Hoe verder met de gaswet?

Go nuts

Volgende week wordt in de Tweede Kamer over de Gaswet gestemd. PvdA en CDA gooiden hun bezwaren tegen vergaande privatisering overboord. Voor de lage overheden valt veel geld te verdienen. GroenLinks en SP hopen op een wonder.

‘WE HEBBEN DE laagste gasprijzen van heel Europa, we hebben honderd procent leveringszekerheid, de beste calorische waarde. Er is geen enkele reden om dit soort stappen te ondernemen. Niemand begrijpt waarom dit nodig is. Het is puur ideologie. Opnieuw wordt een deel van de nutsbedrijven in handen van de overheid ontmanteld. Bijna blind worden nu weer de gasbedrijven overgeheveld naar de markt. Probeer je deze discussie eens tien jaar geleden voor te stellen. Als je dit soort zaken zou opperen werd je meteen naar het Riagg gestuurd. Nu haalt iedereen de schouders op.’


Jan Marijnissen, fractievoorzitter van de Socialistische Partij, vraagt zich in gemoede af wie hier nu eigenlijk gek is: hij of zij. Die ‘zij’ zijn de pleitbezorgers van liberalisering en privatisering, de parlementariërs die minder overheid willen en meer markt. Dat leidt tot scherpere prijzen, een grotere efficiency en betere dienstverlening, zo is de verwachting.

Afgelopen week vond in de Tweede Kamer het debat plaats over de Gaswet. Er tekende zich, hoewel dat er tot voor kort anders uitzag, een brede meerderheid af die de wet steunde. Bij GroenLinks, de SP en de kleine christelijke partijen was de verontwaardiging groot toen duidelijk werd dat CDA en PvdA, die aanvankelijk grote bedenkingen hadden bij alwéér een ‘vermarkting’ van een cruciale overheidssector, op de tweede dag van het debat als een blad aan een boom omsloegen. Het CDA nam genoegen met het inbouwen van beschermende maatregelen voor de glastuinders, onder wie veel CDA-stemmers. De PvdA trok twee cruciale amendementen in. De verblufte minister van Economische Zaken, Annemarie Jorritsma, kreeg alles waar ze om had gevraagd. De gasmarkt wordt versneld en in fasen volledig geliberaliseerd. Eerder dit jaar al konden grootverbruikers zelf gaan bepalen bij welk bedrijf ze hun gas kopen, in 2002 is het de beurt aan de kleine industriële gebruikers en in 2004 volgen ten slotte de huishoudens.


GroenLinks-parlementariër Marijke Vos: ‘Jorritsma krijgt meer dan de Europese Unie voorschrijft. Er is weliswaar op de recente top in Lissabon de intentie uitgesproken om de liberalisering versneld door te voeren, maar vooralsnog stelt de EU dat pas in 2007 eenderde van de gasmarkt moet zijn vrijgegeven. Daar voldoet Nederland nu al aan. Je vraagt je af waarom het nodig is er nog een schep bovenop te doen.’



SAMEN MET DE reeds in 1998 aangenomen Elektriciteitswet regelt de Gaswet de door Europese regelgeving voorgeschreven liberalisering van de energiemarkt in Nederland. De markt wordt opengesteld voor concurrentie. Waar de overheid voorheen monopolist was, komen de handel en de levering van energie (elektriciteit en gas) nu in handen van commerciële bedrijven. In Nederland gaat de liberalisering gepaard met een ongekende privatiseringsgolf: de energiebedrijven zijn door verzelfstandiging al verder van de overheid af komen te staan en kunnen tegenwoordig worden gekocht door binnen- en buitenlandse commerciëlen.


Privatisering en liberalisering vinden ook plaats in zo’n beetje alle andere nutssectoren: de sociale zekerheid is van overheidswege ontmanteld en deels uitbesteed; het busvervoer is geliberaliseerd en geprivatiseerd; de NS zijn los komen te staan van de overheid en het spoor staat open voor concurrentie; hetzelfde geldt voor KPN en de telecommunicatiemarkt, alsmede voor het loodswezen, de posterijen en de kabelbedrijven. Vooral op die laatste is een ware rush aan de gang. Niet alleen door Nederlandse bedrijven. Het Amerikaanse UPC en France Télécom zijn druk bezig hun bruggenhoofden op Nederlandse bodem uit te breiden. Een slimme zet, want in de toekomst zal de kabel dienen als hét netwerk voor het verstrekken van internet- en telefooncommunicatie.


Met de aanstaande aanname van de Gaswet wordt de kroon gezet op het vrijgeven van de voor de Nederlandse economie zo cruciale energiesector. Privatisering van de waterbedrijven is voorlopig niet aan de orde, al twijfelt niemand eraan dat het er met de vooralsnog stevig voortrazende liberale storm spoedig van zal komen. Dat moet dan wel over het lijk van PvdA-minister Jan Pronk, die vorig jaar liet weten dat hij in de nog te behandelen Waterleidingwet zou laten opnemen dat regionale waterbedrijven slechts mochten worden overgenomen door bedrijven wier aandelen in handen zijn van de overheid.


Niet alleen Pronk gaf aan dat hij vond dat het marktdenken de spuigaten uitliep. Ook CDA-fractieleider De Hoop Scheffer meende dat het wel wat minder mocht. Op de voet gevolgd door zijn PvdA-collega Melkert, die aangaf dat het afstoten van ‘vitale publieke taken’ wat hem betreft alleen nog mogelijk was onder de voorwaarde ‘Nee, tenzij’.


Beiden hadden de perikelen die ontstaan waren na het in werking treden van de Elektriciteitswet nog vers in het geheugen. Energiebedrijven gingen megafusies aan en raakten onderling in conflict over stroomprijzen. Zoals te voorzien was, stortten buitenlandse bedrijven zich op de geliberaliseerde markt en slokten voormalige nutsbedrijven op. De energiebedrijven ontwikkelden zich in hoog tempo tot ‘multinutsbedrijven’, regionale reuzen die niet alleen elektriciteit maar ook gas, kabel, water en telefonie begonnen te leveren. Tot overmaat van ramp begonnen de energiebedrijven bovendien haast onmiddellijk te stunten met hun stroomprijzen om maar zo veel mogelijk grote bedrijven als klant aan zich te binden. De industriële tarieven kwamen ver uit onder de kostprijs. Op korte termijn is er maar één manier om zo’n verlies goed te maken: het verhogen van de stroomprijs voor de gewone consument.


De frontmannen van PvdA en CDA werden al snel gesteund door een grote meerderheid van de Eerste Kamer — waaronder zelfs D66 — die half november vorig jaar aangaf uitgekeken te zijn op marktwerking. De CDA-fractie repte zelfs, wijzend op geprivatiseerde bedrijven, van ‘broedplaatsen van niet-integer gedrag’. Premier Kok kon weinig anders dan verzuchten dat een ‘reflectie op het nut van privatisering’ geen kwaad kon.


Maar waarom gingen PvdA en CDA afgelopen week dan tóch akkoord met de Gaswet?



SINDS 1962 HEEFT de Gasunie in Nederland een sleutelrol bij inkoop, transport en verkoop van gas. De unie levert aan regionale gasbedrijven die het gas tot aan de voordeur brengen.


Doorgaans zijn die gasdistributiebedrijven onderdeel van de uitdijende energiebedrijven, die op hun beurt weer in handen zijn van de lagere overheden. Er bestaat een scheiding tussen de vier productiebedrijven die in Nederland stroom maken, en de (verscheidene) distributiebedrijven die de opgewekte stroom over de netten verspreiden naar huizen, kantoren en fabrieken. Van de vier productiebedrijven is er momenteel één (UNA) in handen van Reliant (‘Betrouwbaar’), een omstreden Texaanse firma die twee jaar geleden nog Houston Industries heette, maar haar naam wijzigde nadat ze in opspraak was geraakt wegens wanprestaties jegens haar klanten en het milieu. Daarnaast werd het distributiebedrijf EZH overgenomen door het Duitse Preussen Elektra, een dochter van Veba dat ook eigenaar is van het beruchte chemieconcern Degussa, dat tijdens de oorlog van joden geroofd goud tegen zachte prijzen opkocht en verwerkte.


Dergelijke overnamen leveren de lagere overheden die eigenaar zijn van de energiebedrijven eenmalig een enorme smak geld op. Preussen Elektra telde voor EZH 2,35 miljard gulden neer, te verdelen over de gemeenten Rotterdam, Dordrecht, Den Haag, Delft en Leiden. Reliant betaalde voor het energiebedrijf UNA 4,5 miljard dat vloeide naar de provincies Utrecht en Noord-Holland, en de Belgische energiereus Electrabel stortte 4,8 miljard in de kas van het nutsbedrijf Nuon, onder meer eigendom van de gemeente Friesland, voor de overname van Nuons stroomproductiebedrijf Epon. Dergelijke bedragen maken de lagere overheden tamelijk allergisch voor allerhande regulering vanuit Den Haag die de prijs van hun bezit doet dalen. Dat heeft, naar het zich laat aanzien, het terughoudende marktwerkingsbeleid van het CDA en de PvdA in de Kamer de nek omgedraaid.


Op de eerste dag van het debat over de Gaswet diende PvdA-kamerlid Tineke Witteveen een aantal pittige wetswijzigingen in. Vooral haar voorstellen om in de wet een verbod op te nemen van de verkoop van regionale gasbedrijven en om de door minister Jorritsma zo hartstochtelijk bepleite versnelde liberalisering een halt toe te roepen, vielen zowel bij de minister als bij de eigenaars van de energieconglomeraten in stad en provincie — onder wie menig partijgenoot — verkeerd. Witteveen verdedigde die eerste dag haar amendementen nog vol vuur. Maar op de tweede, beslissende dag van het debat trok ze ze terug.


Witteveen deed haar wijzigingsvoorstellen omdat ze er niet veel vertrouwen in heeft dat er tijdig voldoende concurrentie komt op de regionale gasmarkt. Daardoor dreigt er gevaar van monopolievorming. Net als bij de liberalisering van de telecommunicatie, de kabel- en de elektriciteitsmarkt is op de gasmarkt cruciaal wie het net beheert — de zendmasten, kabels, hoogspanningslijnen of pijpleidingen die het te leveren product vervoeren. Wie het net in handen heeft, heeft een monopoliepositie en kan die — bij het ontbreken van toezicht — naar hartelust misbruiken om concurrenten het leven zuur te maken. De gasbedrijven hebben alle een stukje van het gasnet. Door de bedrijven in overheidshanden te houden — door middel van een verbod op de verkoop — zou de overheid de toegang tot het net kunnen controleren en reguleren.


Witteveen is diep teleurgesteld: ‘Ik kreeg heel veel negatieve reacties op het voorgestelde verbod tot verkoop. Niet alleen van de minister, maar vooral van de mede-overheden. Ik heb van ze begrepen dat het traject van liberalisering al zover heen is dat ze, zodra het groene licht gegeven is, tot verkoop kunnen overgaan of naar de beurs kunnen. Als je de netten uit de energiebedrijven haalt — en dat was mijn bedoeling — lopen de provincies en gemeenten heel veel geld mis. Dat kan oplopen tot één à twee miljard per provincie.’ Witteveen koos ervoor het amendement terug te trekken. Bovendien zou het sowieso niet worden aangenomen: steun van het CDA — dat ook aardig wat gedeputeerden en gemeenteraadsleden in den lande heeft — zat er niet in. Het amendement dat een rem zette op het tempo van de liberalisering handhaafde ze in afgezwakte vorm. In 2003 wordt na een evaluatie in de Kamer besloten of de versnelling alsnog doorgezet moet worden. Al heeft ze op alle fronten moeten capituleren, helemaal opgegeven heeft ze nog niet: ‘We komen hier nog over te spreken.’



VOLGENS JULES Theeuwes, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en Annelies Huygen, als rechtseconoom verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, dreigt de politiek met de verkoop van het gasleidingnet een fout te maken die de consument nog duur kan komen te staan. Daags na het sneuvelen van Witteveens amendement op de verkoop van gasbedrijven schreven ze een artikel in de Volkskrant waarin ze betogen dat ‘de zilvervloot lonkt’ voor de energiebedrijven, maar niet voor de kleine consument.


Theeuwes: ‘In de Gaswet is het toezicht op de beheerders van de gasleidingen minimaal. En dat terwijl jarenlange ervaring in landen waar concurrentie eerder werd ingevoerd, zoals de VS en Engeland, heeft uitgewezen dat strenge overheidscontrole op het leidingbeheer van het grootste belang is. Waarom geven we ze niet in concessie? Wie van het beheer een potje maakt, krijgt geen nieuwe vergunning. Zo houd je greep op de zaak.’


Huygen: ‘Met verkoop van de leidingen geef je iemand een monopolie in eigendom en dat is uiterst onverstandig. Eigendom is vrijwel onaantastbaar. Het is net als alle wegen van Amsterdam aan de taxichauffeurs verkopen. Probeer ze dan nog maar eens voor te schrijven waaraan ze zich moeten houden. Als je alles hebt verkocht, ben ik bang dat er uiteindelijk simpelweg wordt gezegd: het spijt ons, maar dat leidingnet is ons eigendom. Je mag juridisch gezien als regulator helemaal niet zeggen wat ze ermee moeten doen. Voor je het weet staan ze voor je neus met een leger advocaten.’


Huygen: ‘Door de liberalisering is er een enorme druk ontstaan om snel te privatiseren. Maar er is nauwelijks een discussie geweest over de voorwaarden waaronder geprivatiseerd mag worden. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de overheid greep houdt op de situatie? Wat doen we als de nieuwe neteigenaar zijn plichten verzaakt? Wat is de beste juridische vormgeving bij privatisering? We gooien alles meteen de markt op en denken: we zien wel. Zo is het bij de kabel ook gegaan. Als het eigendom eenmaal is overgedragen, zijn de kansen om het goed te reguleren grotendeels voorbij. Vooral omdat we hier het volledige eigendom overdragen terwijl men dat nergens ter wereld doet. Overal werkt men met vergunningen of concessies.’


Theeuwes: ‘Maar het is nog niet te laat. De overheid zou kunnen denken aan een aparte concessiewet. Dat kost wat tijd, maar alles is beter dan de netten eeuwigdurend te verkopen. Zeker als ook het systeem van toezicht niet goed geregeld is.’



DEZE WEEK KRIJGEN de parlementariërs nog de tijd om zich te bezinnen. Begin volgende week wordt definitief over de wet gestemd. Marijke Vos van GroenLinks en Jan Marijnissen hopen op een klein wonder: dat PvdA en CDA terugkeren op hun schreden. Alleen dan kan de wet worden tegengehouden. Maar er is haast. Veel Nederlandse gemeenten willen hun nutsbedrijven voor energie onderbrengen in een grotere onderneming, of zo snel mogelijk verkopen aan de meestbiedende. Ook als de koper een buitenlandse onderneming is en ondanks het feit dat minister Jorritsma dergelijke snelle privatisering ernstig heeft ontraden. In december trok de gemeente Haarlemmermeer zich hier al niets van aan en besloot ze het eigen gasdistributiebedrijf te verkopen aan het Duitse RWE. De gemeenten Eindhoven, Tiel en Zeist staan op het punt hetzelfde te doen met hun gasbedrijven: verkopen met leidingnet en al. Niet voor niets waarschuwde de Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan van de regering, vorige week voor het gevaar van ‘onbezonnen privatiseringen’.


Marijke Vos: ‘Op deze manier wordt de netstructuur een monopolie in private handen. Het moge duidelijk zijn dat we in het toezicht van de overheid geen vertrouwen stellen. Een wet als deze willen we niet. Het is zeer teleurstellend dat de PvdA haar voorstellen heeft ingetrokken en gezwicht is voor de mensen uit de lage overheden in haar achterban.’


Jan Marijnissen: ‘De reden dat de PvdA is omgegaan is natuurlijk buitengewoon oneigenlijk. Het gaat hier om een wet. Dan kun je niet omdat een paar PvdA-wethouders en gedeputeerden zitten te piepen zeggen: weet je wat, we verpatsen de boel gewoon want dan kunnen zij met dat geld weer leuk beleid maken in de provincies en de gemeenten. Het chronisch geldgebrek van de lagere overheden is een groot probleem. Maar op deze manier los je niets op. Wat ze verdienen uit de verkoop van nutsbedrijven is eenmalig geld. Je krijgt het één keer binnen, je geeft het één keer uit en dan ben je nat.’