God is als de zwaartekracht

Nog tot eind januari overal in Nederland en Vlaanderen te zien. Inlichtingen: 020-6229328.
De allereerste keer dat Jeanne d'Arc het in dit stuk over God heeft, is tijdens een gesprek met Gilles de Rais.
Gilles: ‘Die Heer van u, kennen wij die?’
Jeanne: ‘Zoals u de zwaartekracht kent. U denkt er niet aan. En toch weet u dat die er is.’

Voor Jeanne (in Peter de Graefs voor kinderen geschreven toneelstuk Jeanne d'Arc) is God een stem in haar binnenste, zo begrijpelijk en ondoorgrondelijk als de zwaartekracht. De man die in God is gespecialiseerd, de bisschop, gelooft haar niet. Maar zijn God is gecorrumpeerd. Die van Jeanne is iets in haarzelf, iets van haar. Het is bij De Graefs Jeanne als bij Antigone in Anouilhs bewerking van de Griekse tragedie van die naam. Wanneer de machthebber aan Antigone vraagt: voor wie doe je jezelf (en ons) dit allemaal aan, antwoordt het meisje: ‘Voor niemand. (Stilte.) Voor mezelf.’
Zo is het bij Jeanne ook. Ze moet iets doen. Om Frankrijk te redden van een brute overheerser. Ze voert een leger aan, net zo lang tot haar koning kan worden gekroond. Daarna wordt ze verraden. Na een schijnproces zal ze worden verbrand. Op dat moment weet Jeanne opeens zeker dat ze een man wil, en kinderen, en koeien. Maar haar engelbewaarder herinnert Jeanne eraan dat de mensen zich na haar verbranding collectief zullen schamen over dat de wereld is zoals ze is: een wereld die de Jeannes verbrandt. Jeanne kiest voor dat offer. En daarmee voor zichzelf.
In de voorstellingen van Liesbeth Coltof staan steeds kinderen centraal die in de ogen van volwassenen ongemakkelijke keuzen maken. Zoals Jeanne. Ze bezit een moed, een durf en een koppigheid die de Grote Mensen vaak ver achter zich hebben gelaten. Ze stelt de vragen waar volwassenen van gaan stotteren en schuifelen. Waarom moet het allemaal zo ingewikkeld? Waarom duurt alles zo lang? Als het moet, gaat ze voor die vragen - of liever: voor het uitblijven van antwoorden - ook dood. Opdat de grote-mensen-die-hetzoveel- beter-weten zich tot in lengte van dagen schamen. En gaan nadenken.
Jeanne d'Arc (uitgevoerd door Coltofs gezelschap, Huis aan de Amstel) is een razendsnelle voorstelling. Binnen anderhalf uur wordt door Peter de Graef en Liesbeth Coltof een verhaal verteld waar Schiller, Shaw, Brecht en Anouilh (schrijvers die zich ook met Jeanne d'Arc hebben beziggehouden) veel meer tijd voor nodig hadden. We zien een corrupte prelaat, een weifelende jonge koning, een vechtersbaas met een klein hartje, een verbaasd toeziend slaafje. En een engelbewaarder die alles weet, maar die het liefste helemaal niks zou willen weten. De veldslag rond Orleans wordt verbeeld als een saxofoonconcert. Het proces tegen Jeanne als een nachtmerrie vol griezelige teksten. De verbrandingsdood van Jeanne wordt teruggebracht tot een stille wandeling op een trap. Wat Jeanne daar mompelt en prevelt horen we niet. Het schijnt dat de Maagd van Orleans op de brandstapel alle namen noemde van mensen die ze ooit gekend had. De menigte luisterde. En schaamde zich diep.
Het speelvlak is open en leeg. Achter is diagonaalsgewijs een podium opgesteld met een paar grote openingen, gemarkeerd door geschilderde taferelen uit een veldslag. Het spel van de acteurs is vaak heftig invoelend. Als het voor de kracht van de vertelling nodig is, stappen de acteurs uit de emoties, gaan als het ware naast hun karakters staan en geven commentaar, stuwen het verhaal. Licht, ruimte en tekst zijn met elkaar in mooie harmonie. De muziek hangt er soms een beetje bij.
Ik ging naar huis met een hoofd vol macaroni. Wat wil deze voorstelling? Voor het eerst sinds lang realiseerde ik me: dit is niet voor mij gemaakt, maar voor het joch dat ik veertig jaar geleden was. Hoe zou ik toen gekeken hebben? Had ik Jeanne toegewenst dat ze vrij zou komen? Man, kinderen, koeien had gehad? Vrij was van die stemmen, die God, die zwaartekracht?
Opeens realiseer ik me mijn fascinatie voor Jeannes wapenbroeder, Gilles de Rais. Nadat Jeanne weigert zich door hem te laten bevrijden, rijdt Gilles weg, de ogen vol tranen. In de jaren na Jeannes dood vermoordt hij in de kelders van zijn kasteel ruim tweehonderd kinderen. Dat is iets wat zij had willen voorkomen. Jeannes vuurdood is de lange slagschaduw van de schaamte daarover.
Ik weet niet wat kinderen (vanaf acht jaar) aan de voorstelling overhouden. Ik had haar als kind van acht graag willen meemaken.