Commentaar: persoonsgegevens

God is een database

In een onbewuste poging de sciencefiction-tv-serie Quidam Quidam actualiteit te bezorgen, formeerde minister Van Boxtel een groepje wijze mannen — het moeten mannen zijn geweest. De opdracht klonk paradoxaal: maak de gemeentelijke administratie effi ciënter en verstevig gelijktijdig de positie van de burger in die administratie.

Horen we meestal vooral van snelle IT-jongens die ongekende mogelijkheden in het internet zien, hun toekomstvisioenen verbleken bij de utopieën die de ouderwetse archivaris door het hoofd spoken. Zijn Nirwana is een hele grote database, waarin alles staat en alle kennisproblemen worden opgelost. God is een database.

De uitslag: de commissie-Snellen wil voor alle burgers een website maken waarop hun persoonsgegevens komen te staan. Waaronder: naam, adres, geboortedatum, maar ook: familiestatus, medische dossiers (met daarin straks misschien een DNA-structuur), belastbaar inkomen en schooldiploma’s. Wanneer hij dat niet verplicht is, beslist de burger straks zelf welke gegevens uit zijn «elektronische kluis» hij openbaar maakt. De computerloze kan op het gemeentehuis aan een terminal gaan zitten, dan moet hij wel beschikken over een elektronische identiteitskaart alsmede vingerafdrukken of een iriscopie.

Niemand, zegt Snellen, is verplicht al die extra gegevens zomaar te registreren. Maar het zou wel deksels handig zijn wanneer staat geregistreerd welke medicijnen iemand slikt. «Een bedrijf dat spullen moet opsturen of een werkgever die gegevens wil controleren, is gebaat bij een kijkje in de kluis.»

Behalve dat van zo’n kluis de beveiliging nauwelijks gegarandeerd kan worden en misbruik, nu of in de toekomst, van persoonsgegevens een stuk makkelijker wordt gemaakt, klopt de argumentatie niet. Nu, geeft de commissie-Snellen als argument, zijn afnemers zoals politie en pensioenfondsen soms wel twee dagen kwijt met het controleren van een adres. Maar dat is nog geen argument om een database aan te leggen met zoveel mogelijk gegevens van alle burgers. Dat is een argument voor koppeling van de bevolkingsregisters van de verschillende gemeenten.

Ander argument: nu heeft de burger controle op welke informatie aan welke instanties wordt verstrekt. Pardon, zou hij dat dan niet hebben als de doos met oude schooldiploma’s op zolder blijft verstoffen? Wordt hier soms gesteld dat het medische dossier bij de huisarts in onveilige handen is?

De opdracht van deze commissie — efficiëntie plus meer controle voor de burger — was dus wel tegenstrijdig.