Blair als redder van Europa

Go Tony, go!

Een Britse premier begint als eurofiel en eindigt als euroscepticus. Zo ontwikkelde Thatcher zich tot een «Attila de Hen», veranderde Major van «Mr Nice Guy» in een spookrijder en heeft Tony Blair nu ook ontdekt dat hij in Europa geen vrienden maar slechts belangen heeft.

LONDEN – De eurofiel kijkt met weemoed terug naar het voorjaar van 1997. Tony Blair was nog niet gekozen of hij sprak in Noordwijk aan Zee reeds over het «Europa van de mensen». Waar John Major «het hart van Europa» wilde vormen, daar zag Blair een plekje vrij in «het midden». Blairs toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Robin Cook, zei zich te hebben voorgenomen zijn land te «bevrijden» van het naar binnen gekeerde chauvinisme en het te veranderen in een toonaangevend lid van de internationale gemeenschap. Collega Hans van Mierlo genoot van deze frisse Noordzeewind en de Italiaanse pers sprak over «Tony Blair Superstar». Een paar weken later zag de wereld Blair met zijn collega’s lachend de Amstel over fietsen. Euroscepsis was in zijn ogen een obsessie van trotskisten en thatcherianen.

Blair heeft echt geprobeerd om van Engelsen Europeanen te maken. Zo verblijdde hij zijn landgenoten met een typisch Europese deugd: het minimumloon. Binnen zijn partij vaardigde de socialist een oekaze uit tegen Tony Benn en diens eurosceptische makkers. Er mocht geen campagne worden gevoerd voor een referendum over de euro. Toetreding tot deze munt was het ideaal van Blair. Het gemopper van zijn penningmeester Gordon Brown, die meer respect voor democratische instellingen heeft dan zijn baas, kon hij toen nog negeren. Om de indruk te wekken dat het land achter hem stond, liet hij zichzelf in 1999 flankeren door eurofiele Tories tijdens een razzmatazz in een bioscoop om de hoek bij Waterloo Station. Om de Fransen niet onnodig te ontrieven, zou de Eurostar in de toekomst niet op dit station, maar op Stratford arriveren.

Tot zijn vreugde zag Blair dat zijn land het beste jongetje uit de Europese klas werd. De gevreesde Britse bureaucraten keken met ontzag naar hun Brusselse bazen en leerden snel bij. In geen land werden de richtlijnen zo goed opgevolgd als in het Verenigd Koninkrijk. Blairs enthousiasme werd echter amper ge deeld door de kiezers. Groenteboeren die een pound peren verkochten belandden voor de rechter, milieurichtlijnen zorgden voor ijskastbergen en de deurloze Routemaster- bussen verdwenen uit het Londense straatbeeld. De Britten zagen dat eeuwenoude counties concurrentie kregen van administratieve eenheden: Nomenclature Commune des Unités Territoriales Statistiques (afgekort: «Nuts»). Op dagen dat er geen nieuws over Oasis, het echtpaar Beckham of Kylie Minogue was, leefden de tabloids zich uit – «Got EU!» – op de geldverspilling van de amendemententijgers in Brussel, waar een crèche voor kinderen van eurocraten duurder bleek te zijn dan Eton en van waaruit maandelijks een «flying circus» van ambtenaren met al hun dossiers naar Straatsburg (en weer terug) bleek plaats te vinden.

Tijdens zijn premierschap ontdekte Blair dat de Europese politiek paaltjesvoetbal is waarbij de Fransen op een of andere manier altijd winnen. Irritaties stapelden zich op over biefstukoorlogen (BSE, mond- en klauwzeer), militaire interventies (Balkan, Irak) en Jacques Chirac, die Blairs vaderliefde op een gegeven moment inbracht tijdens een vergadering over Irak. «Hoe kun je Leo (Blairs jongste zoon – pvij) over twintig jaar onder ogen komen als je nu een oorlog veroorzaakt?» Tijdens een top in Griekenland besloot hij de laatste dag met zijn familie door te brengen in plaats met kibbelende collega’s. De grijnzende januskop tuurde steeds vaker over de Atlantische Oceaan.

Binnen zijn kabinet groeide de euroscepsis. Brown hield de toetreding van het pond tot de euro tegen en zijn laatste stukje fiducie in de Europese Centrale Bank verdween met de aanstelling van de fraudegevoelige Jean-Claude Trichet. Voor de zekerheid benoemde hij de eurohavik Mervyn King als zijn eigen bank president. Ex-minister voor Europese Zaken Denis MacShane liet zich over de eenheids munt ontvallen: «For f…s sake, the euro… This really drives me mad.» En de huidige minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw dacht met steeds meer genoegen terug aan de voorjaarsdagen van 1975, toen hij als assistent van Barbara Castle campagne voerde tegen de EEG.

Blair parkeerde zijn eurovriendelijke alter ego Peter Mandelson in een Brusselse vergaderbunker tussen andere champagnefederalisten en besloot een referendum te houden over de Europese grondwet. Ten eerste omdat dit plan de zegen zou hebben van The Sun, het vlaggenschip van euroscepticus Rupert Murdoch, en ten tweede om de Conservatieve Partij, waar eurofilie op uitsterven staat, een fijn verkiezingsonderwerp te ontnemen. Maar mo gelijk school er ook een inhoudelijk motief achter. Een van zijn adviseurs omschreef Valéry Giscard d’Estaing als een «clever bastard» en zijn eurofiele minister Peter Hain had bijkans een hartverzakking gekregen toen hij de eerste versie van de grondwet las. Het voorgevoel «Oh, s… This is difficult stuff» van co-auteur Lord Kerr of Kinlochard, ex-hoofd van het ministerie van Buitenlandse Zaken (de hogeschool van de Britse bureaucratie), bleek gerechtvaardigd.

Voor Blair was het een manier om zich te verschuilen achter de wil van het volk. Immers, met geen mogelijkheid zou hij een boek van Giscard d’Estaing aan het Britse publiek kunnen verkopen, laat staan een grondwet. Bovendien zat de stemming er reeds goed in. «Allez Giscard, Europe Is Not for Slaves», kopte The Times. Zelfs een meerderheid van de liberaal-democratische achterban, bestaande uit doorgewinterde federalisten, bleek tegen te zijn. Alleen binnen de juridische sector klonk enthousiasme. Niet vreemd. Amerikaanse juristen hadden immers drie rechtszaken per paragraaf voorspeld.

Er was dan ook weinig treurnis bij een vakantievierende Blair toen hij het Franse non en Nederlandse nee vernam. Back to basics, klonk het vanuit Toscane. Het oude adagium: «hoe meer politieke ideeën je hebt, hoe meer stemmen je verliest» bleek nog steeds te gelden. Hij pleitte voor meer economie en minder politiek, en met name minder «absurde» richtlijnen. Als de motieven van de tegenstemmers in Nederland en Frankrijk één ding duidelijk hebben gemaakt, is het wel dat alle politiek in de eerste plaats een lokale dan wel nationale aangelegenheid is. «There is no such thing as a European», zou Thatcher zeggen.

Indachtig het Chinese gezegde dat elke crisis ook een kans biedt, zal Blair zich als Europees voorzitter sterk maken voor een «British Europe» in plaats van een «Europe à la Française». Zoals William Pitt de Jongere ooit schreef: «England has saved herself by her exertions, and will, as I trust, save Europe by her example.»

Het perfide Albion? Dat slechts een vijfde van de Britten yes zou zeggen tegen de grondwet betekent geenszins dat ze Europa haten. Grote delen van Frankrijk, Spanje en Griekenland worden bevolkt door Britten. Andersom barst het in kosmopolitisch Londen van de Franse bistro’s, Italiaanse cafés en Duitse biertuinen. De voetbalcompetitie, het koningshuis en de zakenwereld zijn vreemdelingenlegioenen. Er heerst geen angst voor de Turkse kleermaker, zoals in Nederland, of de Poolse loodgieter, zoals in Frankrijk. De boeman is hier de Brusselse bureaucraat die bepaalt dat een werknemer niet meer dan veertig uur per week mag werken en die zelfs de ezels die in de badplaats Blackpool toeristen vervoeren recht wil geven op een «Franse» lunchpauze van minimaal een uur. Wat een meerderheid van de Britten lijkt te willen – en waar ze in 1975 voor stemden – is een Europees gemenebest.

Blair wil de Europese Unie niet zozeer redden als wel hervormen. Bij dit streven heeft hij een, op het eerste gezicht, florissante economie aan zijn zijde, en, niet onbelangrijk in zijn belevingswereld, ook de zegen van de halve City, waaronder topmannen van Reed Elsevier, ABN Amro en Marks & Spencer. Wat op de achtergrond meespeelt, is de nadelige invloed van de Europese landbouwpolitiek op Afrika, een continent waar hij in zijn hoedanigheid van missionaris de laatste tijd meer vertrouwen in lijkt te hebben dan in het oude Europa.

Steun voor Blairs project valt ook te verwachten uit de Verenigde Staten en de voormalige Oostbloklanden. Blair gaat zich de komende maanden opwerpen als kampioen van de vrije markt. Als de missie faalt, is er geen man overboord. «Business carried on as usual during the alterations on the map of Europe», stelde Winston Churchill, de peetvader van elke Britse premier, reeds in 1914.

De kans op mislukking is natuurlijk aanzienlijk. Terwijl de Britten kijken naar Oost-Europa, Amerika, India en Afrika, kijkt Frankrijk naar zichzelf. De zieke man van Europa lijdt onder meer aan verslaving aan landbouwsubsidies en reageert obstinaat op Britse medicamenten. Sterker, na de benoeming van Dominique de Villepin als premier van de republiek is een oude Britse krantenkop meer dan actueel: «Fog in Channel – Continent Cut Off». In Engeland heeft de aanstelling van een bewonderaar van Napoleon Bonaparte niet alleen geleid tot een hernieuwde belangstelling voor de klassieker Napoleon: voor en tegen in de Franse geschiedschrijving van de Nederlandse historicus Pieter Geyl, maar ook tot de plezierige constatering dat het nu eens Frankrijk is dat zoekt naar de verloren tijd.

De strijd tussen oud en nieuw Europa heeft nog een betekenis. Een federaal Europa doet in de ogen van veel Britten letterlijk denken aan een old boys network van jaren-vijftig-idealisten als Delors (in The Sun ooit aangeduid als Jacques the Ripper), Chirac, Giscard d’Estaing, Juncker, Schröder, Kohl, Heath, Heseltine en Hurd. Jan Peter Balkenende is weliswaar nog jong, maar dol op de spruitjesgeur in Brussel. Het rijk der nee-stemmers bestond niet uit folkloristische inwoners van Pims weeshuis, boze boeren en verschraalde Le Pen-aanhangers. Nee, opvallend in dit legioen was het aantal jongeren.

In het Verenigd Koninkrijk zou dat niet anders zijn geweest. Tweederde van de 16- tot 24-jarige eilandbewoners koestert, zelfs wanneer ze onverhoopt nuchter zijn, een vrij negatief gevoel over de Europese Unie. Het gevoel van de jonge sceptici werd in The Daily Telegraph verwoord door Oxford-student Freddie Sayers, die zijn wantrouwen uitsprak tegen de «pompeuze dinosaurus» Chirac en met vreugde keek naar de «lovely young girls» die het «non, merci» uitbundig vierden in Toulouse.

De EU lijkt niet funky meer, zoals Blair ooit veronderstelde. Brussel is uit. De Britse premier had het destijds al kunnen zien aankomen. Hij fietste over de Amstel in Amsterdam. Chirac en Kohl liepen.