God als autodidact

Gisteren heb ik mijzelf over God onderhouden. ‘Bestaat God?’ vroeg ik mij af. ‘Natuurlijk!’ antwoordde ik mijzelf. ‘Daar zijn de kerken, moskeeen en synagoges toch het bewijs van?’

‘Met andere woorden: God bestaat zolang als er mensen zijn die in Hem geloven. Maar bestaat Hij echt? Ook als niemand in Hem zou geloven?’
'Misschien.’
'Als dat zo is, wat heeft Hij dan wat wij, mensen, niet hebben? Wat heeft Hij op ons voor?’
'Alles! Hij kan wat wij niet kunnen: zich in volle vrijheid ontplooien. Hij is een authentieke autodidact, hij trakteert zichzelf op de ware anti-autoritaire educatie. Hij heeft niemand boven zich, geen leraren, geen ouders, geen priesters, geen patroon.’
'Maar hoe weet God dan wat goed en kwaad is, als Hem dat nooit is verteld?
'Kalm aan. Loop niet zo hard van stapel. Ik beweer helemaal niet dat God goed van kwaad weet te onderscheiden. Ik denk zelfs dat Hij zich niet eens met dat soort onzin ophoudt. Maar wat voor Hemzelf goed en slecht is, dat weet Hij daarentegen verdomde goed.’
'Hij beschikt dus over de absolute zelfkennis. Is dat wel genoeg in een leidinggevende positie?’
'Lijkt je dat zo weinig? Ken jij jezelf dan zo goed?’
'Nee, dat niet. Maar ik werk eraan, ik zit op pottenbakken, ik doe aan Grieks-Romeins worstelen en ik spreek inmiddels vier talen, waaronder Swahili. Maar nog een vraag: Bestaan er eigenlijk atheisten, mensen die werkelijk niet in God geloven?’
'Dat is net zo onzeker als het bestaan van God. Ik meende ooit een atheist te kennen. Vergeet het maar, op zijn sterfbed bad hij zich hartstikke dood. Dus ik denk wel eens, het zou best kunnen zijn dat God de enige is die niet met God is opgezadeld.’