God als partner

Dat God kan spreken, weten we. Kon hij dat niet, dan zaten we nu nog in het donker. ‘Toen sprak God: “Er moet licht zijn.” En er was licht.’ Wat je noemt, de gave van het woord.

Maar kan God ook schrijven? We weten het niet. Charlton Heston mag dan met eigen ogen hebben gezien hoe God met een laserstraal de tien geboden in twee stenen tafelen beitelde, maar wij weten beter: dat was maar film.
Nu schijnt God dan toch de pen ter hand te hebben genomen. Weliswaar niet zijn eigen hand, maar die van Neale Donald Walsch. Die zat eens een brief aan God te schrijven. Met nogal wat boze vragen. ‘Toen ik de laatste van mijn verbitterde, onbeantwoordbare vragen opschreef en mijn pen wilde neerleggen, bleef mijn hand boven het papier hangen alsof een onzichtbare kracht hem daar hield. Plotseling begon de pen als vanzelf te bewegen. Op het papier verscheen: “Wil je werkelijk een antwoord op al deze vragen of lucht je gewoon je hart?”’
Enfin, van het een kwam het ander. Neale bleef maar vragen en God bleef maar antwoorden. En de vragen en de antwoorden werden een boek. En het boek werd een bestseller. En de bestseller werd een onderneming. En de onderneming werd een succes. En van succes word je rijk. En als je rijk bent, ben je gelukkig. En gelukkig is Neale. Dankzij God. Die niet eens een aandeel in de winst vraagt.
Nu bestormt Neale ook de Nederlandse markt. Een ongewoon gesprek met God heet de Nederlandse vertaling van zijn onderonsje met God (uitgeverij Kosmos). Maar of het hier ook zo'n succes wordt?
Ik denk van niet. Daar is Neale’s God te Amerikaans voor. O, wat is die God Amerikaans!
Om te beginnen is Neale’s God een aartspragmaticus. Bestaan goed en kwaad? vraagt Neale. Goed en kwaad bestaan niet, antwoordt God. 'Er zijn alleen dingen die je dienen en dingen die je niet dienen.’
Neale’s God is ook een puritein. Seks mag, maar onthouding is beter. Waarom heb ik altijd zo veel kwalen? klaagt Neale. Wellust en genotzucht maken ziek, antwoordt God.
Trouwens, zegt Neale’s God, alle ziekten beginnen tussen de oren. Hartkwalen, kanker, aids: 'Elke ziekte wordt eerst in de geest geschapen.’
En dat geldt niet alleen voor ziekten maar ook voor ongevallen en verkrachtingen. Neale’s God is een kwakdenker.
Neale’s God is ook een onverbeterlijke optimist. Als je maar wilt, lukt alles. Waarom ben ik niet rijk? klaagt Neale. Omdat je stiekem denkt dat geld slecht is, antwoordt God. Dus ging Neale denken dat geld goed is. En ziet, hij werd rijk.
Inderdaad, Neale’s God is een soort Ratelband. Met eenzelfde onstuitbare woordenvloed. Op het eerste boek is al een tweede gevolgd (nummer elf op de bestsellerslijst van de New York Times). En een derde is in de maak.
Veel woorden komen er uit Neale’s God. Maar kan hij ook schrijven?
Neale’s God komt niet verder dan de glijtaal van een managementcursus. Hij heeft het niet over spreken maar over communiceren, hij wil van Neale geen liefde maar partnerschap, hij wil niet dat Neale hem zoekt, maar hem contacteert.
Doe mij dan toch maar de bijbelse God. Die met de gave van het woord.