Gluidspoëzie

Een collectief van niet minder dan tien Rotterdamse componisten heeft muziek gemaakt bij de legendarische film De man met de camera van de Pools-Russische regisseur Dziga Vertov. Afgelopen weekend klonk in het Nederlands Filmmuseum in Amsterdam het resultaat. De muzikale delen vloeien zo in elkaar over dat het onmogelijk is uit te maken wie welke muziek heeft geschreven. Maar dat is volkomen irrelevant. Feit is dat deze toch al verbijsterend virtuoze film nieuw leven wordt ingeblazen.

Wie de videoclips op MTV te hectisch vindt, zou eens moeten zien wat Vertov al in 1929 presteerde. In De man met de camera onderzoekt hij alle hoeken van de montagekamer: van beeldcollages, beeld in tweeën gedeeld, vertraging (uitmondend in een reeks stills), versnelling, tot aan zo'n razendsnelle opeenvolging van beeldjes dat haast een stroboscopisch effect ontstaat.
De poëzie van het dagelijks leven is het onderwerp van Vertov. Hij registreert hoe een vrouw zich aankleedt, hoe de straat ’s(ochtends vroeg wordt schoongespoten, kortom hoe de stad tot leven komt. Hij neemt een kijkje in naaiateliers, in fabrieken, in een verloskamer, bij een bruiloft, in een plezierrijtuigje en op straat, waar trams, voetgangers en auto’s in een gecompliceerde choreografie verwikkeld zijn.
Dit alles zien we via een man met een camera. Deze cameraman, die dus blijkbaar op zijn beurt wordt gevolgd door een tweede cameraploeg, is voortdurend in actie. Hij graaft een gat onder de treinrails om een spannende camerapositie te creëren. Hij hangt veel te ver uit het autoportier om een plezierritje vast te leggen. Hij is erbij als een pasgeboren baby door de vroedvrouw wordt schoongewassen. In de loop van de film groeit deze cameraman uit tot een ware held die met gevaar voor eigen leven zijn materiaal schiet. Gewapend met tassen en statief beklimt hij een tientallen meters hoge fabriekspijp. Gevaarlijk bungelend in een hoogwerker hangt hij boven een waterval. Hij daalt af in de onmenselijke krochten van een mijnschacht. Onvermoeibaar stapt hij rond. Filmen is zijn lust en zijn leven. Meest ontroerend aan dit beeld van de filmende cameraman is het letterlijke ‘draaien’. Met een klein hendeltje, dat razendsnel rondgedraaid moet worden, wordt de film door het toestel getransporteerd. Dit draaien is zo'n karakteristiek gebaar dat een vrouw die gefilmd wordt hem vrolijk imiteert.
De man met de camera is iemand die niet alleen registreert, maar ook luistert. Althans, zo blijkt uit pas ontdekte aantekeningen van Vertov over de rol van geluid. Net als in beeld blijkt hij ook in muziek een voorkeur te hebben voor muziek uit het dagelijks leven: straatmuziek, cafémuziek, feestmuziek enzovoorts. De musici van het Rotterdams Muzikanten Platform hebben zich hier keurig aan gehouden. De score is een mengeling van geluidseffecten, musique concrète, jazz en vrolijke hoempapa. Over het algemeen volgt de muziek trouw de gebeurtenissen op het filmdoek. Soms wordt een contrapunt neergezet. Zo is er aan het eind een voetbalscène waarbij een merkwaardige, slepende muziek wordt gespeeld die uitgesproken vervreemdend werkt.
Zeer doeltreffend is de Geräuschemacher in het orkest, die met de meest bizarre voorwerpen (heggeschaar, stofzuigerslang, keukentrechter en een voorraadje samples) allerlei concrete geluiden imiteert. Maar met name de duizelingwekkende beeldmontages van Vertov smeken om een snelle, opzwepende muziek. De intensiteit die de live muziek en de scherpe zwart-witbeelden dan veroorzaken, wordt door geen enkele videoclip geëvenaard.