Björn Andrésen tijdens de opnamen van Death in Venice in 1970 © Mario Tursi

Regisseur Luchino Visconti heeft geen idee van wie er schuchter zijn suite van Grand Hôtel Stockholm wordt binnengeduwd. Het is februari 1970, de eerste castingdag in Stockholm, en Björn Andrésen is jongen nummer vijf. Visconti is al vier jaar op zoek naar de perfecte Tadzio, een oneindige zoektocht door Hongarije, Polen, Finland en Rusland, omdat het immers een Slavische jongen moet zijn volgens Thomas Manns novelle Der Tod in Venedig.

De grote Italiaanse regisseur heeft al vijftienhonderd Slavische jongens gezien, maar Tadzio zat er niet bij. En dus is hij naar Zweden gekomen, het land van de blonde, blanke rassen, waar de door Thomas Mann nauwkeurig omschreven ‘volmaakte schoonheid’ van Tadzio zich toch ergens schuil moet houden. Bij de aarzelende entree van Björn Andrésen schiet Visconti meteen recht overeind in zijn stoel. Het is hem. ‘Een langharige jongen van misschien veertien. Met verbazing zag Aschenbach dat de jongen volmaakt schoon was. Zijn gezicht, bleek en bevallig ingetogen, door honingkleurig haar omkruld, met de recht aflopende neus, de lieflijke mond, de uitdrukking van bekoorlijke en goddelijke ernst, deed denken aan Griekse beelden…’ (Thomas Mann, Der Tod in Venedig, 1912).

‘Hij is erg mooi’, zegt Visconti met toegeknepen ogen en een lurk aan zijn sigaret, ‘laat hem eens een rondje lopen.’ Björn Andrésen voldoet aarzelend aan het verzoek, dat in het Zweeds wordt vertaald. ‘Hij is wel lang, en ook wel al oud, vijftien’, zegt Visconti, alsof er nog twijfel is, ‘laat hem zijn trui eens uitdoen.’ Björn Andrésen denkt dat hij het verkeerd verstaat – wát? mijn trui uitdoen? – ‘Laat hem eens lachen.’ Hij glimlacht, een schitterende ingetogen lach beginnend bij de ogen, onweerstaanbaar. ‘Laat hem eens alles uitdoen behalve zijn onderbroek.’ En daar staat hij, de verlegen vijftienjarige Zweedse jongen, in alleen nog een boxershortje tegen een muur, inderdaad een Grieks beeld, absolute perfectie. Hij kijkt onwillig in de camera, wat hem nog spannender maakt. Dat moment is het affiche geworden van The Most Beautiful Boy in the World, een Zweedse docufilm over het leven van Björn Andrésen voor, tijdens en vooral na Visconti’s wereldberoemde film Death in Venice uit 1971. ‘Omdat je kunt zien dat hij kwaad is op dat moment. Hij wil dit niet’, zegt Kristina Lindström, co-regisseuze van de film die vijf jaar draaien en een jaar montage heeft gekost.

Björn Andrésen in de thermische baden van Boedapest. Hongarije 2018 © Mantaray Film

De titel is geënt op de uitspraak van Visconti bij de wereldpremière in het West End Theatre in Londen op 1 maart 1971. Koningin Elizabeth en haar zuster Anne stappen uit een zwarte slee, Visconti en Dirk Bogarde verwelkomen ze op de rode loper, ergens achteraf staat ook Björn. Voor het afgeladen filmtheater noemt Visconti hem ‘the most beautiful boy in the world’, en die loodzware titel zal hij zijn hele leven met zich mee moeten slepen. Maar twee maanden later in Cannes, waar de film opnieuw wordt gepresenteerd voor de hele wereld, lijkt Visconti’s enthousiasme al bekoeld. Björn is inmiddels zestien, langer geworden, en zijn blonde haardos is een beetje uit zijn krachten gegroeid en hangt ongecoiffeerd tot op de schouders van zijn fluwelen confectiejasje. Graaf Luchino Visconti di Modrone begroet hem zuinigjes met een handdruk bij de ingang van Palais des Festivals en je ziet aan de blik die hij op hem werpt dat hij niet tevreden is over de stiling. Stiling is alles voor Visconti.

Bij de persconferentie na afloop van de vertoning van Death in Venice zit Björn verlegen aan de tafel tussen de grote Visconti (64) en de grote Bogarde (50). Een Franse journalist vraagt: ‘Over de schitterende prestatie van Dirk Bogarde in deze film hoeven we het niet te hebben, want die verbaast niet. Maar Björn Andrésen, wie is hij?’ En nog voor de vraag voor hem vertaald kan worden, neemt Visconti het over: ‘Als het mag, zal ik zijn verhaal vertellen, want Björns Frans is niet zo goed.’ Volgt in vloeiend Frans het glorieuze verhaal van de casting in Stockholm, Björn die de suite binnenkomt, Visconti die meteen weet dat hij het is, geen moment van twijfel, ‘Tadzio trouvé’. ‘Maar hij was toen nog mooier dan nu, want hij is ouder geworden’, vervolgt Visconti. ‘Hij is nu een beetje te lang, zijn haar is te lang, hij weet het zelf niet, maar hij is veranderd’, met een keurende blik op Björn, die het niet kan verstaan. ‘Wellicht dat hij ooit een mooie man zal worden, maar voorlopig… bon. Zestien is een lastige leeftijd.’ En het ironische schuine lachje erbij zegt alles, de perszaal schiet in de lach. Op verdere beelden van de presentatie in Cannes zie je de in smoking gehesen puber Björn gespannen meelopen in de koptroep, naar adem happend, zijn best doend om in de buurt van Visconti te blijven, die steeds een nog belangrijker iemand moet begroeten. Het was de 25ste editie van het festival, Visconti kreeg de speciale jubileumprijs van Cannes voor Death in Venice en zijn hele oeuvre, met meesterwerken als Rocco e suo ifratelli(1960) en Il gattopardo(1963).

Bjorn Andresen en Visconti tijdens de strandopnames van Death in Venice © Mario Tursi
‘Ziet u dit profiel?’ zegt Visconti. ‘Ziet u die grijze ogen? Precies zoals meneer Mann schreef’

‘Ik was behoorlijk geschokt’, klinkt de stem van de inmiddels 65-jarige Björn in overvoice bij de beelden. ‘Cannes was een levende nachtmerrie. Het was of er de hele tijd zwermen vleermuizen om mijn hoofd fladderden. Na de première gingen we naar een nachtclub, Luchino was er ook bij. Ik was nog nooit in een nachtclub geweest, laat staan een gay-club. Wat ik me herinner… roodfluwelen muren, gretige blikken, natte lippen, rollende tongen, het leek alsof ze me in hun hoofd al aan het pijpen waren. Dus ik dronk, bleef maar drinken, om het te verdringen.’

En dat is hij de rest van zijn leven blijven doen, begrijp je uit The Most Beautiful Boy in the World, die zijn onverdraaglijk mooie kindergezicht heeft verstopt in een zwerverslook waarvan Luchino Visconti waarschijnlijk over zijn nek zou gaan. Visconti heeft maar een deel van de schuld, want als je het levensverhaal van Björn Andrésen meebeleeft zoals het subtiel, bij stukjes en beetjes, in de film wordt ontrold, snap je dat er nog andere redenen zijn. Maar toch, zijn zusje Annike, die net als Björn in 1955 werd geboren, maar van een andere vader, is er op een of andere manier wel als een heel mens uitgekomen. ‘Als we Annike niet hadden gehad, konden we deze film niet maken’, aldus regisseur Kristina Lindström, die de film samen met regisseur Kristian Petri heeft bedacht en gemaakt. ‘Zij had het ongelooflijke archief van filmpjes en geluidsopnamen uit hun jeugd, het begin, met het stemmetje van Björn als kind, de stem van zijn moeder, dat komt allemaal van haar.’

Wat vooral ontroert op de flarden 8mm-filmpjes waarin de moeder loopt, lacht, beweegt, met baby Björn op schoot zit, is de verpletterende gelijkenis tussen moeder en zoon. Het is háár lach, de lach die Von Aschenbach doet prevelen: ‘Du darfst so nicht lächeln! Höre, man darf so niemandem lächeln!’ (‘Je mag niet zo glimlachen! Luister, men mag tegen niemand zo glimlachen!’) voor hij voorgoed verloren neerstort op een bankje in het nachtelijke park van Hotel Des Bains. Die lach, die geeft de genadeklap. Vanaf die lach wordt Aschenbach een stalker van de ‘volmaakte schoonheid’ die hij nooit kan bereiken.

Hoe het in godsnaam mogelijk is dat er voor de documentaire gedraaid kon worden in het echte, al sinds 2010 gesloten en hoogst waarschijnlijk in malafide handen terechtgekomen Hotel Des Bains is een raadsel dat duidelijk een raadsel moet blijven. ‘Thanks to a friend’, zegt de maakster Lindström vaag, maar meer wil ze niet vertellen. Het is een belangrijke asset van de film, de 65-jarige Björn Andrésen die als een Catweazle door de spookgangen van het verlaten, afbrokkelende hotel loopt, op de rug gefilmd met zijn ellenlange grijze haren en een leren fladderjas. Prachtig gesneden met de beelden van Visconti die in 1970 in een toen ook al behoorlijk afgebladderd Des Bains de grote operatie om het terug te brengen naar zijn glorietijd van de Belle Époque met vaste meesterhand leidt. Geld speelde geen rol, want Visconti had altijd geld.

Bjorn en Luchino Visconti tijdens de opnames van Death in Venice © Mario Tursi

Onvergeeflijk van de communistische graaf en wereldberoemde regisseur Visconti is geweest dat hij vanaf zijn geprivilegieerde hoogte voor de jongen Björn Andrésen met een loodzware rugzak op zijn tengere schouders geen greintje belangstelling heeft gehad. Het ging alleen om zijn uiterlijk. ‘Ziet u dit profiel?’ zegt Visconti tegen een journalist op Piazza San Marco, terwijl hij Björns kin vastpakt en hem een kwartslag draait voor de camera. ‘Ziet u die grijze ogen? Precies zoals meneer Mann schreef.’

Uit de documentaire blijkt nog duidelijker dan uit het meesterwerk Death in Venice dat de jonge Björn behalve adembenemend mooi ook een groot acteertalent is. 25 keer opnieuw over een bruggetje in Venetië lopen, achter de Poolse gouvernante en zijn drie zusjes, van ’s ochtends vroeg tot het vallen van de schemer, wanneer de estheet Visconti eindelijk de juiste lichtinval heeft. Dirk Bogarde staat zijdelings van het bruggetje te loeren naar Tadzio, die even over zijn schouder moet kijken, net die ene blik, die hij 25 keer achter elkaar perfect moet herhalen, en dat doet hij vlekkeloos. In de documentaire zegt Björn Andrésen: ‘Visconti’s regie, als hij die al gaf, beperkte zich tot vier instructies: “Go, stop, draai je om en lach.”’ Van het zichzelf debunken heeft hij zijn levenswerk gemaakt, maar wij zien wat anders.

‘Björn is zeker een groot acteur’, zegt maakster Kristina Lindström. ‘Hij wilde geen acteur worden, want hij wilde muziek maken, waar hij ook een groot talent voor heeft. Maar hij werd in één keer toegelaten tot de Stockholm Academy of Dramatic Arts, en dat is heel uitzonderlijk. En hij was tijdens de lange draai-jaren van deze documentaire ook verbluffend. Altijd volmaakt zichzelf, met die wonderlijke rust voor de camera die haast niemand heeft.’

The Most Beautiful Boy in the World draait vanaf 9 december in de Nederlandse bioscopen