrengst van zijn olie. Het internationale embargo tegen Irak (na Saoedi-Arabië de grootste olieproducent in de Golf) veroorzaakte namelijk een prijsstijging die de Saoedi’s naar schatting honderd miljoen dollar extra opleverde. Meer in het algemeen blijken 'bandietstaten’ zoals Irak een lucratieve vervanging voor de vroegere Sovjet-dreiging te zijn. Alleen al de veronderstelde dreiging die uitgaat van Noord-Korea rechtvaardigt de handhaving van honderdduizend Amerikaanse soldaten in Oost-Azië en navenante wapenverkopen aan de bondgenoten in de regio. Nog een paar flaters zoals Desert Fox en het is voor de Amerikaanse wapenindustrie weer business as usual.