Glunderend en blunderend

Te midden van de huidige Duitse misère lijkt de positie van Helmut Kohl onhoudbaar te worden. Vindt hij ook zelf. Maar koket als altijd lijkt hij zich nog één keer te laten vermurwen. Waarom ook niet? Een sociaal-democratisch alternatief is immers afwezig
HELMUT KOHL is de beroerdste niet. Toen hij afgelopen donderdag 67 werd, trakteerde hij heel Duitsland op een cadeautje: zichzelf. Hij kondigde aan dat hij volgend jaar nog éénmaal de CDU zal aanvoeren in de algemene verkiezingen, ‘mits mijn partij en mijn politieke vrienden het willen’. Uiteraard willen die dat: ze dringen al maanden aan op een verlenging van zijn politiek leiderschap, zelfs als hij de volgende ambtsperiode niet zou volmaken.

De uitslaande paniek in de christelijk-liberale regering is daar niet vreemd aan. De coalitie staat voor een zelfgeschapen dilemma waar ze met geen mogelijkheid uitkomt: terwijl Duitsland alle zeilen moet bijzetten om te voldoen aan de bezuinigingseisen voor deelname aan de Emu, komt een groeiend deel van de bevolking in opstand tegen verdere bezuinigingen. En dat terwijl de verkiezingen voor de deur staan. Het is, in managersjargon gesproken, een no win-situatie. Kohls mogelijke opvolgers laten deze beker graag aan zich voorbijgaan en bidden in stilte dat de kanselier de onderhandelingen over de Emu succesvol kan afronden èn de CDU zonder grote schade door de verkiezingen kan loodsen.
Het zou een sterk staaltje zijn, want dankzij Kohls beleid maakt de Duitse samenleving haar zwaarste sociale beproeving sinds 1945 door. Aan de macro-economische cijfers is dat niet af te lezen. De inflatie bedraagt anderhalf procent, Duitse bedrijven verdienen en investeren als nooit tevoren en de geraamde economische groei voor dit jaar is twee procent. Maar net als in de meeste landen waar de neoliberale catechismus wordt geëerbiedigd - en in de CDU staat hij tegenwoordig in hoger aanzien dan de katholieke - wordt de maatschappij ontwricht door de ongelijke verdeling van de kersverse welvaart. Het aantal werklozen is gestegen naar 6,5 miljoen, oftewel twaalf procent van de volwassen beroepsbevolking. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt heerst de inmiddels in heel Europa vertrouwde wanhoop. Geschoolde werknemers worden verplicht om baantjes als schoonmaker, hamburgerverkoper of bediende aan te nemen, huisvrouwen moeten bijverdienen als dienstmeisje of krantenbezorgster. De Zwei-Drittel-Gesellschaft, waarin de relatieve welstand van tweederde van de bevolking wordt gekocht met de armoede en sociale uitsluiting van de rest, nadert met rasse schreden.
De gezondheidszorg en sociale voorzieningen zijn door de jarenlange bezuinigingen uitgehold; onzekerheid, stress en premieverhogingen eisen hun tol onder de werkenden. De slachtoffers kunnen zich nauwelijks meer verweren. De middelen zijn hun ontnomen door dezelfde wereldmarkt die hun zekerheid en zelfrespect aantast. Het traditionele overleg tussen vakbonden, werkgevers en overheid - de spil van het veelgeroemde ‘Rijnlandse model’ - functioneert niet meer. Het bedrijfsleven heeft nieuwe financiële horizonten ontdekt. Ministers worden op werkgeversbijeenkomsten tegenwoordig genegeerd of voor gek gezet.
Milieuminister Angela Merkel werd op een seminar zelfs onderworpen aan een waar kruisverhoor. De aanwezige managers eisten op hoge toon dat ze haar nationale plan voor afvalverwerking opschortte. Zoniet, dan zou men de produktie verhuizen naar minder veeleisende landen. En dat is geen loos dreigement. Duitse bedrijven saneren tegenwoordig naar Amerikaans voorbeeld hun personeelsbestanden, nemen vaker deeltijdwerkers aan en ontlopen massaal de fiscus. De investeringen verdwijnen over de grens, vooral naar de lage-lonenlanden van Oost-Europa. Sinds 1991 is een derde van de banen in de werktuigbouw en textiel verloren gegaan, een kwart van de banen in de autoindustrie en de helft van de banen in de staalindustrie. Vorig jaar registreerde het Duitse bureau voor statistiek voor het eerst een nettoverlies van vierhonderdduizend banen.
DE GROEIENDE onvrede werd de afgelopen maanden zichtbaar toen de bouwvakkers, mijnwerkers en staalarbeiders de straat op gingen. De voorgenomen mijnsluitingen werden zodoende verijdeld, maar de regering stelt onverminderd loonsverlaging, deregulering, belastingverlaging, privatisering van nutsbedrijven, invoering van 'wegwerpbanen’ en kortingen op de gezondheidszorg en pensioenen in het vooruitzicht. Het devies luidt: aanpassing en nog eens aanpassing aan de eisen van de wereldwijde concurrentie. Als gevolg van de Europese gelijkschakeling beschikken de politici in Bonn, net als hun collega’s in Parijs of Den Haag, niet over een alternatief en de kiezer weet dat. 'Welke partij kan het best de werkloosheid bestrijden?’ vroegen opiniepeilers vorig jaar in opdracht van het weekblad Die Zeit. De christen-democraten, antwoordde vijftien procent. De socialisten, aldus veertien procent. Weet niet, zei zeventien procent. Maar liefst vijftig procent antwoordde: geen van de partijen.
Hoeveel aantrekkingskracht kan Kohl onder deze omstandigheden nog op de kiezer uitoefenen? Hij heeft, om te beginnen, nog altijd iets vertederends. De oer-Rijnlander Kohl - apolitiek, goedlachs en verslingerd aan varkenspens met gebakken aardappeltjes - noemde zichzelf ooit de 'dorpsgek’ van de Duitse politiek. Op een originele gedachte is hij nimmer betrapt, hij begaat de ene hartverscheurende stommiteit na de andere en is in de loop van zijn carrière zelfs door medestanders uitgemaakt voor 'brekebeen’, 'Pannen-Kanzler’ en 'leeghoofd’. Maar macht verleent majesteit, zoals Bertrand Russell in één van zijn sociologische analysen schrijft. Kohl is een politiek leider die zijn aanzien dankt aan zijn voortdurende aanwezigheid in het centrum van de macht, zonder dat iemand weet waaraan hij die macht te danken heeft. Toen hij in 1982 Helmut Schmidt afloste als kanselier, nam hij in alle opzichten diens beleid over, tot en met diens voordien verketterde Ostpolitik.
KOHLS STERKSTE wapen is de goedbedoelde leugen, zoals hij bewees tijdens de Duitse hereniging. De 'kanselier van alle Duitsers’ trok zich niets aan van alle gefundeerde bezwaren tegen onmiddellijke eenwording. Hij stelde glashard dat de integratie van de voormalige DDR geen bijzondere offers vergde en dat de oostelijke deelstaten op slag zouden veranderen in 'bloeiende landschappen’. Vervolgens verdedigde hij de astronomische begrotingstekorten en onvermijdelijke belastingverhogingen met een onverzettelijkheid alsof hij niet anders had verwacht. Op zulke momenten is hij op zijn best.
Kohls kracht is ook gelegen in de aard van zijn partij. De CDU is een authentieke middenpartij die altijd met volstrekt opportunisme de staatskas heeft geplunderd ten behoeve van haar cliënten: de grootindustrie, de middenstand, de katholieke arbeidersbeweging, boeren en ambtenaren. De partij fungeerde onder Konrad 'Keine Experimente’ Adenauer zelfs louter als kiesvereniging; politieke meningsverschillen werden binnenskamers afgehandeld. Alleen in de oppositie, gedurende de jaren zeventig, ontwikkelde zij zich kortstondig tot een echte politieke beweging. Toen de partij opnieuw aan de macht kwam, was het gedaan met de bevlogenheid. De CDU werd weer de 'Kanzlerwahlverein’ van weleer, met Helmut Kohl als glunderend en blunderend middelpunt. Maar ook in de CDU zijn de bindmiddelen van weleer - subsidies, protectie, corporatieve solidariteit en niet te vergeten de godsdienst - langzamerhand uitgeput. Het geld is op, de standsorganisaties lopen leeg en de kerk is verwikkeld in maatschappelijke achterhoedegevechten.
Als Kohl het ditmaal redt, komt dat ongetwijfeld door het volslagen gebrek aan visie bij zijn voornaamste tegenstander, de SPD. De socialisten hebben zich na vijftien jaar vruchteloze oppositie vrijwel geïdentificeerd met de tegenstander. De SPD-leider bij de vorige verkiezingen, Rudolf Scharping, kreeg al de bijnaam 'Rot-Kohl’. Zijn opvolger - of het nu Oskar Lafontaine of Gerhard Schröder wordt - zal evenmin aan dat odium ontsnappen. De plannen van de SPD voor het scheppen van werk, voor het veiligstellen van de gezondheidszorg en voor de broodnodige belasting- en pensioenhervorming verschillen nauwelijks van die van de regering.
Hoezeer de socialisten van hun achterban zijn vervreemd, bleek tijdens de demonstraties van de laatste maanden. De SPD leek zich voor het eerst in lange tijd te herinneren dat er nog een arbeidersbeweging in Duitsland bestond. 'Ze hebben weer vertrouwen in ons!’ kirde SPD-afgevaardigde Heidemarie Wieczorek toen de demonstranten haar een braadworstje toestopten. Een socialistenhand is tegenwoordig gauw gevuld.