There Will Be Blood

God en olie

De nieuwe film van Paul Thomas Anderson draait om het begin van de oliewinning in de Verenigde Staten aan het begin van de twintigste eeuw. Maar vooral om Daniel Plainview, pionier, en zijn ondergang.

Toen There Will Be Blood uitkwam, wisten de recensenten niet wat ze overkwam. De ene na de andere krant bestempelde de nieuwe film van wonderkind Paul Thomas Anderson als een meesterwerk. There Will Be Blood is dan ook een meesterlijke film, van een meesterlijke regisseur. Wiens vorige films ook meesterwerken zijn genoemd, van Hard Eight tot Boogie Nights tot Magnolia tot Punch-Drunk Love. Maar vooral Boogie Nights en Magnolia, die uitblonken door intelligentie, eigenzinnigheid en filmische perfectie. De nieuwe ‘PTA’ is wederom iets bijzonders.

Enigszins onverwacht komt Anderson met een verhaal dat zich afspeelt aan het begin van de twintigste eeuw, in het stoffige westen van de Verenigde Staten. Een episch verhaal, gebaseerd op de roman Oil! (1927) van Upton Sinclair, over een man die zoekt naar olie in de onvruchtbare grond van het woestijnachtige Californië, succes heeft, nog meer succes heeft en uitgroeit tot een tycoon in de oliebusiness. Een ‘oil man’, zogezegd, zoals hij zichzelf beschrijft.

There Will Be Blood is zoiets als het tegenovergestelde van Magnolia. Daarin volgen we acht personages gedurende een korte tijd. ‘Blood’ strekt zich uit over een veel langere periode en concentreert zich op één persoon. Gebrek aan veelzijdigheid kun je Anderson niet verwijten. En gebrek aan talent ook niet, maar daar is iedereen het wel over eens.

Bij een uitzonderlijke regisseur hoort een uitzonderlijke hoofdrolspeler. En uitzonderlijker dan Daniel Day-Lewis heb je ze niet veel. Hij is niet vaak te zien, maar wanneer hij een rol accepteert is het steevast wonderschoon wat hij ervan maakt. Day-Lewis speelde onder meer in My Left Foot, In the Name of the Father, The Age of Innocence en Gangs of New York. Hij heeft een berg prijzen gekregen, waaronder twee Oscars en twee Bafta’s

Het openingsshot van de film is magistraal, en intens. Vanuit het zwart, het niets, verrijst eerst de muziek, en dan doemt het beeld op: heuvels in een woestijnachtig landschap, dor en droog. Boven de grond is niets te zien. Later begrijpen we dat alles draait om wat er onder de grond zit, onder die uitgedroogde onvruchtbare woestijnbodem van Amerika.

De muziek, gecomponeerd door Radiohead-gitarist Jonny Greenwood, is in dit eerste shot niet echt muziek: het is één akkoord, met dissonanten, bijna tastbaar. Ontregelend, maar indrukwekkend. Binnen drie seconden is er een spanning gecreëerd die tweeënhalf uur later pas verdampt.

There Will Be Blood vertelt het verhaal van Daniel Plainview, een self made man die als een van de eersten profiteert van de zeeën van olie die onder de oppervlakte van het Amerikaanse westen blijken te liggen. Hij wil slagen. Rijk worden. En daarbij wil hij vooral dat anderen niet slagen. Plainview is een man vol ambitie, geldingsdrang, hebzucht, en haat. Hij wil olie, want olie is geld, en geld is macht.

We leren Plainview kennen in 1898 als hij zoekt naar zilver. Bij een ongeluk in een mijnschacht breekt hij een half been, of een enkel, maar hij sleept zich naar boven, weg van het onderaardse.

Een paar jaar later speurt Plainview met een paar anderen naar olie. Wederom gebeuren er ongelukken, maar wederom leiden die naar het geluk. Er wordt olie aangeboord. Vanaf dat moment is Daniel Plainview de ‘oil man’ die hij wil zijn.

Dan gaat het snel. Plainview koopt land op van goedgelovige boeren in olierijke streken in de Verenigde Staten. Hij palmt iedereen in, niet alleen met geld, maar vooral ook met mooie verhalen. Om zijn verschijning een optimale overtuigingskracht te verlenen, neemt hij zijn zoontje mee, H.W., die hij zijn ‘partner’ noemt. De oplettende kijker weet dat H.W. niet de echte zoon van Daniel Plainview is: het jongetje bleef achter na de dood van zijn vader bij een proefboring en werd ‘liefdevol’ opgenomen door Plainview.

Een mooi moment komt wanneer de vader van het jongetje meemaakt hoe de groep raak boort en olie uit de grond haalt. De (echte) vader haalt zijn vinger door het zwarte goud en strijkt ermee over het voorhoofd van zijn zoontje. Als een teken. Een brandmerk. Voorgoed zal het leven van de kleine jongen worden bepaald door olie. Zoals alles in het verhaal wordt bepaald door olie. ‘There’s an ocean of oil under our feet, and only I can get to it’, zegt Plainview op het moment dat het echt begint te stromen.

De film volgt de Werdegang van Daniel Plainview, die zijn zucht naar geld en macht moet bekopen met, uiteindelijk, ongeluk en waanzin.

Het belangrijkste deel van het verhaal speelt zich af in het stadje Little Boston, in Isabella County, waar een kleine, streng gelovige gemeenschap boven op een enorm olieveld blijkt te wonen. Plainview komt naar het stadje, koopt het bijna helemaal op en gaat boren. Hij spiegelt de bewoners een prachtige toekomst voor zodra zijn olie eenmaal gaat stromen.

Centraal staat de confrontatie tussen Plainview en de christenen van Little Boston, aangevoerd door de jonge predikant Eli Sunday (Paul Dano). Het is God tegen geld. God tegen olie. There Will Be Blood vertelt dan wel over het begin van de oliewinning in Amerika, in feite is het een karakterstudie van één man, een psychologisch portret van Daniel Plainview. Van zijn strijd, zijn dilemma’s, zijn waanzin, zijn haat.

Er zit veel haat in Daniel Plainview. Die is gericht op alles wat hem in de weg staat. Dat zijn met name de gelovige mensen van Little Boston, die het de heiden Plainview steeds moeilijker maken om zijn plannen uit te voeren. Hij blijft vriendelijk, in het besef dat hij niet gebaat is bij onvrede als hij olie wil blijven winnen. Hij houdt de mensen te vriend, door wat hij doet – welvaart brengen in het barre stadje – en door wat hij zegt. Vooral dat.

Er zijn mensen van weinig woorden, maar Daniel Plainview is een man van veel woorden. Het zijn zijn instrumenten, zijn wapens. De timide, vermoeide inwoners van Little Boston zijn niet tegen hem opgewassen. Een van de dingen die bijblijven van deze film is de taal van Plainview. Mede door de dictie van Daniel Day-Lewis echoot het de kijker nog lang door het hoofd: ‘I’m an oil man, ladies and gentlemen.’

Niemand kan hem stoppen. Tegenslag niet, sterfgevallen niet, ongelukken niet, het geld niet, zijn zoon niet, zijn liefde voor zijn zoon zelfs niet. Het enige moment waarop hij door de knieën gaat, letterlijk, is wanneer Plainview zich laat dopen teneinde het laatste stuk land te kunnen bemachtigen waar hij een oliepijplijn wil aanleggen.

Een bekering of anders geen pijplijn – het is het existentiële moment van Daniel Plainview. God of geld. Wordt hij rechtvaardig of rijk. Kiest hij voor zijn zielenheil of voor zakken vol dollars. Hij onderwerpt zich met ironie aan de doopplechtigheid. Het is een van de confrontaties tussen Eli en Daniel, tussen God en geld.

Plainview kiest voor zichzelf, natuurlijk. Hij heeft altijd voor zichzelf gekozen, alles in dienst gesteld van zijn eigen geluk.

Plainview doet denken aan Gordon Gecko (Michael Douglas) in Wall Street, met zijn historische toespraak waarin hij de hebzucht van de jaren negentig bezong: ‘Greed, ladies and gentlemen, greed is good. Greed is right. Greed works.’ Hebzucht is maar een van de vele kanten van de complexe, wellicht verknipte persoonlijkheid van Daniel Plainview. Er zijn er vele meer. Daniel Day-Lewis weet ze allemaal zichtbaar te maken.

Het is vaak acteren op de vierkante millimeter. In een onvergetelijke close-up zien we Day-Lewis, die zich een jaar voorbereidde op deze rol, drijven in de zee, terwijl zijn vermeende broer op het strand blijft zitten. Het scherm is gevuld met het blauwe water van de zee, en het hoofd van Daniel Plainview. Haar nat, snor nat. Dan maken we mee hoe er iets tot hem doordringt, hoe hij de conclusie trekt dat er iets helemaal niet klopt, en dat in feite een fundament onder zijn bestaan begint te kraken.

Day-Lewis doet dat ijzingwekkend mooi. Met elke cel van zijn huid drukt hij iets uit: twijfel, ongeloof, inzicht, teleurstelling, woede. Haat. We zien het in hem omhoog borrelen, onhoudbaar.

Daniel Plainview – dat zijn wij. We zullen alles en iedereen verraden als het erop aankomt. We willen hem zijn, dapper en sterk, maar zijn tegelijkertijd bang om hem te zijn. De man die de wet aan zijn laars lapt, die anderen voor zijn karretje spant en misbruikt, die zijn eigen geweten een loer draait – dat zijn wij. Maar dat durven we niet te zijn.

Paul Thomas Anderson vertelt complexe dingen met eenvoudige middelen. Hij weet met één perfect beeld een verhaal te vertellen. Hij heeft zo veel gevoel voor taal dat hij echte personages kan creëren met twee zinnen. Hij voelt aan wat de balans moet zijn tussen beeld, geluid en tekst. Hij durft over the top te gaan. Te lange close-ups. Muziek die geen melodie heeft. Lelijkheid, veel lelijkheid. Hij durft rommelig te zijn, maar toch de boel gestileerd te houden. Want alles is tot in de puntjes gestileerd, hoe ruw en rauw het ook overkomt. Anderson is stijl, een en al stijl.

There Will Be Blood is een werk met een ongeëvenaarde intensiteit, van begin tot eind. Een film die je naar de strot grijpt. Niet omdat hij het epische verhaal vertelt van een oliepionier, die model staat voor de mentaliteit waar Amerika groot door is geworden – maar door de manier waarop hij één enkel personage bestudeert, fileert en genadeloos blootlegt: Daniel Plainview, eenzame ploeteraar met een groot vocabulaire en een feilloos gevoel voor kansen en het grijpen daarvan. En ondertussen zien we hoe hij in de knoop raakt met zijn geweten, dat hem vaak hindert en soms regelrecht bedreigt.

Het wordt verteld in de vorm van geld tegen God, of olie tegen ongereptheid, maar het werkelijke verhaal van There Will Be Blood draait om de innerlijke strijd van één man, die alle conflicterende impulsen in zijn wezen het hoofd moet bieden. In de duistere apotheose van de film zien we een man die niet kan leven met het besef dat hij alles heeft verraden wat hem dierbaar was, of is. Die altijd alleen maar vooruit heeft gekeken, en gedacht. Die niet herinnerd wil worden aan het verleden, omdat dat niet meer te veranderen is. Het enige wat hem dan rest is wraak nemen.

Dan is er maar één afloop mogelijk. Dan zal er bloed zijn.